De documentaire volgt vier personen van drie games. Allereerst is daar Jonathan Blow, de maker van het in 2008 uitgebrachte puzzelspel Braid. Zijn verhaal is een afgerond geheel; Braid is verschenen, hij heeft tijd gehad om te kunnen reflecteren op een turbulente tijd. Edmund McMillen en Tommy Refenes van Team Meat zitten ten tijde van de documentaire daarentegen op een cruciaal punt. Hun platformgame, Super Meat Boy, moet binnen no-time worden afgerond. En zoals het hoort wegen de laatste loodjes het zwaarst. Tot slot is er Phil Fish, die samen met een collega al jarenlang ploetert en zwoegt aan Fez en vertraging na vertraging heeft opgelopen door tal van tegenslagen, maar ook omdat hij zichzelf tegenkomt.

Het is een muur waar alle heren tegenaan lopen of zijn gelopen. Allen zijn ze opgegroeid met games en vanuit die jeugd hebben ze een passie voor (het maken van) games ontwikkeld. Van Edmund McMillen zijn tekeningen te zien uit zijn jeugd, Phil Fish toont trots wat voor eenvoudige zoekspelletjes hij samen met zijn vader op een oude Apple-computer heeft gemaakt. Het maakt onderdeel uit van hun wezen. Blow benadrukt dit ook meermaals: het ontwikkelen van indiegames is iets persoonlijks, en daarmee komen ook imperfecties tevoorschijn. Je bent kwetsbaar voor heel de wereld. Hoe reageer je daar op?

Bij Blow uitte dit zich in het obsessief volgen van alles wat over Braid werd geschreven en gezegd. Zijn teleurstelling over de oppervlakkige recensies en gedachten steekt hij niet onder stoelen of banken, nog altijd doet het hem pijn dat het persoonlijke verhaal dat in de game zat door velen over het hoofd is gezien. Een soortgelijke twijfel leeft ook bij de andere mannen; wordt de game wel begrepen? En daarmee ook gelijk: word ik wel begrepen?

Aanhoudende onzekerheid

Deze onzekerheid uit zich in heftige emotionele uitspraken. Zonder blikken of blozen vertelt Phil Fish dat hij zichzelf van kant zal maken als hij Fez niet weet af te ronden. Ook Edmund McMillen staart naar het kleine lichtpuntje aan het eind van de ontwikkeltunnel, zich afvragend of ‘t het allemaal wel waard is.

Blow en Refenes laten echter zien dat het uitbrengen van een game niet automatisch betekent dat daarmee de stress wegvloeit. Het moment dat de beoordelingen binnenstromen voelen ze zich uiterst ongemakkelijk. Hun persoon wordt gewikt en gewogen, hoe moet je daarmee omgaan. Wat zegt het als jouw persoon een 9 uit 10 krijgt? Want het gaat op dat moment allang niet meer over de game die ze hebben gemaakt.

Over games

Dat Indie Game: The Movie gaat over personen die toevallig games maken, wordt het best geïllustreerd door Fish’ lijdensweg. Zijn compagnon blijkt hem te hebben verraden, zijn vader kreeg kanker (maar overleefde het) en zijn ouders scheidden. En tot driemaal toe heeft hij Fez opnieuw opgebouwd. Het werk sloopt hem, maar is onderdeel van zijn persoon en houdt hem ook weer op de been. Dit wordt prachtig in beeld gebracht op het moment dat Fish’ in een hotel wacht tot een gamebeurs begint. Hij is afhankelijk van zijn ex-compagnon, die nog een handtekening moet zetten onder een document, voordat hij zijn game mag tonen aan de wereld. Als hij uiteindelijk besluit om zonder die handtekening tóch zijn game te tonen, vloekt en tiert hij als het spel keer op keer crasht, en kijkt hij nerveus toe hoe bezoekers zijn project beoordelen.

 

Het is een hoogtepunt van een documentaire die moeiteloos laveert tussen diepgang voor mensen die games door en door kennen, en nieuwkomers die weinig kaas van controllers en Xbox’en hebben gegeten. Naast de persoonlijke obstakels blijft er ook genoeg ruimte over om bijvoorbeeld te concretiseren wat elke game nu exact inhoudt, een welkome down to earth benadering van de spellen na tal van emotionele betogen en twijfels.. Indie Game: The Movie is zonder meer een indrukwekkende verzameling verhalen van hoe jeugddromen kunnen veranderen in obsessies en daarmee nachtmerries. En het gaat soms ook nog over games.

Indie Game: The Movie is te downloaden via de officiële website en Steam en kost 7,99 euro.