Grand strategygames staan bekend om hun ontoegankelijke maar extreem diepgaande gameplay. March of the Eagles is wat dat betreft net iets anders. Grafisch ziet het er nog steeds ingewikkeld uit. Je kijkt naar een landkaart die verdeeld is in verschillende landen en moet tientallen menu's gebruiken om alles te regelen op gebied van diplomatie, staatskas en oorlogsvoering. Maar het instapniveau van de game is beduidend lager door de focus op oorlog, minder keuzes en het missen van intriges. Dat is in eerste instantie iets goeds. Het is makkelijker om de game te begrijpen en ook dankzij de uitgebreide uitleg bij elke functie en de fijne tutorial is het spel een stuk sneller op te pakken dan bijvoorbeeld Crusader Kings of Europa Universalis.

De toegankelijkheid uit zich verder in een kortere game. Crusader Kings II speelt zich bijvoorbeeld af tussen 1066 en 1452, terwijl March of the Eagles slechts van 1805 tot 1820 duurt. Hoewel je de duur zelf kunt beïnvloeden met een pauzeknop en snelheden, duurt een potje toch echt korter. Denk aan een paar uur in plaats van een paar dagen. Een laatste punt van toegankelijkheid kun je zien in de overwinningspunten. Zo is het in Crusader Kings II niet mogelijk om de game te winnen, maar in March of the Eagles wel. Je krijgt vooraf een lijst met doelen en door zoveel mogelijk hiervan te realiseren kun je winnen. Je moet bijvoorbeeld coalities vormen, zoveel mogelijk landen in je bezit krijgen en zeeën veroveren. Aan het einde krijg je een score te zien en het land met de meeste overwinningspunten is de winnaar.

In veel gevallen is er niks mis met toegankelijkheid, maar in dit geval wel. Helaas vertaalt het zich in een minder diepgaande game die niet zo lang weet te boeien als z’n uitgebreidere evenknieën. Er valt minder te experimenteren waardoor de singleplayer al snel een beetje overbodig wordt. De focus ligt te veel op vechten en minder op diplomatie en andere aspecten van oorlog, waardoor je eigenlijk alleen maar legertjes aan het voorbereiden bent en vervolgens heen en weer moet schuiven. Dat is leuk voor even, maar biedt uiteindelijk te weinig variatie. Ook het feit dat gevechten niet in real-time plaatsvinden en je tijdens deze gevechten geen invloed hebt op de uitkomst, maakt het concept een beetje suf. Het voelt niet aan als een grand strategygame, maar ook niet als een RTS. Het hangt er een beetje tussenin.

In de multiplayer weet March of the Eagles overigens meer te overtuigen. Zie het als een ingewikkeld potje Risk waarbij de intriges buiten het spel om gebeuren. Vrienden kunnen opeens vijanden worden en maken je net zo makkelijk kapot als dat ze je willen helpen. Je kunt nergens meer van op aan en dat voelt tijdens een multiplayergame veel spannender dan wanneer je tegen de computer speelt. Op die manier komt het veel dichter bij echte diplomatie en oorlogsvoering en ontstaat er buiten het spel de diepgang waar we naar zoeken. Dat had eigenlijk in de game al moeten gebeuren. Want in principe is March of the Eagles geen slechte titel, maar het voelt gewoon aan als een uitgeklede versie van Crusader Kings II. Voor twintig euro vinden we dat te weinig waar voor je geld.