De Killzone-licentie is sinds kort voor Sony wat Halo al jaren voor Microsoft is: het paradepaardje van de console. Toch voert de derde telg aardig wat veranderingen door die de charme van de serie zomaar op het spel hadden kunnen zetten. Gelukkig weten de jongens van Guerrilla wat ze doen en levert de ontwikkelaar de beste Killzone-titel tot op heden.

Met een interessante plottwist luidt Guerrilla de singleplayer van Killzone 3 in. Het instapmoment biedt een kijkje binnen het kamp van de vijandige Helghast en toont hoe bruut en meedogenloos de buitenaardse militaire eenheid te werk gaat. Bovendien blijkt hiermee dat het universum van Killzone zijn sporen tussen de Halo’s en Gears of War’s heeft verdiend. De Helghast zijn geen inwisselbare vijanden, maar zijn met hun kenmerkende uiterlijk gevestigde iconen geworden in shooterland. Een nader kijkje in hun keuken prikkelt onze nieuwsgierigheid, terwijl het tegelijkertijd een band tussen ons en de Helghast schept. Dat maakt de inleiding een slimme zet van Guerilla en bovendien een mooi bruggetje naar zes maanden eerder, toen Rico, de kameraad van hoofdpersonage Sev, Helghast-opperste Visari om het leven bracht.

De dood van Visari aan het einde van Killzone 2 is gelijk het eigenlijke vertrekpunt van deel drie. Sev’s leidinggevenden wilden Visari het liefst levend terugzien, dus de keuze van Nico om Visari het zwijgen op te leggen wordt op zijn zachtst gezegd niet gewaardeerd. Dergelijke interne conflicten spelen in de singleplayer een centrale rol in de verhaallijn, want zowel de Helghast als het aardse ISA gaan gebukt onder heftige meningsverschillen. Zo willen bij de Helghast zowel wapenontwikkelaar Jorhan Stahl en een admiraal genaamd Orlock in de voetstappen van Visari treden, terwijl Rico het moeilijk heeft met het volgen van orders van zijn meerderen. Het verhaal in Killzone 3 zal geen Pulitzerprijs in de wacht slepen, maar functioneert als een degelijke drijfveer om verder te spelen. De verhaallijn spreekt ons ondanks haar simplisme meer aan dan het geforceerde en melodramatische script van Killzone 2. Dat komt voornamelijk omdat er in het derde deel een affiniteit met de Helghast tot stand wordt gebracht die ontbreekt in eerdere Killzone-delen.

Kunst

Het eerste dat je in Killzone 3 doet is om je heen kijken. Wie ooit zei dat grafisch geweld een game niet naar een hoger niveau kan tillen heeft duidelijk geen Killzone 3 gespeeld. De prachtige en deprimerende omgevingen zijn van dusdanige kwaliteit dat zelfs een hoopje vuilnis milde kunst wordt. Alles ziet er zo haarscherp en gedetailleerd uit dat de wereld van Helghan een soort van overdonderend effect op je heeft. Zelfs de momenten waarop je in je eentje een hal uitrent voelen bombastisch, gewoonweg omdat je dergelijke graphics niet van een console gewend bent. De singleplayer van Killzone 3 duurt ongeveer zeven á acht uur, maar van die tijd heb je zeker een half uur besteed aan het met open mond staren naar de prachtige omgevingen.

Net als in zijn voorganger is de besturing in Killzone 3 gevoelsmatig erg log, maar niet irritant. Door enkele verfijningen aan de besturing loods je Sev in het derde deel vloeiender door de omgeving en heb je minder last van terugslag bij het schieten. De iconische zwaarte van de wapens is gelukkig nog steeds merkbaar, evenals het realistische en grauw oorlogsgevoel dat de Killzone-serie kenmerkt. Zelfs de voor het verhaalverloop belangrijke nieuwe wapens die groene laserachtige stralen schieten voelen Killzone-getrouw. Dat komt mede door de fantastische physics: bij het afvuren van een welgemikt salvo schudt het lichaam van de Helghast alle kanten op en na een headshot volgt een bloedfontijntje met een begeerlijk ‘plop’-geluidje. Killzone 3 leent zich door de betere besturing voor vloeiendere actie, maar de impact van je kogels is nog steeds tot in je tenen voelbaar. Ook de handgevechten zijn ditmaal spectaculair: door nabij een tegenstander op de L1-knop te drukken ramt Sev Helghast-koppen tegen muren, steekt hij ogen uit en snijdt hij strotten door.

Variatie

De singleplayer van Killzone 3 verliest nooit zijn momentum en blijft continu een strak geregisseerde oorlogservaring. De snelheid ligt daarbij net wat lager dan we van andere bombastische shooters gewend zijn. Waar de gameplay in Call of Duty-games bijvoorbeeld  van de hak op de tak springt en je nauwelijks de tijd biedt om na te denken, ben je in Killzone 3 constant bezig met het uitdenken van de beste manier om een situatie te benaderen. Killzone 3 vereist door zijn tragere pacing net wat meer tactisch inzicht, terwijl de veldslagen nog steeds even episch voelen als we uit zijn enorm gescripte concurrentie gewend zijn. Dat de game slomer is dan zijn concurrentie, wil echter niet zeggen dat Killzone 3 minder variatie biedt. Net wanneer je het gevoel krijgt dat de game in herhaling valt, vlieg je bijvoorbeeld met een jetpack over een besneeuwd zeeplatform terwijl je Helghast over de kling jaagt.

Later race je nog op sneeuwwitte bergen, vecht je tegen gigantische eindbazen en leidt Guerilla je naar de prachtigste plekjes die de planeet Helghan rijk is. Vergeleken met Killzone 2 is de afwisseling in Killzone 3 qua gameplay en  omgevingen immens. Eigenlijk is het enige waarin Killzone 3 absoluut niet varieert de hoge moeilijkheidsgraad. Want je zult sowieso doodgaan. En vaak ook. Daarom kunnen je teamgenoten je in Killzone 3 opnieuw tot leven wekken, maar helaas valt hun kunstmatige intelligentie op dat vlak door de mand. Soms kan een medestander (meestal Rico) je gemakkelijk ´reanimeren´, maar laat hij je zonder reden genadeloos achter om te sterven. De ironie is daarbij treffend, want in ware gevechtssituaties is de kunstmatige intelligentie van zowel je mede- als tegenstanders ontzettend indrukwekkend.

Verslaving

Na het abrupte einde van de singleplayer kun je  aan de slag met de multiplayer, die toegankelijk genoeg is om je evenals de singleplayer meteen bij je klauwen te grijpen. Op het moment van schrijven zijn de servers nog gesloten, maar we hebben de onlinemodi wel kunnen testen met (en tegen) computergestuurde ‘bots’. Wat opvalt is dat de modi voor ieder wat wils bieden. In Warzone wisselen verscheidene doelen elkaar af, zoals het omleggen van een persoon  of het opblazen van een bepaald object. Het met filmpjes ingeleide Operations geeft één partij een missiedoel en de andere partij moet dat doel onmogelijk maken. In Guerrilla Warfare nemen spelers het tegen elkaar op volgens de standaard Team Deathmatch-normen. Zelfs tegen de bots hebben we ons kostelijk geamuseerd. De grote maps lenen zich perfect voor zowel een lekker potje knallen als een lekker potje vernuftig tactisch samenspel. Zelfs als je zonder mede- en tegenstanders van vlees en bloed speelt.

De multiplayer leent veel elementen van Call of Duty, maar doet uiteindelijk wel zijn eigen ding. Unieke mogelijkheden als onzichtbaar worden, meer schild verkrijgen of sneller rennen hebben een interessante invloed op de gameplay. Af en toe slaat de modus door in absolute chaos, maar net als in Call of Duty hoeft dat niet ergerlijk te zijn. De invloed van ‘gadgets’ als de jetpack en onbestuurbare turrets blijft beperkt en dus houdt de sterke balans ook tijdens die minder overzichtelijke stressmomenten stand. Het is en blijft giswerk, maar we hebben er al het vertrouwen in dat de multiplayer van Killzone 3 een heel lang leven beschoren is. Tot nu toe is ons niets tegengevallen aan de speelsessies met bots. Het is enkel nog de vraag of het uitbouwen van je eigen personage wel motiveert om verder te spelen. Dat is het enige dat wij nog niet grondig hebben kunnen testen. Maar zelfs als dat systeem totaal de plank misslaat is er geen man overboord: de gameplay en de modi staan immers nog altijd als een huis. 

Imperfecties

Als je de singleplayer hebt uitgespeeld is er naast de multiplayer niet bijster veel te beleven. Dat is geen gigantisch minpunt, zeker niet gezien de kwaliteit van de twee hoofdmodi, maar toch was bijvoorbeeld een online coöpmodus een flinke aanwinst geweest. Je kunt met een vriend aan de slag in de offline coöp, maar helaas is die modus weinig speciaal. Bovendien vereist de coöp dat je opnieuw begint aan de verhaallijn, wat nogal tergend is als je met een vriend een stukje uit later in de singleplayer wilt spelen. De ondersteuning van 3D-effecten is geinig, hoewel de textures die vlak naast de hand en gun van hoofdpersonage Sev in beeld zijn niet helemaal goed uit de verf komen. Ook het zwiepen en zwaaien in de game met Playstation Move is minder leuk dan het klinkt en deze toevoegingen blijven dus gimmicks, al moet gezegd worden dat de Move-gameplay nog wel voor het nodige vermaak kan zorgen en dus leuk is om eens te proberen.

Als we dan toch aan het zeiken zijn: af en toe laat ook de scripting (de voorgeprogrammeerde gebeurtenissen) te wensen over. Zo waren wij het spel in sommige situaties onbedoeld te snel af. Dat leverde rare situaties op als een commandant die ons toeschreeuwde een trap op te rennen terwijl we hem al geruime tijd bovenaan de trap opwachtte. We hebben ook een keer vastgezeten bij een checkpoint omdat ons medepersonage Rico plots nergens meer te bekennen was. Aangezien hij voor ons de deur moest openmaken konden we nergens heen. Die kleine smetjes doen helaas af aan het overweldigende collectief, maar maken Killzone 3 als algehele ervaring niet minder indrukwekkend. Zelfs imperfecties weerhouden het spel er niet van de nieuwe onbetwiste koning van het shootergenre op Sony’s console te zijn. En dat zal de game zeer waarschijnlijk nog heel lang blijven.