“Ben je fan van de reeks?”, vroeg onze hoofdredacteur toen hij iemand zocht om Flatout 3 te recenseren. Nou, we kunnen je in ieder geval verklappen dat je geen fan hoeft te zijn om te zien wat voor een gedrocht Flatout 3 is geworden. Sterker nog, na onze eerste ronde moesten we een traantje wegpinken, dat krijg je als iets of iemand waar je om geeft bruut van je weggerukt wordt.

Een gechargeerde reactie? Absoluut niet! Want grotere fans van de Flatout-reeks (en dan vooral het tweede deel) zijn er bijna niet. Maanden hebben we doorgebracht op Riverbay Circuit, Downtown en op de Special Circuits. Uitdagende tracks met verschillende coole shortcuts en een prima diversiteit tussen de banen onderling. Banen die in combinatie met een breed aanbod aan toffe wagens, met bijpassende stoere namen zoals de Splitter, de Insetta of de Sunray, nog steeds zorgen voor een warm gevoel.

We hebben gruwelijke botsingen overleefd in chaotische destruction-potjes en tot diep in de vroege ochtend geoefend en geoefend tot we alle ringen in de Ring of Fire perfect konden nemen. Sowieso waren we stiekem een beetje verslaafd aan de grappige sportstunts met de reuze bowlingbaan en het zwembad vol met rubberen eendjes. Ja, ze waren absurd en hoorden absoluut niet in een racegame thuis, maar dat maakte het juist zo aantrekkelijk.

Wat we vooral hebben onthouden, zijn die races die we gewoon lekker met één hand konden afmaken. Gewoon omdat het kon. De besturing van Flatout was zeker niet realistisch en niet alle wagens waren perfect, maar door de controle die je meestal wel had, voelde het driften en het op volle snelheid nemen van de bochten zo heerlijk aan. Lekker racen tot je erbij neerviel, beukend de bocht door en uiteindelijk met een handrembochtje over de finish omdat we dankzij al die uren spelen een straatlengte voorlagen op de concurrentie.

Afkicken

Ja, we waren Flatout-verslaafd. En met de nadruk op waren, want met Flatout 3 is het makkelijker afkicken van onze verslaving dan wanneer je een alcoholist zijn mond dicht naait. En weet je wat ons helemaal een wrange nasmaak geeft? Flatout 3 komt van Nederlandse bodem. Om precies te zijn van Team 6, een kleine ontwikkelstudio die gewoonweg nog niet de ervaring en de middelen heeft om de erfenis van Bugbear Entertainment op zich te nemen. Een kijkje op de site en bijbehorende catalogus (met een groot aanbod aan games) laat zien dat Team 6 absoluut potentie heeft om door te groeien naar een degelijke ontwikkelaar, maar als je een bekende reeks zoals Flatout onder handen neemt, dan zul je toch echt beter voor de dag moeten komen.

En geloof ons, we zouden niets liever zeggen dan dat Flatout 3 een pareltje is, gemaakt op eigen bodem. Zo vaderlandslievend zijn we wel. Maar dat kan simpelweg niet. De pluspunten zijn helaas op een hand te tellen. Er is een gevarieerd aanbod aan spelmodi, waarbij Speed (een modus waarbij je geen handrem mag gebruiken) en de nachtraces op papier nog best te pruimen zijn. Maar zoveel spelmodi er zijn, drie keer zoveel frustraties zul je krijgen te verwerken in een game die nog het best te omschrijven valt als een Need for Speed Undercover op een blauwe maandag in de menopauze en zonder endorfine.

Zeepkistenniveau

Maar we zouden Gamer.nl niet zijn als we onze ongezouten mening niet onderbouwen met een paar harde feiten. Laten we daarom beginnen met de besturing van de wagens. Wagens die overigens in allerlei verschillende soorten en maten voorbij komen (pluspuntje twee). Helaas krijg je, vooral in het begin, de beschikking over de meest kansloze barrels en hier komt dan ook direct de eerste frustratie om de hoek kijken. Waar je in de vorige games heerlijk door de bocht kon driften, daar ben je nu al blij als je wagen überhaupt luistert naar je bevelen.

Bijna nooit heb je het gevoel dat je jouw wagen echt onder controle hebt en is het kort remmen, even insturen en vervolgens met de neus perfect door de binnenbocht sturen zo goed als een utopie geworden. Bovendien is het nemen van schansen bijna een loterij geworden en moet je die krengen bijna perfect nemen, omdat je anders als een kurkentrekker door de lucht vliegt. Lukt het je wel om een schans of bocht goed te nemen, dan moet je niet verbaasd opkijken wanneer je wagen ineens een rare beweging naar links of rechts maakt en bijna stuurloos op een obstakel of muur knalt. Blijkbaar omdat er iets op de weg lag, maar vaak is dat ‘iets’ niet meer dan een kartonnen doos of een stukje van je voorligger.

Wanneer stopt de pijn?

Wonder boven wonder is de besturing niets eens het ergste wat we tegenkwamen in dit vehikel. Die prijs moeten we namelijk toekennen aan een combinatie van de physics en de kunstmatige intelligentie. Wie een gewone race start moet niet schrikken als er ineens vijf of meer wagens bijna tegelijkertijd op jouw wagentje knallen, om vervolgens als een stel halve garen te blijven plakken alsof er secondelijm aan de bumpers zit. Niet alleen is dit zeer lastig racen, het doet de uitstekende physics en de redelijke kunstmatige intelligentie uit de vorige delen absoluut geen eer aan. Bovendien rijd je rond op weinig inspirerende banen die eruit zien alsof ze zijn gemaakt door Bennie Jolink en de Voederbietels op de Zwarte Cross. Vaak zijn ze veel te breed en lijken veel te veel op elkaar.

En beterschap zul je ook niet vinden in de stuntmodus van Flatout 3. Wat je voor je kiezen krijgt is een saai grasveld of een bouwplaats waar je met meer geluk dan wijsheid een ventje ergens mag laten landen. En dat onder het irritante gegil van je bestuurder. Zelf door een voorruit vliegen is waarschijnlijk nog leuker.

Techniet

De technische malheur van Flatout 3 zet zich door bij de grafische engine 3: ondermaats. Ook het overdreven blur-effect waardoor je banden dubbel ziet en je wagen bijna twee keer zolang wordt tijdens het gebruik van je turboboost, is vreemd. Pak daarbij dat regen ongeveer een halve meter boven de grond uiteen spat en het uiterlijk van de wagens niet zou misstaan in een jaren negentig-game, en je kan er moeilijk vrolijk van worden.

Als de makers vervolgens de boel nog proberen te redden met flauwe grapjes; zoals je personages Zin Benzin (Vin Diesel), Eva Mentoz (Eva Mendez), Fourtyfour Roepies (50 Cent) te noemen en als klap op de vuurpijl een Ron Jeremy look-alike toe te voegen, dan is de maat gewoon vol. Het zal duidelijk zijn dat je deze game gewoon niet moet kopen. Zeker niet als je een van de vorige delen een warm hart toedraagt. Zoals gezegd hopen we dat de jongens en meiden van Team 6 een mooie toekomst tegemoet gaan, maar dan moeten ze niet teveel brokken blijven maken.. Een gevalletje teveel hooi op de vork genomen.