Realistisch stromend water is één van de moeilijkste dingen om te simuleren en is daarom ook nog één van de weinige dingen die we vooralsnog moesten missen in de hedendaagse games. Physics, lichteffecten, zelfs gigantische interactieve, vrij toegankelijke steden: het is allemaal allang mogelijk, maar stromend water ontbrak nog. Tot nu, want ontwikkelaar Dark Energy Digital heeft een engine in elkaar geknutseld die de bewegingen van grote massa’s diwaterstofoxide aardig weet na te bootsen. Hydrophobia is het spel dat men maakte om deze technologie aan de wereld te presenteren.

Spetter, pieter, pater

Op het droge is Hydrophobia een gewone third-person actiegame die grafisch ergens tussen de vorige en deze generatie consoles in hangt. Je kunt dekking zoeken, schieten en af en toe een stukje platformen. Het beweegt en voelt allemaal niet bijzonder soepel, met een camera die hevig in het rond slingert in de smallere ruimtes en een hoofdpersonage waar weinig motion capture aan te pas is gekomen. Maar Hydrophobia is slechts een downloadbare titel en heeft natuurlijk water: liters water.

En dat water ziet er best goed uit. Het golft lekker op en neer en vooral wanneer je de deur tussen twee ruimtes opent met verschillend waterniveau is het mooi om te zien hoe die in elkaar overlopen. Voor echt water is het soms nog wel wat hoekig en ook de snelheid waarmee ruimtes vollopen lijkt iets te laag te liggen, maar het is vooralsnog het beste water dat we gezien hebben. Net als dat de eerste physics-engines nog geen perfecte physics hadden (we herinneren ons Trespasser nog), zo heeft Hydrophobia geen perfect water. Maar het komt ermee weg, want iemand moet toch de eerste zijn die het probeert. En de kwaliteit van het water past in ieder geval goed bij de PlayStation 2-looks van de omgevingen.

Waar Hydrophobia kansen laat liggen, is om echt iets met het water te doen. Slimme puzzels bijvoorbeeld, puzzels waarin je water tussen verschillende ruimtes heen en weer moet laten stromen, water moet gebruiken om vuur te blussen of tegenstanders moet verrassen met een plotselinge waterstroom die ze mee de afgrond in sleurt. Zulke situaties zitten weliswaar in Hydrophobia, maar zijn stuk voor stuk scripted. Het spel dicteert je dat je een deur open moet doen en vervolgens kijk je naar hoe het vuur geblust wordt. Wat is het nut van real-time berekende waterstromen, als de speler ze zelf niet eens kan sturen?

Doe dit, doe dat

Nee, Hydrophobia dicteert liever. Stap voor stap vertelt het wat je moet doen, met een gruwelijke Schots accent dat je binnen de kortste keren op de zenuwen werkt. We snappen de associatie van water en Schotland wel, maar het is niet voor niets dat we op de Nederlandse tv ook geen Limburgse voice-overs hebben: gewoon irritant. Alles wat die Schot zegt is ook steeds hetzelfde: zoek een frequency key, zoek een cypher code. De missies omvatten weinig anders dan het zoeken naar sleutels, het hacken van computers, het openen van deuren of het dichtdraaien van waterleidingen. Waarom je eigenlijk weer naar hot of her wordt gestuurd is al snel onduidelijk, je loopt braaf de missiedoelen af om de zoveelste gesloten deur te openen. Het decor verandert nauwelijks: grijze, metalen gangen, een doolhof vol dezelfde saaie deurtjes. Was ik hier niet al geweest?

Tussen het openen van deuren door mag er ook geknald worden in Hydrophobia. Deze vuurgevechten vormen het slechtste aspect van het spel. Het dekkingsysteem werkt op arbitraire plaatsen ineens niet, het mikken over de schouder zoomt veel te ver in en de kogels missen elke vorm van impact. Er zitten nochtans genoeg leuke ideetjes in: vijanden verdrinken als ze in kniehoog water tijdelijk verdoofd liggen en water kan onder stroom worden gezet. Maar de gevechten missen dynamiek, overzicht en spektakel.

Hydrophobia mag dan wel een relatief goedkope, downloadbare game zijn, maar door de genrekeuze concurreert het gewoon met de grote jongens. Met een Uncharted, een Gears of War. Het concurreert immers niet alleen met onze portemonnee, maar ook met onze tijd. En zodra het leuke van het water eraf is, is Hydrophobia middelmatig in alles en voelt het alsof je je tijd eraan verdoet met al die veel leukere, sfeervollere, inspiratievollere games op de plank. Dark Energy had beter naar Portal kunnen kijken, dat het briljante idee van portalen ook niet verknalde aan een willekeurige shooter, maar er een prachtige puzzelgame rond ontwikkelde. Zulke potentie zit ook zeker in het dynamische water van Hydrophobia. Hopelijk laat Dark Energy eventuele vervolgepisodes van Hydrophobia lekker zitten, om de goudmijn van het dynamische water eens écht aan te boren.