Puritici krijgen de schrik van hun leven als ze Fight Night Champion opstarten. De serie die sportrealisme hoog in het vaandel heeft staan, die in een vorige editie waanzinnig authentiek was, die niets dan liefde toont voor het tactische gedeelte van een door leken als agressief bestempelde sport, begint met een ordinair gevangenisgevecht. Jij, Andre Bishop, ligt versuft op de grond, in gevangeniskloffie en met ingetapete handen. Je eerste taak: opstaan en het kaalgeschoren stuk white trash tegenover je zo hard in elkaar beuken dat zijn tatoeages (nog net geen hakenkruizen, maar de symboliek laat zich raden) van zijn huid afvliegen. Je tweede taak: jezelf tot bedaren brengen en beseffen dat er naast deze toegevoegde verhaalmodus nog steeds alle ruimte is voor de bokssport waar we zo van houden.

Van bajesklant naar kampioen

Toch is de verhaalmodus niet iets waar we zomaar aan voorbij kunnen gaan. Het hart van de serie mag dan misschien het boksen zelf zijn, de verhaalmodus is de blinkend nieuwe bolide waarin dit hart hard rondscheurt. In een dramatisch (de vertelvariant dus, niet dramatisch slecht) verteld verhaal stappen we in de schoenen van Andre Bishop, een vechter die in zijn carrière meer tegenslagen dan tegenslagen te verwerken krijgt. Alle clichés zijn aanwezig en het enige dat nog mist is de scheve mond van Sylvester Stallone. Er is de obligate ouwe rot als trainer en de slechterik voor wie de ‘Sweet Science’ van het boksen slechts een kwestie van veel geld verdienen is. Je hebt het vrouwtje, de familiebanden, het verraad, de oneerlijkheid en natuurlijk de zware weg naar de top. Kortom: clichés die werken.

Buiten het feit dat het wel eens tijd werd dat Fight Night een dergelijke modus toegespeeld kreeg, is het bij diens debuut ook nog eens goed uitgewerkt. Tussenfilmpjes knallen de sfeer er goed in en zien er knap uit. De gevechten zijn – vanwege specifieke doelstellingen – behoorlijk gevarieerd. De ene keer mogen we vanwege een gebroken vuist niet teveel met rechts slaan, een andere keer starten we een wedstrijd met zo’n grote snee dat we maar een bepaald aantal klappen op het gewonde oog kunnen krijgen. Op de beste momenten verstomt het geluid van publiek en de coaches en zwelt de muziek aan om het allemaal nog meer filmisch te maken. Goedkoop trucje? Misschien, maar wat werkt het goed zeg.

Diversiteit met twee vuisten

Onderschat niet hoe belangrijk deze story mode is voor de game. Een bepaalde groep spelers gaf in voorgaande delen, door een gebrek aan meeslepende vordering en presentatie, het boksen al op voordat zij echt doorhadden hoe de game zich laat spelen. De verhaalmodus biedt nu zelfs de grootste boksleek de motivatie om door te gaan en leidt hem of haar zo verdekt langs alle facetten van de gameplay. Diversiteit is dit keer the name of the game en dat wordt hier gespeld met twee vuisten.

Je eerste officiële gevecht is bijvoorbeeld een frustrerende pot tegen een tegenstander die continu verdedigt, om op het einde van elke ronde plotseling al zijn opgespaarde energie eruit te knallen voor een snelle knock-out, of in ieder geval slimme puntenwinst. Zo’n gevecht leert je direct en misschien zelfs onbewust omgaan met het belang van stamina en verdediging. Het is exemplarisch voor een game die meer is dan alleen rammen. Via unieke gevechten met unieke regels leer je de kneepjes van de sport. Dan blijkt counteren plotseling ontzettend belangrijk, net als ontwijken, blokken, lichaamsstoten uitdelen en in beweging blijven. De kracht van de gameplay is dat alle middelen die tot je beschikking staan ook daadwerkelijk onmisbaar zijn. Een speler die ook maar een enkel facet niet beheerst heeft een zwakte, eentje die gegarandeerd genadeloos uitgebuit gaat worden door de tegenstander.

Gameplay

Om stappen te maken ten opzichte van zijn voorganger zijn er buiten de nog scherpere presentatie een paar belangrijke aanpassingen gemaakt. Blokken doe je nu automatisch door een knop in te houden, in tegenstelling tot het rock-paper-scissor-achtige spel van reactie en anticipatie in het vorige deel. Dat lijkt misschien een stap achteruit, maar in werkelijkheid is blokken zo’n precieze vaardigheid dat we het liever op deze nieuwe manier zien. Beter dan dat we slechts vier hoeken kunnen verdedigen, en er ook altijd in een van de vier hoeken uitgehaald wordt. Het uitdelen van slagen via de rechteranaloge stick is nog directer geworden. Er zijn geen rotaties meer nodig: dit keer zitten alle vertrouwde slagen onder een bepaalde duwrichting van de stick. Daardoor voer je minder vaak een verkeerde slag uit en kun je meer met het boksen bezig zijn, dan met het nadenken over de besturing. En het belangrijkste: slagen komen dit keer aan alsof je ze zelf voelt, zij het soms met een lichte vertraging.

Fight Night Round 3 was er al koning in, maar Round 4 liet het op dat front een beetje afweten. Champion doet je weer ouderwets de impact van een virtuele stomp voelen op de bank. De fantastische basis die er al lag, is voor de rest grotendeels hetzelfde gebleven. Wederom is er de grote nadruk op physics die specifieke vechters zoals inside fighters automatisch hun lichamelijke voor- en nadelen meegeven. Ook de flash punch k.o. maakt zijn glorieuze herintrede. In het echt kan een bokser na 5 rondes domineren ook plotseling met een rake klap geveld worden, iets dat jouw speler in een moment van onoplettendheid (of pech) net zo goed kan overkomen – en terecht.

Goedkoop is duurkoop

Bijna was Fight Night Champion met al het bovenstaande de perfecte boksgame geweest. De meeste nadelen zijn weinig meer dan kleine verbeterpunten. Zoals je coach die na elke ronde wat meer duidelijkheid over de stand van zaken had mogen geven of het feit dat slagen, eenmaal ingevoerd, niet af kunt breken voor een snelle ontwijkingmanoeuvre als je dat nodig acht. Kleinigheidjes dus, maar wel kleinigheidjes die in de schaduw staan van de grote zwarte wolk die boven de online modus hangt. Wie na de verhaalmodus en de op losse toernooien en trainingen gebaseerde Legacy-modus zijn zelf gecreëerde bokser online, kan zomaar eens tegen een veel te sterke beginner in de ring staan. Electronic Arts biedt namelijk de mogelijkheid om online XP te kopen aan.

Nu is het niet zo dat we (slechts) gefrustreerd raakten door verliezen van soms beduidend slechtere spelers. Het is meer de oneerlijkheid in een verder juist zo eerlijke sport, die hard werken beloont. Jij hebt gewerkt, getraind, uren gezwoegd om zo goed te worden als dat je bent. En dan komt er iemand online die even snel geld heeft neergeteld om even ‘goed’ te worden. Met het aanbieden van normaal vrij te spelen content stapte EA over een grens heen;de duurbetaalde luiheid van sommige gamers uitbuiten is weer een hele nieuwe grens – eentje waar hopelijk niet meer partijen over heen besluiten te stappen.

Fight Year

Het is jammer dat we moeten afsluiten met een domper, maar gelukkig is het zo’n beetje de enige smet op een verder schoon blazoen. Fight Night Champion is dé boksgame, die bovendien een vaak verkeerd begrepen sport volledig in zijn waarde laat. Dat is moeilijker dan we denken, in een game die voornamelijk draait om het uitdelen van klappen. Fight Night Champion voegt zich daarmee netjes naast zijn voorgangers, die de hunkerende concurrentie ook al in de eerste ronde af wisten te slaan.