Sinds Codemasters de Formule 1-licentie in handen heeft, kunnen fanatici weer smullen van 's werelds populairste raceklasse in spelvorm. De games houden een goed evenwicht tussen uitdaging, diepgang en spektakel, en proberen je zelfs het gevoel te geven dat je daadwerkelijk deel uitmaakt van het miljoenencircus. Tussen de wedstrijden door geef je interviews, krijg je te maken met managers en ga je expliciet de concurrentie aan met je teamgenoot.

De Vita-versie is wat dat betreft iets soberder. De carrièremodus zit er wel in, maar is niet zo veelomvattend. Je beweegt je eigenlijk enkel van menu naar circuit en weer terug. Klinkt als een uitgekleed alternatief - en dat is het ook, maar tevens in deze hoedanigheid staat de modus z'n mannetje. Je manoeuvreert je gedurende drie seizoenen van de staart van het kampioenschap naar de topposities. En dat is ook leuk wanneer je geen interviews kunt geven, vooral omdat het racen vanaf de eerste trainingssessie uitdagend is en de tegenstanders natuurgetrouw reageren op je aanwezigheid.

Behapbaar

Bij wijze van concessie is er bovendien een heuse challenge-modus aan de spelmodi toegevoegd. Hier krijg je in totaal zo'n zestig opdrachten voor je kiezen die alle zijn voorzien van subdoelen. Soms moet je binnen een tijdslimiet een bepaald aantal wagens inhalen, even later ontwijk je reusachtige borden. Deze modus introduceert het spel en de sport; zo leer je bijvoorbeeld spelenderwijs wanneer je het DRS-systeem 't beste kunt inzetten. De ware kracht van de Challenge-modus ligt bij de behapbare en uitdagende opzet. Vaak duren de opdrachten niet langer dan een minuut of drie, waardoor het zich uitstekend leent voor korte speelsessies. En doordat het na een opdracht of tien al behoorlijk pittig is en je de topscores kunt verbeteren, kun je hier ook wel even mee vooruit.

Althans, wanneer je het racen leuk genoeg vindt. Codemasters maakt namelijk twee flinke missers. Allereerst is het schadesysteem werkelijk lachwekkend. Zelfs al knal je linea recta met driehonderd kilometer per uur tegen een vangrail, dan nog gebeurt er vrijwel niets met je wagen. Ja, misschien merk je een lichte afwijking als je eenmaal uit de grindbak bent, maar qua visuele schade is het zelfs in Gran Turismo nog beter gesteld.

Nog merkwaardiger is de bijzondere wegligging. Bijzonder omdat het lijkt alsof de circuits van ijs zijn. Je glijdt en glibbert door bochten, terwijl je op de console- en pc-versie gevoelsmatig de juiste hoeveelheid grip hebt. Dat is behoorlijk teleurstellend en zelfs een flinke smet op de race-ervaring. Een beetje met de afstellingen van je vleugels klooien om net iets vlotter te kunnen optrekken in of na een chicane heeft weinig zin; het blijft toch een glijfestijn. Dat past niet bij deze uiterst precieze racetak.

Halve Achilles

Maar de wegligging is tevens bijzonder omdat je er na een uurtje of drie aardig mee om leert gaan. Het blijft weliswaar de achilleshiel van F1 2011, maar je hebt in ieder geval een idee van de manier waarop wagens op stuur- en acceleratiewerk reageren. En zet je door, dan openbaart zich een spel met veel uitdaging en interessante content. Naast de challenge-modus steekt bijvoorbeeld ook de online functionaliteit prima in elkaar. Met een paar drukken op de knop (de touch-interface werkt bizar genoeg niet in de menu's) zit je in een lobby en kun je genieten van het heerlijke geluid dat de krachtige motoren voortbrengen.

Uiteindelijk is F1 2011 dus vooral een voorbode op wat we in de komende editie kunnen verwachten. Codemasters neemt de Vita serieus genoeg om voor genoeg content te zorgen, maar heeft vooralsnog niet alle mogelijkheden benut. Typerend hiervoor is hoe het spel eruit ziet. Het is misschien wel de mooiste handheldgame in het subgenre, maar bij onder meer WipeOut 2048 en FIFA Football valt 'ie lichtelijk tegen. Het is te ongedetailleerd en low-res om veel indruk te maken. En eigenlijk geldt dat voor de hele game; er valt wel degelijk iets uit te halen, maar echt overtuigend of baanbrekend wordt het geen moment.