Soms zijn er van die gamereeksen die altijd wel succesvol en geliefd zijn, maar waarvan toch steeds onverwachts een nieuw deel in de winkelschappen ligt. De reeks van Everybody’s Golf en de spin-off Everybody’s Tennis is zo’n reeks die met weinig bombarie toch regelmatig nieuwe delen voortbrengt. Everybody’s Tennis op de PSP was misschien wel zomaar aan je voorbij zou gaan als je deze review niet gezien zou hebben. Gelukkig weet je nu dat we wederom met een geweldig draagbaar pareltje te maken hebben, waar zelfs gamers die niets met tennis hebben, heel veel lol mee kunnen hebben.

Van Golf naar Tennis

De Everybody’s Golf-serie begon alweer in 1997 met een release op de allereerste PlayStation. Gaandeweg heeft het concept, met arcadegameplay en stereotype Japanse gamepersonages, steeds meer fans weten te vergaren. Toen de tweede helft van het afgelopen decennium aanving, moeten ze in Japan gedacht hebben: waarom geen tennis? En dat is een hele terechte vraag gebleken, want het ‘Everybody’s’-concept leent zich prima voor tennis. De arcade insteek en de leuke Japanse stereotypen zijn behouden gebleven, terwijl de sport tennis misschien nog wel beter bij dit concept past dan golf.

De PS2-versie van Everybody’s Tennis zat prima in elkaar en op de PS3 én de PSP ging ontwikkelaar Clap Hanz vervolgens vrolijk verder met golf. Tot aan dit jaar, want nu ligt er voor de PSP een gloednieuwe Everybody’s Tennis in de winkel. Vergeet meteen maar die PS2-versie, mocht je die ooit gespeeld hebben: de PSP-game Everybody’s Tennis is uitgebreider, beter uitgewerkt en ambitieuzer dan die game, en ook dan de Everybody’s Golf-iteraties.

Everybody’s Tennis kent namelijk een ware verhaallijn met een aantal over de wereld verspreide locaties waar je in rond kunt lopen. Jouw taak als speler is om het walhalla der tennis overal ter wereld te prediken en ongelukkige tennissers weer blij te maken. Het slaat allemaal nergens op, maar past prima in de context van de game en weet zo enige motivatie te geven aan de tennispotjes. Je kunt in de levels (zoals een Versailles-achtig paleis of een televisiestudio) vrij rondlopen, praten met personages en enkele extraatjes zoeken. Uiteindelijk moet je altijd een potje tennis spelen tegen iedereen, maar de extra laag bovenop deze spelletjes is toch wel lollig. Bovendien zorgt het voor een verhaalmodus die je al snel vele uren bezig houdt.

Behoorlijke diepgang

De tennisgameplay zelf is, zoals in zoveel games ‘easy to learn and hard to master’. Met drie knopjes sla je de bal op drie verschillende manieren en met je pookje bepaal je waar op de baan je de bal wilt slaan. Maar ook de timing komt om de hoek kijken. Bovendien hebben de eigen tennissers waaruit je kunt kiezen, plus de opponenten, significant verschillende sterke en zwakke punten. Zo heb je razendsnelle tennissers die snel moe worden of wat langzamere spelers die wel een tijdje mee kunnen. Je tactiek hangt dus in grote mate samen met de sterke en zwakke punten van jou en je tegenstander. Als je de basis eenmaal onder controle hebt (en dat zal voor beginners best even duren) kun je experimenteren met verschillende tactieken, slagen en de timing. En dan heb je toch een heel aardig tennisspel te pakken dat behoorlijk diep gaat.

Bovendien heeft Everybody’s Tennis een uitermate verslavende werking. Zo ontgrendel je telkens nieuwe kledingstukken voor je spelers, waarmee hun vaardigheden worden verbeterd. En hoe langer je met hetzelfde personage speelt, hoe meer deze omhoog levelt. Daardoor heb je telkens de drang om eventjes verder te spelen. Dit kun je ook doen tot vier spelers over lokale multiplayer, maar de ster blijft toch de singleplayermodus die uitgebreid is, prima in elkaar zit en je geen moment teleurstelt.