“Play. Create. Share.” Zo omschrijft Sony het kloppend hart van LittleBigPlanet op PlayStation 3. En met recht, want naast het feit dat de game verschrikkelijk leuk is om te spelen, heeft de bijzonder krachtige levelontwerper ervoor gezorgd dat er inmiddels 1,3 miljoen levels te vinden zijn in het communitykanaal. De grote vraag is of het speel-maak-deel-hart ook zo klopt op de PSP.

Sony Cambridge heeft het speelgedeelte van LittleBigPlanet weergaloos goed vertaald naar de PSP. De game is daarvoor wel iets simpeler gemaakt dan zijn grote broer. Die game speel je in feite ook als tweedimensionale platformer door Sackboy van de ene kant in het speelveld naar de uitgang te krijgen. Maar waar de PS3-versie ook nog drie lagen in de diepte kende, heeft de PSP-versie er twee. Dat zorgt voor iets eenvoudiger levels, maar het is verbazingwekkend hoe weinig impact dat heeft op de gameplay en de charme van LittleBigPlanet.

Aangezien de basis van de gameplay verder zo onwijs eenvoudig is, heeft Sony Cambridge nauwelijks concessies hoeven doen op dat gebied. Sackboy kan praktisch alles wat hij hiervoor ook kon: rennen, springen en dingen vastgrijpen en verslepen. Springen kan hij zelfs nog beter, doordat Sackboy directer reageert op de commando's. De grote aantrekkingskracht en charme van LittleBigPlanet zit nog altijd deels in die eenvoudige besturing. Hierdoor kan iedereen het spel direct oppakken.

De ware aantrekkingskracht komt uit de geweldige levels. Het zijn er misschien niet heel veel, maar de levels die in de game zitten zijn stuk voor stuk speciaal voor deze PSP-versie ontworpen. Knap blijft bovendien dat ze niet veel minder ingenieus in elkaar steken dan de PS3-levels. Je wordt dus weer langs de mafste obstakels gestuurd. Het ene moment sta je op een sneeuwschans skiërs te ontwijken, op het volgende zit je op een racende riksja met een kanon een draak neer te schieten.

Problemen

Doordat LittleBigPlanet PSP zoveel lijkt op zijn grotere broer, heb je ook te maken met dezelfde problemen. Het eerste deel was soms heel erg moeilijk en dat is voor de PSP-versie niet anders. Maar gelukkig leidt dat dit keer nooit tot frustraties. Er zijn veel checkpoints en anders dan in de PS3-versie, kun je zo net zo vaak bij zo'n checkpoint beginnen als je zelf wilt. Dat is ook wel zo eerlijk, want in de PSP-versie kwamen we een aantal keer om onduidelijke redenen vast te zitten, vanuit het niets kun je dan opeens niet meer bewegen. Vrij slordig, maar niet erg storend omdat je Sackboy altijd kunt laten ontploffen en weer bij het laatste checkpoint kunt beginnen.

Een ander klein probleem dat deze versie ook heeft, is dat het spel niet altijd goed interpreteert op welke laag van de Z-as jij precies wilt zijn. In principe kiest het spel dat automatisch wanneer Sackboy bijvoorbeeld van een platform op de achtergrond naar een platform op de voorgrond wil springen. Dat gaat niet altijd vlekkeloos, maar wel beter dan op de PS3, aangezien er dit keer maar twee lagen zijn.

Een groot verschil met de spelcomputerversie is dat LittleBigPlanet op de PSP geen multiplayermodus heeft. Je kunt beredeneren dat daarmee een heel groot deel van de aantrekkingskracht van LittleBigPlanet verloren gaat, de coöperatieve modus op de PlayStation 3 is namelijk verschrikkelijk goed. Sony Cambridge heeft echter aangegeven dat dat technisch niet haalbaar is, en dat is absoluut een geloofwaardig statement. Deze game leunt namelijk zwaar op physics: als Sackboy aan een touw zwaait en hier weer afspringt, dan reageert dat touw hier realistisch op. De berekeningen die nodig zijn om dat te laten doen door meerdere spelers zijn gewoon te zwaar voor het kleine apparaat. Multiplayer wordt bovendien over het algemeen maar weinig gespeeld op PSP, dus wij missen het niet.

Ontwerpen

Play zit er dus absoluut in. De game vertaalt de PS3-gameplay nagenoeg vlekkeloos naar de PSP. Create is ook aanwezig. De bijzonder uitgebreide level-editor is wonder boven wonder bijna heelhuids overgezet naar de PSP. Het concept is helemaal gelijk gebleven, Sackboy kan over een compleet kaal level zweven en allerlei in de singleplayer verzamelde objecten plaatsen en creëren door verschillende objecten te combineren. Kies verschillende bouwmaterialen, kies een kleur, verbind objecten met een motor, een elastiek, een springveer, zet objecten los op elkaar, of lijm ze vast. De mogelijkheden zijn overweldigend en het is maar goed dat de Britse acteur Stephen Fry terug is om je stap voor stap door het hele spel heen te loodsen. Tenzij je geen woord Engels spreekt natuurlijk, dan zet je de game op Nederlands en zijn alle scherm- en gesproken teksten vertaald. Dat raden we echter wel af. Die Nederlandse stem is prima, maar komt nooit in de buurt van de fenomenale Fry die op vriendelijke toon uitlegt hoe alles nou precies werkt.

Een probleem met de level-editor is dat deze misschien wel té uitgebreid is. Natuurlijk heb je de beschikking over slechts twee lagen op de Z-as en ben je in theorie sneller klaar, maar het ontbreken van twee schouderknoppen en een tweede analoge stick zorgen ervoor dat je uiteindelijk toch langer bezig bent. Naast het feit dat je soms combinaties van meerdere toetsen moet gebruiken, moet je bijvoorbeeld bij ieder bouwblok dat je plaatst eerst kiezen of het een statisch blok is, of kan bewegen. Tel daarbij het feit op dat je langer moet wachten bij het plaatsen van de elementen door de mindere rekenkracht van de PlayStation Portable en je weet dat het proces van het maken van een compleet level een hele flinke is.

Het is bijzonder knap hoeveel deze PSP-editor kan ten opzichte van zijn PS3-broertje, echt een indrukwekkende prestatie, maar hij had meer toegespitst moeten worden op de handheld. Een flinke stapel standaardobjecten en -constructies had het maken van levels bijvoorbeeld veel eenvoudiger gemaakt. Het is daarom ook maar de vraag hoeveel levels er gemaakt zullen worden voor deze game. Wij zijn bang dat spelers de moeite niet zullen nemen. Dat is iets wat de tijd moet uitwijzen en laten we hopen dat er toch een flinke groep blijkt die hier graag de tijd insteekt, want een flinke community zou deze game absoluut goed doen.