Majin and The Forsaken Kingdom is zonder meer een onderhoudend spel, maar het blijft net te simpel en oppervlakkig om echt indruk te maken. Daarbij is de releasedatum niet erg gelukkig gekozen. In het heetst van de strijd probeert Namco Bandai een nieuwe franchise aan de man te brengen. Deze combinatie zorgt ervoor dat Majin niet ontzettend veel aandacht krijgt. En dat is zonde, want uiteindelijk valt er meer dan genoeg uit te halen.

Om te beginnen is het concept erg interessant. Je bent de dief Tepeu, dwaalt in een reusachtig kasteel rond en stuit plots op een reusachtig monster. Hij blijkt Theoten te heten en is een Majin, een mormel met een uiterst schattige uitstraling. Hij heeft de neiging om een rechtvaardig en dapper iemand te beschermen. Hier maak je natuurlijk gebruik van en je trekt er al snel samen met hem op uit om de wereld van het welbekende kwaad te bevrijden. De twist is dat je afhankelijk bent van Theoten. Je hebt niet de spieren en wapens van Arnold Schwarzenegger, dus het is al lastig genoeg om welke tegenstander dan ook van je af te meppen. Doden is al helemaal niet te doen, aangezien je vaak tegenover magische wezens komt te staan. Een normale sterveling kan hen niet die beslissende klap geven, een Majin wel.

Geen woorden, maar daden

De relatie tussen de twee personages staat bol van de potentie. Hoe gaan twee wezens met een totaal andere achtergrond en visie op de werkelijkheid immers met elkaar om? En werken ze alleen maar samen omdat het eigenlijk niet anders kan of groeien ze ook daadwerkelijk naar elkaar toe? Uiteindelijk blijkt het niets meer dan een fysieke relatie. De twee helden praten wel met elkaar en raken ook steeds beter bevriend, maar de dialogen slaan eigenlijk nergens op. Ze blijven veel te oppervlakkig en hoewel de achtergrond van beiden niet alledaags is, is het totaal niet interessant waar ze vandaan komen en wat hen beweegt.

De stem van de dief is bovendien verschrikkelijk en die van Theoten komt veel te geforceerd over (zowel in het Engels als in het Nederlands). Hierdoor heb je op een gegeven moment zelfs de neiging hebt om tussenfilmpjes over te slaan. Het is sowieso al lastig om te spreken van echte persoonlijkheden en de stemmen zijn dan al gauw de spreekwoordelijke druppel. Aangezien het spel eigenlijk meer om de relatie draait dan om het eigenlijke plot, is dat ontzettend jammer. Fenomenen als Ico en De Grote Vriendelijke Reus hebben bewezen dat een onwaarschijnlijke relatie tussen twee personages een gouden concept kan zijn, maar dit niveau wordt bij lange na niet gehaald.

Het is daarom maar goed dat de relatie tussen beiden een stapje verder gaat. Om welke spelmechaniek het ook gaat, telkens ben je afhankelijk van Theoten of vice versa. Dit zorgt voor een frisse ervaring. Het komt er grofweg op neer dat je beide personages bestuurt. De dief neem je volledig onder je hoede, Theoten geef je opdrachten. Dit principe komt met name in de puzzels goed tot z’n recht. Deze spelen vaak in op de omgeving en nemen de specifieke eigenschappen van beide personages als uitgangspunt. Een heel simpel voorbeeld is dat je een hendel moet omzetten die paar meter hoger in nauw gangetje ligt. Je bent te klein om zo hoog te komen en Theoten is groot genoeg, maar te log om de gang in te gaan. Door de Majin te vragen of hij even wil knielen en je vervolgens de lucht in te katapulteren, is het probleem natuurlijk snel opgelost.

Naarmate je verder komt, speel je nieuwe vaardigheden voor met name Theoten vrij. Op een gegeven moment kan hij bijvoorbeeld ook vuurballen spugen. De puzzels vereisen ook dat je steeds inventiever te werk gaat. Hierdoor heeft het spel qua opzet wel wat weg van een willekeurig deel uit de Zelda-reeks. Op geen moment stuit je op het echte hersenkrakers, maar de invulling is wel fris. Het spel nodigt je uit om ongewone dingen uit te proberen en het is dan des te leuker als blijkt dat ook die minder voor de hand liggende oplossing werkt.

Rammen en sluipen

Doordat je niet ontzettend sterk bent, moet je regelmatig op je vijanden afsluipen om een kans te maken. Merken ze je toch op, dan kun je nog altijd met een grote houten stok op hen inslaan. De gevechten zelfs zijn lang niet zo interessant als de puzzels. Ze zijn niet per se vervelend of slecht, maar het blijft vooral erg simpel en oppervlakkig. Je ramt een beetje op de aanvalsknop en laat Theoten het grove werk doen. Je kunt wel een aantal gezamenlijke aanvallen uitvoeren als je tegenstanders verzwakt zijn, maar dan houdt het ook op. Hier had meer in gezeten, zeker als je vervolgens merkt hoe de eindbaasgevechten in elkaar steken. Dan ben je namelijk ook aan het vechten, maar wel op een puzzelende manier. Je moet zoeken naar de zwakke plek van de vijand en op leuke, verrassende manieren met de Majin samenwerken. Deze gevechten zijn de meest spectaculaire momenten van het spel. De kracht van het puzzelen wordt gecombineerd met de dreiging van de dood.                                                            

Naast Tepeu en Theoten kent Majin and The Forsaken Kingdom eigenlijk nog een hoofdpersonage, in de vorm van de sfeer. Hoewel het technisch niet het sterkst afgewerkte spel is, krijg je het gevoel dat je een sprookje aan het naspelen bent. De spelwereld vormt één geheel (laadtijden zijn taboe!), staat met architectonische pracht en is opgevuld met enkel de meest volle kleuren. De achtergrondmuziek is bovendien van een uitzonderlijk hoog niveau. De muziek tilt het avontuur naar een nieuwe dimensie en is ook afzonderlijk van het spel ijzersterk. Componisten krijgen niet vaak een compliment, maar in dit geval is dat wel op z’n plaats.

Toch heb je naar het einde toe toch af en toe genoeg van de spelwereld. Je moet namelijk regelmatig terug naar al verkende gebieden. Nu is het spel zo’n vijftien uur lang, maar je bent gevoelsmatig te veel tijd kwijt met het lopen naar en door oude gebieden. Een korter en intenser avontuur had de vaart er meer ingehouden. Eigenlijk is dit kenmerkend voor Majin and the Forsaken Kingdom. Het spel geeft je op bepaalde momenten een geweldig gevoel, maar houdt dit niveau niet lang genoeg vast om echt te schitteren.