Wat is het toch met het toekomstbeeld van gameontwikkelaars? Als ze weer eens een racegame moeten ontwikkelen die zich in de toekomst situeert, dan komen ze steeds met dezelfde dingen op de proppen. Grote, zwevende parcoursen die sierlijk glooien en kronkelen door een landschap vol wolkenkrabbers die tot de nok toe beplakt zijn met neonverlichting. De parcoursen zelf bevatten her en der pijlen waarmee de snelheid van de coureurs tijdelijk opgevoerd wordt en zo nu en dan mag je een stukje door een psychedelische tunnel vol spectaculaire lichteffecten. Niet omdat je ergens onderdoor moet, maar gewoon omdat het mooi is. Iridium Runners voldoet geheel aan dit veelgeziene toekomstbeeld. Alleen ontbreekt er één ding: zwevende high-tech autootjes. In Iridium Runners banjer je namelijk lopend over de parcoursen. Je bent een atleet die deelneemt aan toernooien georganiseerd door grote, machtige bedrijven. Het grootste verschil tussen het lopen en een normale racewagen, is dat je kunt springen. Dit is vooral nodig om over enkele gaten in het parcours te komen, maar niet om op hoger gelegen stukjes te klimmen of een alternatieve route te vinden. Alternatieve routes zijn er namelijk niet in Iridium Runners. Eigenlijk maakt het geen fluit uit dat je het spel 'lopend' speelt, het hadden evengoed autootjes kunnen zijn.  Men komt nu hooguit makkelijker weg met de stugge besturing en de slordige botsingdetectie aan de randen van het parcours, mits daar geen afgrond zit. Buiten dat had men de lopende poppetjes zo voor autootjes met springveerwieltjes kunnen vervangen en niemand had ervan opgekeken. Net zoals in veel futuristische racegames liggen er in Iridium Runners voorwerpen over de weg bezaaid die je op je tegenstanders los kunt laten. Heel origineel is het allemaal niet. Je hebt projectielen die je vooruit kunt schieten, een tijdelijke boost en mijnen en obstakels die je achter je neerpleurt. Het grootste probleem met de verschillende power ups is dat ze erg ongebalanceerd zijn. Sommige wapens schieten niet meer dan een paar meter voor zich uit of gaan compleet willekeurige richtingen uit, waardoor je nauwelijks iets kunt raken. Een ander wapen, waarmee je alle tegenstanders in één keer verkleint, is daarentegen oppermachtig en stelt je veelal in staat om in één klap van de laatste naar de eerste plaats op de klimmen. Naast de gewone power-ups ligt er ook een goedje genaamd Iridium over het parcours bezaaid. Hiermee vul je je gezondheid aan en kun je ook een tijdelijke extra boost opbouwen die je al buttonbashend met de X-knop activeert. Weinig om over naar huis te schrijven tot dusver, en dat geldt eigenlijk ook voor elk ander aspect van Iridium Runners. Grafisch stelt het niet veel voor, zelfs voor een Playstation 2-titel ziet het er mat en kaal uit. Wanneer het dan soepel over je scherm beweegt hoor je ons niet klagen, maar het gevoel van snelheid ontbreekt compleet terwijl de framerate het regelmatig laat afweten. Ook artistiek valt er weinig vreugde te behalen uit de inspiratieloze omgevingen. Dit vergezeld met enorm irritante deuntjes die voor muziek door moeten gaan en beperkte geluidseffecten, maken Iridium Runners geen lust voor de zintuigen. Maar het ergste is misschien dat het spel zo weinig te bieden heeft dat je het na een paar uurtjes gapend en verveeld uit je console haalt. Zes parcours telt het spel maarliefst, die je hooguit eens achterstevoren, gespiegeld of gespiegeld achterstevoren kunt spelen. Op elk parcours kun je drie spelmodi spelen die nauwelijks van elkaar verschillen. Verder biedt het singleplayergedeelte een enkele race , een kampioenschap of een cup. Deze laatste twee zijn niet meer dan wat bijeengeraapte enkele races die je in volgorde moet doorlopen,  waarna er weer een parcours of een plaatje wordt vrijgespeeld. Of, als je heel veel geluk hebt ,mag je een van de irritante deuntjes op repeat zetten in de ingame jukebox.