Grand Slam Tennis verscheen twee jaar geleden op de Wii en verraste enorm. Grand Slam Tennis 2 is minder cartoonesk en toegankelijk, en verschijnt alleen op de PlayStation 3 en Xbox 360. Een karakteristieke slagstijl of eigenschap overnemen van een eerder verslagen tegenstander is onmogelijk en hoewel je 'm ook met de Move kunt spelen, is de nadruk verlegd van zelf bewegen naar de controller. Daardoor is het hele concept van een in-game workout (lees: stel je eigen trainingsschema op en verbrand calorieën) vervangen door een steriele, meer traditionele insteek. Het is op papier dus een vervolg, maar eigenlijk merk je daar niet heel veel van.

Boogballetje

Hier is op zich niets mis mee. Een titel als Top Spin waagt zich ook niet aan dit soort poespas. Grand Slam Tennis 2 lijkt in eerste instantie naar deze grote speler te neigen; de presentatie is serieus en de besturing vereist enige vaardigheden. Je kunt zoals gebruikelijk met de knoppen spelen, maar het is veel waardevoller als je de rechter analoge knuppel gebruikt om ballen terug te meppen. Al naargelang de beweging die je maakt, geef je effect en richting aan je slag. Met de triggers kun je een lob of dropshot maken. Timing is hierbij cruciaal, anders vliegt de bal het publiek in, sla je een lullig boogballetje of maak je een volledige misser.

Dit principe werkt goed. Je hebt op deze manier genoeg controle over je slagen. Ook zorgt dit ervoor dat je niet zomaar de baan betreedt en iedereen het nakijken geeft; het is zaak eerst de basis onder de knie te krijgen. Althans, dat zou je denken. Speel je tegen de computer, dan valt dit hele idee namelijk volledig weg. Een goed voorbeeld daarvan is de carrièremodus. Je maakt een eigen speler (of speelster) aan, past de speelstijl naar smaak aan en begint als laatste op de wereldranglijst. Je rating is 35, terwijl die van topspelers ergens in de 80 ligt. Maar hoe slecht je ook speelt, je zult winnen, zowel van fictieve spelers als van Nadal en Federer. Aces (met een snelheid van nog geen honderd km/h) volgen elkaar in rap tempo op en als je serve-volley speelt, ben je binnen twintig minuten kampioen.

Designkeuzes

Zo gaat het de eerste twee (!) seizoenen door. En hoewel je alles wint, sta je dan pas ergens in de subtop. Dan begint seizoen drie en krijg je plotseling tegenstand. Het ironische is alleen dat de kenmerkende speelstijl van je tegenstanders juist dan wegvalt. In eerste instantie is Nadal nog dat verdedigende renmonster, tijdens dit seizoen komt 'ie alleen nog maar naar het net. Weg authenticiteit en ook weg tactische diepgang. Aangezien zo iedere speler op dezelfde manier speelt, ongeacht score en ondergrond, ga je ook zelf op een zeer eenzijdige manier spelen. Dat de besturing dan redelijk precies werkt en de ruimte geeft om tussen speelstijlen te wisselen, doet er dan eigenlijk niet meer toe. Oh, en waarom doen die oude spelers als Cash en McEnroe mee, terwijl ze op hetzelfde moment ook nog eens belabberd commentaar geven?

Door dit soort gekke designkeuzes mist Grand Slam Tennis 2 die visie die Top Spin en Virtua Tennis tot goede, uitdagende en geloofwaardige spellen maakt. Zonde, want de basis is prima en dat merk je vooral wanneer je met je eigen speler online gaat. Pas dan hebben je nauwkeurig opgebouwde specialiteiten daadwerkelijk zin en heb je het idee dat dat specifieke tennisracket een voordeel biedt op een snelle baan. Tactiek loont plots wel degelijk, overigens zonder dat daarbij 't niveau en vooral de nuance van Top Spin 4 benaderd wordt.

EA zou EA niet zijn als de online functionaliteiten uitgebreid en goed doordacht zijn. Een klein, leuk detail is bijvoorbeeld dat je elkaars speler kunt downloaden. Toptennissers die geen deel uitmaken van het oorspronkelijke roster, zijn inmiddels al vol enthousiasme nageboetseerd en kun je zo dus moeiteloos downloaden.

Klassiek

Online is Grand Slam Tennis 2 dus de moeite waard, zonder echt baanbrekend te zijn. Een sterk punt is tenslotte dat EA een paar belangrijke licenties heeft gekocht; de tv-achtige presentatie is voorzien van het ESPN-logo, Wimbledon zit erin en er is uit relatief veel oude bekenden te kiezen. We hadden het al over McEnroe en Cash, maar ook onder meer Becker, Borg, Navratilova en Henin maken hun opwachting. Deze line-up maakt de Classics-modus nog een aardige extra; je speelt delen uit historische wedstrijden uit de jaren zeventig, tachtig, negentig en nul na. Ook fictieve potjes komen aan de orde: hoe zou Federer presteren tegen McEnroe op het heilige gras van Londen? Al snel krijg je relatief flink tegenwicht, dat helaas gepaard gaat met de eerder genoemde kanttekening: authentieke speelstijlen ontbreken grotendeels, waardoor je eigenlijk altijd met dezelfde tactiek de strijd aangaat.