Far Cry 3 zal vast wel iets te maken hebben met Blood Dragon, zij het qua thematiek of anders via een knipoog naar personages of op z’n minst de locatie. Zo gingen we deze game tenminste in, maar niets blijkt minder waar. Blood Dragon draagt de naam Far Cry 3 als, nou ja, waarschijnlijk een niet meer dan geslaagde marketing. Want zeg eerlijk: wie was er nieuwsgierig naar deze game geweest als je vooraf de Amiga-achtige tussenfilmpjes had gezien, het jaren ’80-logo, de opzet van een cybersoldaat met een grote mond of de soundtrack die leunt op synthesizers uit lang vervlogen tijden? Okay, als we toch eerlijk zijn, bij nader inzien was er ook zonder Far Cry 3 alle reden om enthousiast te worden van het gestoorde glamourrockconcert dat Far Cry 3: Blood Dragon heet.

Goedkoop scoren

Het is goedkoop scoren met populaire nostalgie naar de jaren ’80 en het is een wonder dat Blood Dragon daar aan voorbij weet te gaan. Niet dat het niet goedkoop scoort, want elke marketingstagiair had deze opzet kunnen bedenken. Neem een supersoldaat en noem ‘m Rex Colt, stop ‘m vol met foute oneliners, zorg ervoor dat de volledige presentatie lekker fout is en giet overal een dikke laag neon overheen. Voeg explosies toe, nog wat meer explosies en geef de speler meer kogels dan ‘ie kan dragen. Zoals gezegd, een marketingstagiair zou het kunnen bedenken. Maar er is een team van extreem capabele ontwikkelaars voor nodig om ervoor te zorgen dat dit goedkoop scoren stiekem verpakt wordt in een game die wel degelijk bol staat van de kwaliteit.

Dat is dan ook de grootste valkuil van Far Cry 3: Blood Dragon. Wij als spelers kunnen (en moeten) het niet serieus nemen. En zo zullen ook de ontwikkelaars wel meer dan eens hebben gezeten. Maar zij konden zich die luxe niet permitteren. Het is moeilijker om een onserieuze game serieus goed te maken, dan om een serieuze game tijdens de ontwikkeling serieus te nemen. De lijn tussen heerlijk flauwe humor en gewoon flauw is flinterdun, een uitdaging die maar weinig ontwikkelaars aandurven. En hier dus met succes overwonnen wordt. Het lachen begint bij de tutorial (look around, to look around) en eindigt op de laatste seconde pas. Tegen die tijd heb je honderden vijanden om zeep geholpen, een eiland vol zijmissies en verhalende missies verkend en genoten van precies de juiste mate van foutheid om goedheid te bereiken.

Over the top en loving it

Ondanks de vette laag loltrappen zitten namelijk spelmechanieken verborgen die werken. De open structuur van het eiland, waarop we à la Far Cry 3 jagen op gemuteerde beesten. Zijmissies waarin we ‘nerds’ redden leveren ook upgrades op voor wapens die het eigenlijk niet nodig hebben en de simpele voldoening bij het uitvoeren van een perfecte headshot is een kunst op zich. Tussen het schieten door rukken we de harten uit vijanden voor extra punten, rammen we ons mes in een vijand, voeren we met een druk op de knop een vervolgactie uit waarmee we een ninjaster in een ander gooien en stormen we met de linker analoge stick door na vijand drie, vier en vijf. Over de top, maar heerlijk. Of beter gezegd: over de top én heerlijk. Want in tegenstelling tot wat we ergens in de afgelopen dertig jaar zijn gaan denken, sluit het een het ander niet uit.

De beperkingen van een spel (en genre) als dit, is de beperkte houdbaarheid. Lachen, gieren en brullen om een opzettelijk flauw verhaal blijft simpelweg geen twintig uur leuk. Er is geen diepere laag te ontdekken, maar wie daarover zeurt mist compleet het punt van deze game. En dus is dit er eentje die je wel op waarde moet weten te schatten. Dit is schieten, rondrennen, je belachelijk gedragen en verbaasd zijn om het feit dat de productie uiteindelijk nog een niveau als dit heeft weten te behalen.

Aan het einde van de rit is dit een sterke, vermakelijke game, maar wel eentje waarvan de ervaring je geen jaren bij zal blijven. Dat is inherent aan de overdreven stijlkeuzes en de beperkte grootte en diepgang waar het team voor gekozen heeft. Toch had het deze titel gesierd als het die hapklare gekheid gecombineerd had met iets meer substantie of intelligentie. Maar goed, Rex Colt zou voor zo’n opmerking z’n neus ophalen, nog iets tot ontploffing brengen en een sigaar opsteken aan het vuur van de explosie – en daar valt natuurlijk ook iets voor te zeggen.