Met de gewone Xbox wist Microsoft maar weinig voet aan de grond te krijgen in Japan. De Xbox 360 lijkt echter, in ieder geval door de ontwikkelaars, niet compleet over het hoofd te worden gezien in het land van de rijzende zon. Zo verschijnt zelfs een typisch Japanse gamereeks als Tokyo Xtreme Racer voor de next-gen console van Microsoft. Ubisoft brengt het spel naar Europa onder de naam Import Tuner Challenge.

Het woordje Import in de titel van het spel duidt op geïmporteerde auto’s. Nu importeren we in Nederland praktisch elke auto, maar dat wordt niet bedoeld. Men doelt hier namelijk uitsluitend op de auto’s die vanuit Japan naar de VS worden verscheept en dan uitsluitend van de merken Nissan, Mitsubitsi, Toyota, Mazda en Subaru. Het woordje Tuner duidt erop dat je de auto’s van deze vijf merken naar hartelust kunt verbouwen en versleutelen. Challenge duidt op hetgeen waar het uiteindelijk allemaal om draait: uitdagende races over de snelwegen rond Tokyo! Althans, dat is de premisse.

De hoofdmoot van Import Tuner Challenge vormt de Quest Mode, waarin je stapje voor stapje een simpele auto uitbouwt tot een waar racemonster, terwijl je het opneemt tegen steeds sterker wordende tegenstanders. Deze tegenstanders ontmoet je op de snelweg of in de parkeergarage. In de parkeergarage staat een beperkt aantal tegenstanders opgesteld en kun je ook informatie inwinnen over je concurrenten, wat je overigens niet veel zult doen. Op de snelweg dien je met lichtsignalen tegenstanders die je achterop komt, uit te dagen. Daarna zal de race direct beginnen.

Tijdens zo’n race is het de bedoeling om de SP-meter, zeg maar de motivatie, van je tegenstander zo snel mogelijk leeg te racen. De SP-meter neemt af wanneer je ver voorligt op een tegenstander of wanneer de tegenstander ergens tegenaan botst, bijvoorbeeld tegen een sporadische tegenligger, een vangrail en eigenlijk vooral tegen jezelf. Je hebt zelf overigens ook een SP-meter, die precies op dezelfde manier omlaag gaat. Sturen via de vangrail, iets wat in Burnout nog een prima tactiek kan zijn, is hierdoor niet aan te bevelen.

Wanneer je een race wint krijg je punten, die je kunt gebruiken om overdag aan je auto te sleutelen. Je kunt je wagen zowel op technisch als visueel vlak verbeteren. Een nieuwe motor, versnellingsbak, remmen, nieuwe bumpers, spoilers en een gat in je motorklep, het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Ook qua kleurtjes en stikkers is er keuze te over. Naast nieuwe onderdelen kun je ook je verschillende onderdelen vrij nauwkeurig afstellen, als is het racegedrag dermate arcade dat het weinig zoden aan de dijk zet. Het is niet zo dat je wagen met een verkeerde instelling onbestuurbaar wordt.

Naast deze ‘SP-races’ is er eigenlijk maar één andere soort race in Import Tuner Challenge, en dat is de ‘Time Attack’. Hierbij is het de bedoeling om eerder dan je tegenstander op een bepaald vast punt aan te komen. In het grootste deel van de races rijd je maar tegen één opponent. Slechts sporadisch dient een andere coureur zich tijdens de race aan. Wanneer je alle coureurs van een vijandig raceteam verslagen hebt, moet je het opnemen tegen hun leider. Heb je meerdere leiders verslagen dan is het tijd voor een bossfight, een race tegen een zogenaamd extra sterke opponent. Zelfs deze bossfights houden vast aan de standaard opzet van ‘SP-races’ en zijn veelal met dezelfde eenvoud te verslaan als de sterkere normale tegenstanders.

Het gebrek aan variatie in racemodes wordt niet echt geholpen door de parcours waarop je mag racen. Je racet uitsluitend, enkel en alleen op snelwegen. Asfalt is de enige ondergrond en beton en vangrail de enige barrière die voorkomt dat je van het asfalt af raakt. De hoeveelheid snelweg waarover je mag scheuren, is ook nog eens erg beperkt, waardoor je op een gegeven moment elke bocht kunt dromen. Het lelijkste van al het beton in de game zijn de tunnels, die elke vijf seconde hetzelfde patroontje herhalen en die zo uit een Playstation 1 game hadden kunnen komen. Ontwikkelaar Genki, we zijn inmiddels twee generaties verder!

Verder is Import Tuner Challenge grafisch overigens niet afschuwelijk, maar het ‘next-gen’-aspect komt hoogstens tot uitdrukking in de resolutie. Alles wat je ziet zou prima op de gewone Xbox, of misschien zelfs op de Playstation 2, mogelijk moeten zijn. De auto’s zien er nog het mooist uit, maar het is bij verre geen Project Gotham Racing 3 of Test Drive Unlimited. De spelopbouw, de menu’s, de relatief lange laadtijden, alles in het spel geeft je een ‘current-gen’ gevoel. Als er ook een Playstation 2-versie was geweest, had ons dat niets verbaasd. 

Import Tuner Challenge is overigens ook via Xbox Live speelbaar, maar op de meest gangbare tijdstippen voor Nederlandse begrippen, was er geen kip online te vinden. Na een kwartiertje wachten diende iemand zich aan om tegen me te racen, iemand met veel meer ervaring dan ik, en binnen enkele seconden was hij alweer uit het zicht. De kans dat je tegenstanders vindt die bij je passen, is met zo’n dun gezaaide community erg klein. Splitscreen, voor maximaal twee spelers, blijkt qua multiplayer toch de beste keuze.