Het is niet makkelijk om de Prins van de Hel te zijn. De hele dag je onderdanen martelen en als je dan lekker in bad wilt ontspannen met je verzameling rubberen eendjes, staat de paparazzi voor het raam met een telelens. Dat kan prins Ash natuurlijk niet over zijn kant laten gaan! En zo begint zijn queeste om alle honderd monsters die zijn pikante foto’s op het Hellternet hebben gezien op brute wijze af te slachten.

Klinkt bizar? Dat is het ook, en dat houdt het spel de rest van de tijd vol. Tussen de honderd monsters die gestraft moeten worden zitten bijvoorbeeld een drol met een kettingzaag op zijn hoofd (serieus!) en een mechanische teddybeer met laserogen. De game ziet er prachtig en scherp uit en het cartoony stijltje past prima bij het onzinverhaal dat je krijgt voorgeschoteld. Tijdens je moordpartij kom je langs verschillende locaties in de hel, zoals een nachtclub en een museum. Deze levels zijn groot genoeg om te kunnen verkennen en vaak zijn er stukken afgesloten waar je pas langs kunt als je nieuwe wapens hebt gevonden. Je kunt dus later terugkomen om nieuwe geheimen te ontdekken.

Cirkelzaagjetpack

De actie in Hell Yeah voelt prima aan. Ash heeft een gigantische cirkelzaag om zich heen, waarmee je vijanden met gemak doormidden splijt. Het wapen doet ook nog dienst als jetpack, zodat je flinke sprongen kunt maken. Naast zijn trouwe zaag heeft de Prins altijd een wapen bij zich, zoals een vlammenwerper of een shotgun, voor die vijanden die immuun zijn voor zagen.

Dat brengt gelijk een probleem met zich mee, aangezien de meeste vijanden gewoon neergeschoten kunnen worden. Hoe gevaarlijk of gigantisch een tegenstander ook lijkt, over het algemeen kun je hem gewoon vanaf een afstandje bestoken met je bazooka. Ongeveer driekwart van de monsters biedt daarom totaal geen tegenstand en dat gaat op een gegeven moment vervelen. De leukste momenten zijn dan ook de secties waar je je wapens moet inleveren en met puzzels de monsters moet verslaan. Maar die komen veel te weinig voor om de aandacht vast te houden.

Minigames, minigames, minigames!

Over vervelen gesproken: elk monster dat je neerschiet moet nog een laatste klap krijgen in de vorm van een minigame. Meestal gaat het om kleine spelletjes die doen denken aan WarioWare, waarbij je heel vaak of op het juiste moment op een knop moet drukken. Doe je het goed, dan krijg je een bloederig filmpje te zien waarin je vijand de ruimte in wordt geslingerd of wordt verslonden door een dinosaurus. Mislukt het, dan snoept het monster wat van je health af. Irritant, want bij de meeste games zie je niet zo snel wat je precies moet doen. En aangezien je honderd monsters moet verslaan, gaat het op den duur ook nogal... precies, vervelen.

Nog vervelender wordt het als je ineens een moeilijker stuk tegenkomt, waar precieze platformactie is vereist. Niet dat een beetje tegenstand zo erg is, maar de straf op doodgaan is tergend. Hell Yeah werkt namelijk met een checkpointsysteem, dus als je het loodje legt word je een stukje teruggezet in het level. Het frustrerende is dat je ook de hoeveelheid health houdt die je bij dat checkpoint had. Het kan dus zomaar zijn dat je bijna dood bij een checkpoint wordt neergezet. Dan moet je óf verdergaan en proberen niet geraakt te worden, óf minutenlang teruglopen op zoek naar een punt waar je je gezondheid weer kunt opladen.

Grappen en grollen

Mocht dat checkpoint net voor een eindbaas zijn, dan moet je ook het ongemakkelijke gesprek dat Ash met elke boss voert weer doorploegen. Hoewel het visuele stijltje erg komisch is, zijn de conversaties vaak pijnlijk ongrappig. Tegen de eerste baas zegt Ash: “zo, dus jij bent de eerste baas. Jou moet ik verslaan om naar het volgende level te komen.” “Oh,” zegt de baas, “zullen we dan maar?” Ook worden er soms eeuwenoude grappen gebruikt: Ash zegt op een gegeven moment echt “Talk to the paw!” Snap je? Want konijn hebben geen handen! Dit soort flauwe gesprekjes botsen enorm met de leuke vormgeving, die wel regelmatig een glimlach op je gezicht tovert.

De game duurt ongeveer acht tot tien uur, en daarna kan je nog aan de slag met extra missies. Ook kun je de monsters die je hebt gevangen voor je laten werken op een soort slaveneiland, maar aangezien ze nooit wat boeiends voor je maken heeft dat eigenlijk weinig zin. De kans is bovendien groot dat je voor die tijd al bent afgehaakt. Voor fans van extreme absurditeit valt er nog wel een middagje plezier uit de game te halen, maar over het algemeen is het meer Hmmm Mwah dan Hell Yeah.