Het offroad-racespel Fuel draait vooral om één ding: grootschaligheid. Met een totale oppervlakte van ruim 14.000 vierkante kilometer is het zelfs de grootste spelwereld ooit in een game. Het mag dan ook als een kleine mijlpaal binnen de industrie gezien worden. Deze indrukwekkende grootte heeft dan ook als gevolg dat je uren nodig hebt om van het ene naar het andere uiterste van de wereld te rijden.

    

De wereld van Fuel kent meerdere districten, die qua uiterlijk behoorlijk van elkaar verschillen. Rijd je eerst nog door een winderige zandwoestijn, enkele tientallen kilometers verder zijn het vooral gebergten met besneeuwde toppen die de klok slaan. Daarnaast heb je tijdens de hoofdmodus van Fuel de vrijheid om door deze wereld rond te rijden, al moet je de districten wel afzonderlijk van elkaar vrijspelen. En dit loont zich, aangezien in de wereld meerdere race-evenementen te vinden zijn.

   

Te weinig vrijheid

Bij deze evenementen komt de grootse en open opzet van de spelwereld het beste tot z'n recht bij de checkpoint-races, mits de checkpoints relatief ver uit elkaar liggen. Dit komt vooral door de vrijheid om zelf je route naar de eindstreep te bepalen. Hier ligt dan ook de kracht van Fuel. Door de grote verschillen in landschap en het open karakter van de spelwereld is het namelijk de moeite waard om van geasfalteerde wegen af te wijken en gebruik te maken van één van de talloze routes. Des te vervelender is het dan ook dat deze races slechts een deel van het spel omhelzen.

De overige evenementen laten zich het beste classificeren als varianten op de gebruikelijke spelmodi uit racespellen. Zo zijn er wedstrijdjes waarbij je binnen een bepaalde tijd de finish dient te bereiken of is het de bedoeling om een bepaald voertuig in te halen en van de weg te beuken. Ook zijn er evenementen aanwezig die in eerste instantie uniek lijken, maar in wezen niet al te veel extraatjes om het lijf hebben. Te denken valt aan een speloptie waarbij je racet tegen een helikopter, wat in wezen niet meer dan een race tegen de klok is. Spijtig genoeg wordt de route in al deze evenementen min of meer voor je uitgestippeld, waardoor de potentiële racevrijheid dus in feite volledig wegvalt. En dat is een behoorlijke domper, want juist op dit vlak weet Fuel te overtuigen.

Waanzinnige tornado's

Naast de enorme spelwereld spitst Fuel zich ook nog op iets anders toe: extreme weerseffecten. En extreem zijn ze zeker. De regen- en sneeuwval is al behoorlijk hevig te noemen, maar echt interessant wordt het pas wanneer het begint te stormen en te ontweren. Het is erg indrukwekkend om gedurende een race in de achtergrond een enorme tornado te zien opduiken. Dat je er bovendien op je dooie gemakje naartoe kunt rijden, maakt het geheel nóg spectaculairder. Daarnaast maakt de engine gebruik van een dag- en nachtcyclus. Deze is iets minder indrukwekkend, maar toch vrij aardig uitgewerkt.

Speltechnische onmacht

Ondanks de ongekende grootte van de spelwereld en de vele weerseffecten laat Fuel toch een overwegend negatief gevoel achter. Dit is vooral te wijten aan de speltechnische onmacht van de game. Vrijwel alle spelelementen zijn ver onder de maat. Ten eerste kent de besturing niet al te veel finesse. De voertuigen besturen veel te licht, waardoor ze als het ware over de oppervlakte schuiven. Corrigerende tikjes zorgen bovendien vaker dan je lief is voor radicale stuurbewegingen. Tot slot rijden de verschillende voertuigen in wezen zo goed als hetzelfde. En dat is op z'n minst erg vreemd te noemen. Motoren zouden immers qua rijstijl toch behoorlijk moeten afwijken van de grotere rallywagens.

Ook is er een chronisch gebrek aan snelheid en actie, wat toch wel een vereiste is bij een offroad-racespel als Fuel. Zowel de spectaculaire crashes als het gevoel dat een voertuig door de immense snelheden nauwelijks onder controle gehouden kan worden, schitteren door afwezigheid. En aangezien de meeste race-evenementen behoorlijk wat tijd kosten, resulteert dit al gauw in vrij lusteloze en monotone wedstrijdjes.

De kunstmatige intelligentie dikt het laatstgenoemde alleen nog maar aan. De computergestuurde tegenstanders wijken nauwelijks af van de gebruikelijke routes en volgen elkaar als een zielloos treintje naar de eindstreep. Dit mankement is weliswaar afwezig gedurende online speelsessies, maar hier duiken weer andere kanttekeningen op. Zo is er sprake van de nodige lag en worden de unieke mogelijkheden van Fuel nauwelijks benut. Het komt er immers vooral op neer dat je kleinschalige races aan het rijden bent. Je kunt weliswaar met maximaal zestien personen door de open wereld rijden, maar dat is gezien de enorme omvang van de wereld een veel te gering aantal om werkelijk een interessante speloptie te zijn.

Eentonige achtergronddeuntjes

Ook het technische gedeelte weet niet bepaald te overtuigen. Een goed voorbeeld hiervan is de hinderlijke pop-up. Om de haverklap verschijnen er uit het niets objecten in het beeld, wat ten koste gaat van het overzicht. En dit gebrek aan overzicht is behoorlijk vervelend. Een van de best uitgewerkte aspecten van Fuel is namelijk de mogelijkheid om zo nu en dan de meest snelle route naar de finish uit te volgen, maar dit wordt hierdoor een stuk vervelender. Bovendien lijkt het nogal willekeurig welke objecten je wel, en welke je niet kapot kunt rijden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de zwakke geluidseffecten van de voertuigen, de tergende achtergrondmuziek en het matige schademodel.