Frustrerend moeilijke indie-platformers, het lijkt de laatste jaren een genre op zich. Vooral dankzij het succes van games als N+ en Super Meat Boy krijgen we nu platformer na platformer waarin korte levels pittige uitdagingen bieden. Tientallen keren doodgaan en steeds weer opnieuw beginnen, totdat het je eindelijk lukt het einde van het level te bereiken: dat is waar dit subgenre om draait.

Met bovengenoemde titels hebben we veel plezier gehad, in de zin dat we onze controllers met een grote grijns op ons gezicht doormidden braken wanneer we voor de vijfhonderdste keer in elkaar gehakt werden. Er is een getalenteerde ontwikkelaar voor nodig om dergelijke uitdagingen leuk te houden. Neko Entertainment weet met Kung Fu Rabbit die goddelijke hoogtes van plezier (en plezierige frustratie) geen moment te bereiken. In plaats daarvan is het een leuk tussendoortje dat werkelijk niets nieuws te bieden heeft.

Goedkoop

Vanaf het eerste moment is in ieder geval al duidelijk dat de game de charmante tekenfilmstijl van Super Meat Boy of het abstrakte uiterlijk van N+ mist. De game oogt gewoonweg goedkoop, mogelijk een overblijfsel van de origine van Kung Fu Rabbit: de game verscheen oorspronkelijk op iOS. Het verhaal over een slechterik en een heldhaftig konijn wordt uitgelegd via levensloze, niet-geanimeerde stripplaatjes. Het geheel mist gewoon de unieke touch van games die we eerder in deze recensie al noemden. Voor de presentatie scoort Kung Fu Rabbit dus alvast een onvoldoende.

Wanneer je begint te spelen, wordt het er in eerste instantie niet beter op. In korte levels dien je een konijntje te redden door het einde te bereiken, en moet onderweg nog vier moeilijk te pakken worteltjes verzamelen. Tenminste, dat was waarschijnlijk de bedoeling. De eerste pakweg twintig levels zijn echter zo geestdodend simpel dat de verleiding groot is de controller weg te leggen en het spel nooit meer op te pakken. Je hebt dit al talloze malen eerder gedaan, en in veel betere games, nietwaar?

De dood tegemoet

Toch loont het om nog even door te zetten. De overige zestig levels voeren de moelijkheidsgraad namelijk geleidelijk op. Net als in Super Meat Boy kan het konijntje in Kung Fu Rabbit over muren ‘glijden’ en vanaf daar sprongen in de tegenovergestelde richting maken. In het begin van de game heb je daar nog niets aan, maar wat later kun je haast niet zonder.

De ontwikkelaar voegt steeds meer elementen toe: vijanden die je in hun rug moet raken om ze te doden, bewegende en verdwijnende platformen, een zwart goedje dat je onder geen beding mag aanraken en vallende tegels die ontweken moeten worden bijvoorbeeld. Nergens zaten we zo luidruchting te knarsentanden als in andere pittigere platformers, maar we gingen in de loop van het spel toch regelmatig onze dood tegemoet. Gelukkig maar!

Het spel heeft echter geen sterke ideëen van zichzelf en stijgt ook nergens bovenuit. Het speelt lekker weg, al beweegt je konijn na bijvoorbeeld Super Meat Boy wel wat aan de trage kant. Maar wat heb je aan ‘werkende’ gameplay als het nergens echt prikkelt of iets nieuws doet? Nog even een laatste tip: in het spel kun je allerlei items kopen die het je nog makkelijker maken (bijvoorbeeld checkpoints in levels), maar laat die lekker voor wat het zijn. Dan kun je best een uurtje of drie zoet zijn met deze eShop-titel, om hem daarna voorgoed weer te vergeten.