Ontwikkelaar Pyro en uitgever Eidos. Zelden zijn deze twee genoemd in een zin waarbij het niet ging over een deel uit de Commandos reeks. Sinds kort heeft Pyro de wereld een nieuw spel geschonken wat weer het nodige tactische inzicht vereist: Imperial Glory. De beste omschrijving is een verwerking van het bordspel Risk tot een mix met Rome: Total War, een teentje Pirates of the Caribbean en een scheut Civilization. We namen het spel onder handen om te zien of het een smakelijk mengsel is geworden.

Imperial Glory (IG) is een mix geworden van turnbased en realtime strategy. De politieke beslissingen op de wereldkaart worden om beurten genomen, net als het delven van grondstoffen en het verplaatsen van eenheden. Komen de grootmachten op de wereldkaart tot een conflict, dan zoomt het spel in op het territorium van de strijd en kan er in een volledige 3D omgeving naar hartelust worden geëxperimenteerd met allerlei oorlogstactieken. Hierbij dient de speler op te letten welke eenheden het beste tegen elkaar presteren en in wat voor formatie. Soms zijn er gebouwen of natuurlijke obstakels als voordeelposities te gebruiken in de strijd. De echte turnbased liefhebbers kunnen de strijd aan de hand van de eenheden ook laten berekenen en zich enkel op het management van het Rijk richten.

Bij aanvang van het spel zijn er drie tutorials en vijf campagnes beschikbaar. De tutorials beschrijven in het kort de speelstijl op de overzichtskaart, geven aan hoe er succesvol op het land moet worden gestreden en werpen een blik op zeegevechten. Bij de summiere uitleg had iets dieper op het managementgedeelte ingegaan mogen worden; tijdens de eigenlijke campagne is het soms maar afwachten wat bepaalde politieke besluiten tot gevolg hebben.

De vijf campagnes gaan ieder in op de ontwikkeling van een grootmacht rond de 18e eeuw. De te spelen naties zijn Groot Brittannië, Frankrijk, Oostenrijk, Pruisen en Rusland. Voor de Hollanders die een roemrijke rol voor ons kikkerlandje zien: helaas, Nederland is enkel vertegenwoordigd als figurant onder de naam Batavia. Hoofdstad Brussel en één haven: Amsterdam. Het land kan worden ingelijfd als provincie. Ieder Rijk heeft tijdens de campagne een aantal speciale voordelen. Zo kan Engeland als zeemacht al vroeg schepen produceren. Frankrijk daarentegen kan direct aan de training van soldaten beginnen.

Het spel start rond 1789 en loopt door tot 1830. Tijdens het spel zullen bij het aantrekken van strategen, ook bekende namen om de hoek komen kijken. Bij Engeland bijvoorbeeld Wellington en bij Frankrijk Napoleon. Onvermijdelijk doet deze titel denken aan eerdere edities uit de Total War reeks, met als meest recente voorbeeld het sterke Rome: Total War. Imperial Glory heeft echter de nodige eigen verrassingen in petto. Tijdens het spel is er een 'technology tree' te doorlopen met vier stromingen, een systeem vergelijkbaar met Empire Earth. Onderzoek kan worden gestaakt wegens kostenbesparing, of aangemoedigd door het bouwen van scholen en universiteiten. Zijn er voldoende uitvindingen onderzocht, dan rolt het Rijk in een volgend tijdperk na de keuze voor een bestuursvorm. Anders dan bij de meeste RTS spellen (Age of Empires, Empire Earth, Civilization) heeft IG slechts drie tijdsperiodes.

Om terug te komen op de vier stromingen in het onderzoeksschema: deze zijn ongeveer gelijk aan de vier veroveringsstrategieën die er in het spel voor handen zijn. Zo geeft de eerste tak van het schema voordelen bij het inwinnen van grondstoffen. Grondstoffen heeft iedere staat nodig en zijn ook onderling te verhandelen. Er zijn er vier: goud, ruwe materialen, populatie en voedsel. Goud komt voort uit handel en belasting, ruwe materialen worden ingewonnen na het bouwen van houtzagerijen, mijnen etc. Voedsel wordt verbouwd op boerderijen en de populatie werk je omhoog door ziekenhuizen te stichten en zo het sterftecijfer omlaag te werken. Je bevolking is het enige wat niet is te verhandelen en vormt daardoor vaak de bottleneck om de speler niet te gemakkelijk alles vol te laten bouwen.Vervolgens is er de militaire tak. Hier vindt onderzoek plaats naar betere barakken, stallen en andere trainingscentra. Aanvankelijk zijn units enkel te trainen in de hoofdsteden van je staten, waardoor je genoodzaakt bent wijs met ze om te springen. Voor het verplaatsen van je legers op de overzichtskaart, dien je ze eerst te binden aan een leidinggevende. In het begin is er de kapitein, een vrij lage rang die enkele troepen kan begeleiden. Na het uitbreiden van je militaire academie zijn ze op te waarderen tot hogere rangen zoals kolonels en generalen. Ook voor de infanterie, cavalerie, artillerie en broodjes brie verschijnen nieuwe units.

Een militair leider palmt nieuwe lidstaten met geweld in, vertrouwend op de constante productie van units en minder politiek correct gebabbel. Het real-time vechten in 3D is vergelijkbaar met hetgeen uit de Total War spellen; duizenden units op een kluitje. Juiste formaties zijn van levensbelang. De camera is hierbij wel eens lastig te plaatsen. Ook op zee moet er worden gestreden, waarbij vooral de wind, het blikveld vanaf je schepen en hun munitie een vitale rol spelen. Wil je het vijandelijke schip tot zinken brengen, de zeilen verwoesten om het stil te leggen of de bemanning afslachten om het schip in te nemen? De keuze is aan jou. Zowel je zeelieden als manschappen op het land doen ervaring op bij hun strijd.

"Wie heeft er gisteren bruine bonen gegeten?!"

Dan is er de politieke tak. Voor de fijnproevers die geen zin hebben in oorlogen en gebieden liever vreedzaam annexeren. Van belang hierbij is de relatie met het gebied. Bereikt de waardering van het land een waarde van 100% voor je rijk, dan zal de staat zich vanzelf aan je zijde scharen en niet meer wijken totdat ze ingenomen wordt door een vijandige natie. Deze waardering is op te krikken door het onderhouden van goede handelscontacten (genoeg goud doet wonderen), het aangaan van een gezamenlijk defensief verdrag of coalitie, het betreden van elkanders grondgebied toelaten, schenkingen verlenen, het uitwisselen van legers en ga zo nog maar even door. Zeer nuttige opties zijn het bouwen van een consulaat in het gebied om je populariteit te versterken. Een lokale krant oprichten is goed voor de propaganda. Volledig op deze wijze is overigens niet te winnen: op een gegeven moment hebben de vijf grote rijken alle beschikbare staten opgeslokt. Een politiek trucje wat dan nog rest is het ondersteunen van de opstandige autochtone troepen in een land. Wanneer je dan tot oorlog besluit met het heersende rijk, zal de lidstaat zich vrij vechten en is weer klaar om te worden ingenomen.

Voor spelers op zoek naar rijkdom, is er de handelstak. Hierin wordt onderzoek verricht naar grotere winsten uit je handelsbetrekkingen met de overige staten. Voorbeelden zijn nieuwe handelsschepen om je zeeroutes intensiever te benutten, uitbreidingen aan de handelsdepartementen in het buitenland, douaneposten voor tolheffingen op goederenverkeer of smokkelroutes om nog omzet te halen uit versperde routes. Bijna al de transacties met de andere naties gaan gepaard met een hoeveelheid goud. Voor een vreedzame omgang met het buitenland is goud onmisbaar en geeft (als je er ladingen van biedt) ook nieuwe mogelijkheden. Heeft je rijk namelijk een flinke vaste stroom van inkomsten, dan annexeer je geen gebieden maar koop je ze simpelweg van andere naties.

Met het onderzoeken worden nieuwe quests vrijgegeven die bij het behalen een bonus voor je rijk opleveren. Overwinnen kan uiteindelijk door het behalen van de meeste punten (gebaseerd op je economische en militaire positie) of door de gehele kaart te veroveren. Ben je eenmaal op de campagnes uitgekeken, dan zijn er nog de historische scenario’s waarin bekende veldslagen zoals de slag bij Waterloo (met onze eigen Prins van Oranje) zijn na te spelen. Naar verwachting zal dit niet snel gebeuren: een campagne loopt van 1789 tot 1830, waarbij iedere beurt één speelmaand in beslag neemt. Aangenomen dat je bij iedere beurt een minuutje besteedt aan micromanagement en de uitkomsten van gevechten laat berekenen, ben je al meer dan 40 speeljaar = 480 beurten = 8 uur bezig voor één partij. Multiplayer matches zijn via LAN en online te spelen met maximaal 4 spelers, maar moeten helaas het turnbased gedeelte missen.

Grafisch is de speelkaart niet iets om over op te scheppen, deze draait dan ook om het overzicht. De gevechten zien er wel goed uit, het schept grootse voldoening de troepen van de tegenstander te overlopen met massa’s ruiters. Het doet niet onder voor Rome: Total War. Veel geluid is er niet; het meeste komt voort uit je troepen bij de veldslagen. De achtergrondmuziek van het spel dringt zich niet op tijdens het spelen.

Pyro heeft met Imperial Glory de ultieme vorm van Risk op de PC bereikt, gecombineerd met de grootschalige 3D battles uit spellen als de Total War reeks. De meeste RTS liefhebbers zullen een aankoop goed moeten overwegen door de diplomatieke haken en ogen en het turnbased gedeelte wat het spel bevat. Wie bij het horen van Shogun of Medieval het hart sneller gaat kloppen én op z’n tijd van een potje Risk houdt, rent het beste naar de dichtstbijzijnde gameshop om deze titel in de collectie op te nemen.