Dying Light is eigenlijk de eerste Triple-A-titel van 2015. En daarmee ook een titel waar iedereen zijn volledige aandacht op vestigt. Wij denken dat je na een potje Dying Light het zo prille gamejaar positief, en met een flink bebloede machette, ingaat.

Waar we vooral heel enthousiast van worden is de heerlijke afwisseling in gameplay tussen dag en nacht. Harran, de stad waarin jij als hoofdpersoon Kyle Crane op zoek gaat naar gerechtigheid en veiligheid voor de, meestal onschuldige, burgers, kent namelijk twee gezichten. Overdag is Harran vooral een bonte verzamelplaats van gorgelende zombies en klagende burgers, waarbij je redelijk zorgeloos op zoek gaat naar buit en quests. De stad verandert ’s nachts in een dodelijk en donker doolhof vol vreselijke monsters waar je alleen maar in ronddoolt als je echt niet anders kunt.

We overdrijven niet als we zeggen dat Harran twee gezichten kent door zijn dag- en nachtcyclus. De game verlangt van je dat je, in het overigens bijzonder grote gebied, constant op zoek gaat naar missies, burgers in nood, goederen en spullen, waardoor je iedere keer de onveilige straten op moet. Tijdens de proloog kent de game nog geen dynamisch tijdsverloop, maar eenmaal voorbij de eerste missies is timing zeer belangrijk. Zodra de nacht begint, gaat er een onheilspellend alarm op je horloge af en kleurt de lucht donkerrood. Wie dan nog onvoldoende bewapend is, zoekt maar beter een veilig onderkomen in een van de safehouses. Tenminste, als je niet tussen de monsters wilt zitten die ’s nachts tevoorschijn komen.

Zombies, zoals de Volatiles, bevolken massaal de straten van Harran tijdens de nacht en zijn in staat je in één slag te doden. Daarnaast zijn ze veel sneller, kunnen makkelijker klimmen en blijven je lang achtervolgen. De momenten waarop deze superzombies achter je aankomen en je ze rennend, ondertussen over je schouder kijkend, probeert af te schudden, behoren tot de meest intense momenten die we ooit hebben meegemaakt. Vooral omdat je weet dat je behalve rennen eigenlijk weinig kunt doen om ze tegen te houden.

Zombies en verse hersenen

Het gevoel dat je vrij hulpeloos bent en dat het gevaar overal op de loer ligt, weet Techland uitstekend over te brengen in Dying Light. Eerlijk is eerlijk, dat gevoel overheerst vooral in de eerste tien, vijftien uur van Dying Light, maar dan nog geeft het de game net dat beetje extra ten opzichte van vergelijkbare titels. Al is de term ‘vergelijkbare titels’ misschien wat vergezocht. Een zomieshooter/-slasher met parkourinvloeden hebben we nog maar zelden gezien. Dying Light toont echter aan dat deze twee bij elkaar passen als zombies en verse hersenen. Enerzijds heb je de zombies die in grotere aantallen veel te sterk zijn voor jouw personage, anderzijds heb je de mogelijkheid om te klimmen, te klauteren en te rennen voor je leven.

Overigens ben je niet compleet hulpeloos in Dying Light. Hoe verder je in de game komt, hoe meer wapens er tot je beschikking komen om de Volatiles en andere superzombies te verslaan. Zo kun je steeds meer vallen activeren, variërend van UV-licht tot elektriciteitsvallen, maar zijn er ook nieuwe krachten vrij te spelen. Die krachten zijn verdeeld over drie categorieën (power, survivor en runner) en bieden meer opties om zombies te ontwijken, laten je betere wapens maken of stellen je in staat een lekkere headstomp te geven. Het zal je echter niet verbazen dat je flink moet knokken, rennen en missies moet volbrengen om deze krachten vrij te spelen.

Daarom blijft vooral in het begin vluchten (lees: rennen en klimmen) het devies - en daarmee ook een belangrijk onderdeel van de gameplay. Opvallend genoeg zit de spring- en klauterknop niet onder de meest voor de hand liggende knop (meestal de O-knop), maar onder de R1-knop. Maar buiten deze rare designkeuze en de soms wat haperende manier waarop je recht naar boven klimt, is het rennen over daken en over grote afstanden springen goed uitgewerkt. Eigenlijk is het zo goed uitgewerkt, dat je soms helemaal geen behoefte meer hebt om de begane grond op te zoeken en zombies af te maken. Helaas zit dat laatste er echter niet altijd in en zal je, hoe dan ook, van de relatief veilige daken af moeten en het gevecht aan gaan.

Een goed begin…

Eenmaal tussen de zombies zien we jammer genoeg wel dat het ietwat klungelige vechtsysteem uit Dead Island (de officieuze voorganger) ook hier zijn opwachting maakt. Soms lijk je met je honkbalknuppel of sloophamer alleen maar lucht te raken, terwijl je andere keren met een complete misser twee zombies tegelijk uitschakelt. Dat het gevechtssysteem niet perfect is, doet enigszins afbreuk aan de verder uitstekende opbouw van spanning en angst in de game.

Het feit dat je begint met zeer zwakke wapens, je daardoor wordt gedwongen om op zoek te gaan naar sterkere wapens en dat deze wapens ook daadwerkelijk slijten door gebruik, maakt dat je niet zomaar vanaf de eerste minuten zonder gevolgen zombies kunt slachten. Dit allemaal zorgt ervoor dat Dying Light zich profileert als de ultieme mix tussen spanning en actie. Waarbij we zeker benadrukken dat alle elementen (RPG, shooter, actie en free runnen) vloeiend in elkaar overlopen, ook al zijn ze niet allemaal even goed uitgewerkt.

Maar toch geen topscore? Inderdaad, want ondanks een sterke start zorgen het levelsysteem, een wat simpele kunstmatige intelligentie en de steeds betere wapens ervoor dat de game zichzelf een beetje de das om doet naar het einde toe. Hoe sterker je wordt, hoe makkelijker Dying Light wordt en dus ook hoe minder eng Harran wordt. Hierdoor leunt de game meer en meer op de actie, die door het mindere vechtsysteem niet excelleert.

Bovendien is de verhaallijn op zijn zachts gezegd behoorlijk cliché. Letterlijk alle invalshoeken en zombieplotwendingen die we in voorgaande games en films voorbij zagen komen, zien we ook in Dying Light. En het ergste is, de hoofdpersonages doen weinig om het onvermijdelijke te verbergen. Een runner die je met een stalen gezicht vertelt “dat er iemand op je zal wachten en wat moois voor je in petto heeft” zou bij iedereen de alarmbellen doen rinkelen, maar hoofdpersoon Kyle haalt doodleuk zijn schouders op en klimt zonder enige angst en argwaan in een donker riool.

De extra zijmissies raken gelukkig de juiste snaar en zorgen, in tegenstelling tot het weinig verrassende hoofdverhaal, af en toe voor bijzondere en originele invalshoeken in een door zombies overlopen stad. Onze tip, ga niet als een bezetene door het hoofdverhaal heen, maar wissel deze af met de meer dan voldoende aanwezige zijmissies. Pas dan wordt Dying Light echt de moeite waard en krijgt de spanning die de game in de eerste uren opbouwt daadwerkelijk een vervolg.

Be online

Wat overigens ook de moeite waard is, zijn de twee online modi die de game aanbiedt. Zowel de Be A Zombie-modus, alsmede de coöp zijn een meerwaarde voor de game. In Be A Zombie kruip je in de huid van een superzombie (Night Hunter) die de taak krijgt om zijn eigen vijf nesten te beschermen en de menselijke spelers in de server zo snel mogelijk af te maken. De menselijke spelers moeten uiteraard het tegenovergestelde doen. Als zombie beschik je over een dodelijke pounce-beweging waarbij je nietsvermoedende tegenstanders bespringt en letterlijk een kopje kleiner maakt. Als speler stel je daar een UV-zaklamp tegenover waarmee je de zombie voor een korte tijd heel kwetsbaar en minder mobiel maakt.

Deze modus is daardoor een kat- en muisspel waarbij de zombie sluipt, wacht en probeert de menselijke spelers uit elkaar te drijven om ze zo een voor een af te maken. De echte kracht van deze modus is echter niet de spanning van de jacht of het teamwork dat nodig is om de zombie tot een halt te brengen, maar het feit dat je mag kiezen of je jouw singleplayergame openzet voor de Be A Zombie-modus. Dit is zeer, zeer frustrerend én spannend tegelijk, vooral als je net op het punt staat een pittige missie te volbrengen en er in je scherm in rode letters staat dat de Night Hunter eraan komt. Het idee dat dit ieder moment kan gebeuren (je mag zelf instellen wanneer de Night Hunter welkom is) maakt de game nog net een beetje angstaanjagender.

De coöp zelf is eigenlijk gewoon de singleplayercampagne, alleen dan met meerdere spelers (maximaal vier). Hoe meer spelers er mee doen, hoe meer zombies je tegenkomt en hoe moeilijker de tegenstand wordt. De makers hebben een paar handigheidjes toegevoegd zoals persoonlijke loot voor iedereen, een relatief naadloze overgang tussen coöp en singleplayer en eenvoudig te starten mini-uitdagingen (wie is het eerste bij een bepaald punt of vindt de meest waardevolle uitrusting). Hierdoor is de modus daadwerkelijk leuk om te spelen. En hoewel we de eerste paar dagen wat problemen kenden met het zoeken naar andere spelers, kunnen we na een week niet anders concluderen dan dat we maar al te graag de hulp van anderen inroepen of toch nog even op jacht gaan naar een Night Hunter.

Maar niet alleen de online modi zijn een reden om deze titel aan te schaffen. Mocht je nog twijfelen aan de game, dan willen je we zeker niet de audiovisuele kracht van Dyig Light onthouden. Grafisch is de game ontzettend goed. Vooral de weergave van Harran met zijn geweldige lichtinval, schitterende effecten én bijzonder weinig framedrops doen je toch iedere keer weer een kleine kreet van opwinding slaken. De personages zelf zien er wat houterig uit, maar verder kent de game weinig visuele eigenaardigheden of rare bugs. Zet een goede surround headset op en je kunt je borst natmaken voor krabbende zombienagels achter deuren en het constante gehuil van een vijand die op je hielen zit. En zo zien en horen we het graag in een zombiegame.

Dying Light is nu digitaal verkrijgbaar op Xbox One, PlayStation 4 en pc. Deze recensie is gebaseerd op de PS4-versie van de game.