Turn-based strategiespellen lenen zich uitstekend voor een handheld platform. Doordat je alle tijd kunt nemen om je beslissingen te maken, is het geen ramp wanneer de conducteur weer eens om je kaartje komt zeuren, je even geen zicht hebt door de binnenvallende zon op het scherm of wanneer een oud vrouwtje in de coupé je gebiedt het volume zachter te zetten. De Nintendo-handhelds kunnen al een tijdje rekenen op de succesformule Advance Wars, maar vooralsnog had de PSP nog geen turn-based spelletje in het portfolio. Daar komt met Field Commander verandering in.

Heel inspiratievol waren de mensen van Sony Online Entertainment (SOE) niet bij de ontwikkeling van Field Commander. Men heeft het spelconcept van Advance Wars genomen, daar praktisch niets aan veranderd en het geheel in een bekoorlijk 3D-jasje gegoten. Verder onderscheidt het spel zich echter alleen met een online multiplayermode van Nintendo’s strategische toppertje. Dit betekent echter geenszins dat Field Commander een flauw aftreksel is van Advance Wars.

De singleplayercampagne van Field Commander bevat een dertigtal missies, die met elkaar verbonden zijn door een overkoepelend verhaal waarin zich de strijd ontwikkelt tussen de Global Defense League (GDL) en een terroristische organisatie, de Shadow Hold. Als speler ben je een beginnende bevelhebber van de GDL, en dien je gegijzelde wetenschappers te bevrijden, konvooien te vernietigen en belangrijke vijandige gebouwen in te palmen. Elke missie wordt ingeleid door een korte briefing, die volledig is ingesproken en je van handige informatie voorziet van wat je te wachten staat.

Field Commander biedt een ruim aantal verschillende eenheden, zowel ter land, ter zee als in de lucht. De spelers die Advance Wars gespeeld hebben zullen met veel eenheden direct uit de voeten kunnen, want elke unit heeft zo zijn tegenhanger in de game van Nintendo. De goedkoopste eenheid is de Grunt, een simpele soldaat die eigenlijk alleen tegen andere soldaten zoden aan de dijk zet. De Grunt is, zoals alle andere losse manschappen, wel in staat om gebouwen in te lijven. De normale gebouwen bieden je inkomsten, fabrieken, havens en vliegvelden, bieden je de mogelijkheid eenheden te bouwen.

Een andere goedkope eenheid waar je altijd op kunt rekenen is de Scout. Dit snelle voertuig kan per beurt een grote afstand afleggen, maar heeft nagenoeg geen vuurkracht. Handig is dat je een Grunt in een Scout kunt transporteren, om verderop gelegen gebouwen snel in te lijven. De Tank is een krachtige eenheid die tegen praktisch alle andere eenheden, zowel manschappen als gepantserde eenheden, flink uit de voeten kan. Alleen voor de Rocket Launcher is de Tank een makkelijke prooi. De Rocket Launcher kan namelijk een lange afstand overbruggen, zodat de tegenstander niet terug kan vuren wanneer deze wordt aangevallen. Een nadeel is wel dat de Rocket Launcher niet tegelijk in één beurt kan bewegen en vuren. Je zult ze dus tactisch achter je linie op moeten stellen.

Ook belangrijk zijn de eenheden met Stealth-mogelijkheden. De Sniper kan, wanneer hij verborgen is, over een grotere afstand vuren dan normaal. Wel wordt zijn loopafstand drastisch gereduceerd. Wanneer een vijandige eenheid in de buurt van een verborgen eenheid komt, zal zijn beurt eindigen voordat hij kan vuren. Je verborgen eenheden zijn vervolgens wel een makkelijke prooi, want in zichtbare vorm vervult de Sniper maar een beperkte rol van betekenis. Een soortgelijke werking hebben de Concealed Tank, de Submarine en de Stealth Fighter, maar dan binnen hun eigen voertuigklasse.

Spelers van Advance Wars veel van de bovengenoemde beschrijvingen bekend voorkomen. De eenheden in Field Commander zijn namelijk haast één-op-één te mappen op de eenheden in Advance Wars, op wat kleine nuances na. Wat ook sterk is afgeleid van Advance Wars zijn de CO’s, die ervoor zorgen dat de verschillende legers op bepaalde punten van elkaar verschillen. Het ene leger kan goedkoper eenheden bouwen, terwijl een ander leger weer grotere afstanden af kan leggen. Ook heeft elke CO eigen CO-powers, speciale aanvallen die je eerst moet opsparen voordat je ze kunt gebruiken. Deze CO-powers zijn er in twee niveau’s, waarbij de tweede dubbel zo lang duurt om op te sparen. Ook zijn er diverse soorten Airstrikes, waarvoor je eerst speciale gebouwen in je bezit moet hebben.

Er is één punt waarop Field Commander de gameplay van Advance Wars duidelijk weet te overtreffen, en dat is de strekking van de missies. In Advance Wars was er bij de latere missies sprake van heuse puzzels, waarbij je alle mogelijkheden moest uitproberen om uit te zoeken hoe je uit de penibele situatie moest komen. In Field Commander is het allemaal wat gebalanceerder en krijg je meer de kans zelf je strategie uit te stippelen. Wat dan wel jammer is, is dat de AI je niet echt het vuur aan de schenen legt. Soms kan hij je eenvoudig de genadeslag toedienen, maar besluit hij roerloos naast je eenheden te gaan staan. Ook het innemen van gebouwen is niet echt een talent van de AI, waardoor hij financieel al snel op je achterloopt.

Het multiplayeraspect is één van de belangrijkste troeven van Field Commander. Het spel is online te spelen, in ad-hoc multiplayer en zelfs met zijn tweeën op één PSP. Menselijke tegenstanders zijn toch iets verrassender en uitdagender dan de AI, maar ze hebben vaak ook iets langer werk met het afwerken van hun beurt. Je geduld zal dus enigszins op de proef worden gesteld. Tijdens de singleplayer ook trouwens, hoewel het mogelijk is de animaties te versnellen. Helaas versnelt dan het volledige spel, bijvoorbeeld ook het roteren van de camera, wat een ietwat onafgewerkte indruk geeft.

Visueel ziet Field Commander er zeer behoorlijk uit. Alles is volledig in 3D en wanneer eenheden elkaar aanvallen, krijg je een mooie close-up van de actie. Hierbij worden de eenheden verkleind, zodat ze qua schaal beter in verhouding staan tot de omgeving. Wanneer de camera weer naar boven zoomt, vergroten de eenheden zodat ze weer goed te onderscheiden zijn op het PSP-scherm, al lijken sommige eenheden misschien net iets te veel op elkaar vauit een bepaalde hoek. Iets waar je bij 2D natuurlijk geen last van hebt.