De Tour de France is inmiddels alweer in volle gang. De Nederlandse inbreng heeft tot nu toe nog weinig spectaculairs kunnen laten zien en misschien zijn onze kansen op de eerste gele trui sinds Joop Zoetemelk wel verkeken na de valpartij van Robert Gesink. Maar gelukkig kunnen we ons altijd verstoppen in de virtuele wereld van computerspellen, waar de realiteit is wat wij ervan maken. De gele trui voor Johnny Hoogerland na een flinke valpartij? Moet te doen zijn.

De beste stuurlui zitten achter de televisie

In tegenstelling tot zijn tegenhangers op de PC is Le Tour de France 2011 geen managementsimulatie. Het zit meer tussen een managementsimulatie en een spel waarbij je zelf de controle over een atleet hebt in. Je kiest in het begin van het spel een team en daarvan kun je voor elke etappe een speler kiezen om zelf de voeten op de trappers te zetten. De keuze van het team bepaalt daarbij de moeilijkheidsgraad van het spel. Hoe meer grote namen je in het team hebt zitten, des te makkelijker het is om etappes te winnen of zelfs de complete Tour.

Zodra je een renner gekozen hebt die volgens jouw strategie het beste bij de aankomende etappe past, gaat de rit van start. In plaats van je meer dan tweehonderd kilometer lang als een bezetene op knoppen te laten drukken, is er gekozen om je specifieke secties van een etappe zelf te laten rijden. Dit zijn over het algemeen de start, een of meerdere sprint- of klimsegmenten en de finish. Tussen deze secties door wordt de rit gesimuleerd en kun je bijhouden hoe je renner en de rest van je team presteert. Je kunt echter geen opdrachten geven in dit stuk, waardoor je vaak weinig controle hebt op het verloop van een rit. Het leidt er meestal toe dat je een renner (of jezelf) de opdracht geeft om meteen na de start uit het peloton te demarreren en dan maar te hopen dat je de voorsprong behoudt of verder uitbreidt wanneer je bij de volgende speelbare sectie komt.

Balkjes en metertjes

De besturing van je renner is simpel gehouden. De computer zorgt ervoor dat je standaard vrij goed meekomt met het tempo van het peloton, waardoor je zelf alleen maar af en toe een klein stukje de inspanning moet verhogen om bij te blijven of zelf het tempo aan te geven. Daarnaast kun je met een druk op de knop demarreren of snelheid minderen. Elke keuze die je maakt, is van invloed op je uithoudingsvermogen, dat via een aantal balkjes onderin je scherm wordt weergegeven. Deze balkjes zijn van enorm belang om je inzicht te geven in hoe je renner zich voelt en wat zijn kansen zijn om te gaan voor de overwinning.

Er is allereerst een balk voor het totale uithoudingsvermogen waar je over de lengte van een etappe rekening mee moet houden. Is er tegen het einde van de rit bijna niks meer van over, dan kun je fluiten naar de ritzege. Daarnaast zijn er twee kleinere balkjes die het middellange en korte termijnvermogen laten zien. Deze zijn van belang bij het sprinten en het tempo maken over een langer stuk. Beide balkjes vullen zichzelf langzaam wanneer je het weer rustiger aan doet. Een groot nadeel van het spel is dat je geen enkele indicatie krijgt van de fysieke gesteldheid van je renners voordat een etappe begint. Hierdoor kies je mogelijk een renner waarvan de tank al half leeg is voordat hij überhaupt begint.

Het grootste gedeelte van de tijd verdeel je je aandacht over alle metertjes en balkjes op je scherm en wat de renners om je heen doen. Tussendoor kun je via een commandomenu opdrachten uitdelen aan je ploeggenoten, die variëren van demarreren tot het storen van het kopwerk in het peloton om je voorsprong te verdedigen. Ook kun je informatie opvragen over de huidige situatie in de koers bij je ploegleider. Omdat je vrij weinig zelf aan het rijden bent, voelt het spel aan als een managementspel, zonder de daarbij horende diepgang en opties te bieden.

Maar ook als reguliere sportgame schiet de game tekort, met name op het entertainmentvlak. Het is een klinische weergave van de wielersport zonder enige visuele stimulans. Het spel maakt nauwelijks gebruik van de gekte die bij de Tour de France komt kijken. De hordes uitzinnige mensen langs de kant van een bergetappe, wegen die ondergeschilderd zijn met de namen van de coureurs, de prachtige Franse omgeving met kleine, idyllische dorpjes en kenmerkende structuren. Alles ziet er kaal en onherkenbaar uit en is visueel ondermaats. Ook de renners zijn klonen van één persoon, met kleine veranderingen in de vorm van gezichtsbeharing of een zonnebril.

Schlock?

De fysieke mogelijkheden van elke renner zijn wel weer goed afgestemd op de echte sporters. Zo zie je tijdens zware bergetappes meestal Alberto Contador, Cadel Evans en de broertjes Schlock voorin en moet je het in de massasprint uitvechten met Philippe Gulbert, Alessandro Petacchi en Tom Boonen. Of we trouwens niet Schleck en Gilbert bedoelen? Nee, jammer genoeg zijn niet alle licenties van de teams verkregen en moet je het soms doen met onofficiële namen van renners en teams. Omdat het niet voor het hele peloton geldt, is het maar een kleine smet die verder weinig invloed heeft op je spelbeleving.

Le Tour de France is een spel van geduld. Wachten op je kansen en toeslaan wanneer je een mogelijkheid ziet, of dat nu voor jezelf of voor een van je ploeggenoten is. Een overwinning smaakt even zoet wanneer je deze zelf behaalt als wanneer een teamgenoot ermee vandoor gaat, maar je hem de hele rit van opdrachten hebt voorzien. Het pakken van de eerste winst blijft een machtig gevoel. De weg naar de eindstreep is echter in veel gevallen een eentonige rit door veelal inspiratieloze landschappen. Het helpt ook niet dat het lijkt alsof de ontwikkelaar geen keuze heeft kunnen maken of het een managementsimulatie heeft willen maken of een sportgame. Zoals het nu geworden is, komt het op allebei de vlakken te kort. De gele trui lijkt daarmee verder weg dan ooit.

Le Tour de France 2011 is getest op de Xbox 360.