Dungeon Defenders teert op het simpele tower defense-principe: hordes aan vijanden volgen elkaar op en proberen het eindpunt van een level te bereiken. Lukt ze dat, dan is het met je gedaan en mag je het opnieuw proberen. Het is daarom aan jou om vallen en andere torens (ergo ‘tower’ defense) op tactische plekken te plaatsen en de opmars aan vijanden zo snel mogelijk de kop in te drukken.

Twist

Dungeon Defenders onderscheidt zich met een doordachte twist van zijn genregenoten. Waar je in normale tower defense-games vanuit een bovenaanzicht je torens neerzet, speel je in Dungeon Defenders een personage dat aanwezig is op het slagveld. In je eentje of samen met drie anderen krijg je alvorens iedere ‘wave’ eventjes de tijd om je torens te plaatsen en tactieken uit te werken. Daarna worden de vijanden in het level losgelaten. Je bent dan alsnog vrij om torens te plaatsen, repareren of upgraden, maar kunt ook schade doen met je zwaard, staf, geweer of kruisboog.

Naast dergelijke actiespelelementen komen bij Dungeon Defenders ook aspecten uit het rollenspellengenre om de hoek kijken. Je kunt zowel de vaardigheden van je personage als zijn uitrusting aanpassen. Aanvankelijk lijkt het logisch van je personage een allrounder te maken. Je verdeelt dan je ervaringspunten over bijvoorbeeld de snelheid van je personage, de kracht van zijn torens en de frequentie waarmee zijn torens aanvallen. Zo beschik je naast sterke torens ook over een sterk personage. Ideaal, toch?

Nou, nee. Die tactiek werkt niet. In Dungeon Defenders is het veel slimmer jezelf te specialiseren en, mits je met vrienden speelt, de overige taken te verdelen over je medespelers. Enkel dan kun je in latere segmenten van de game de tegenstand de baas zijn. Alleen vertelt de game je dat niet. Daar dien je zelf op pijnlijke wijze achter te komen. Vergeet daarom in ieder geval de singleplayer van Dungeon Defenders.Ook al is ‘ie dan aanwezig, je kunt er vrij weinig mee. Zeker in de latere segmenten van de game is het simpelweg ondoenlijk in je eentje een level te klaren. Je bent daarvoor tactisch te afhankelijk van je medespelers.

Personages

De tactiek die je hanteert is afhankelijk van het personage waarmee je speelt. Dungeon Defenders biedt daarbij verschillende klassen. De Squire kan vele krachtige towers plaatsen die bijvoorbeeld loden ballen richting vijanden schieten. De overige personages focussen zich of enkel op een sluwe maar krachtige speelwijze, zoals de Huntress en Apprentice, of grotendeels op defensieve mogelijkheden, zoals de Monk, die andere spelers kan bijstaan door hun levensbalk aan te vullen.

Dungeon Defenders gaat zo diep dat ons na uren spelen nog steeds niet duidelijk is wat de perfecte combinatie van personages is. Er zijn verschillende tactieken om een level te klaren, maar het hebben van een Squire, de ridder, lijkt vanwege zijn krachtige towers essentieel bij iedere tactiek. Als je een Squire zich laat focussen op het bouwen van een gedegen verdediging, kunnen de overige personages vooral schade doen met hun wapens tijdens de attack fase.

Dat klinkt als een hoop werk en dat is het ook. Veel tactieken vereisen dat zowel de speelwijzen als de personages van alle teamleden geheel op elkaar afgestemd zijn. Zomaar even met wat anderen een potje Dungeon Defenders spelen, heeft daarom zeker in latere segmenten van de game weinig nut. Je moet echt op één lijn zitten wil je als team alle waves van een level behalen.

Progressie

Dungeon Defenders deed ons denken aan de befaamde dungeon crawlers, zij het natuurlijk met geheel andere gameplay. Net als bij bijvoorbeeld Diablo draait de game geheel om het verbeteren van je personage. En juist dat maakt Dungeon Defenders zo verslavend; die constante drang om beter te worden. Zo heb je aanvankelijk een DPS (Damage Per Second) van 300, maar voor je het weet loopt die schade op tot 18.000 punten per seconde. En je weet dat dat nog hoger kan, je dient daarvoor enkel het juiste wapen te vinden. Nog maar een potje dan…

Naarmate je verder komt, begint geld een steeds kleinere rol te spelen. Ook dat kennen we het eerdergenoemde genre. Aanvankelijk tref je nog geschikte wapens in de winkel aan, maar de werkelijk krachtige uitrusting vind je uiteindelijk niet in de schappen. Voor sterkere kledij of wapens dien je Challenges te doen (die qua concept vrijwel identiek zijn aan de normale missies) en bazen te verslaan. Zeker op de hoogste moeilijkheidsgraad, Insane,  word je daarvoor rijkelijk beloond.

Geheel

Dungeon Defenders doet eigenlijk weinig fout. De game ziet er werkelijk prachtig uit en kent t een adorabel stijltje. Ook de diepgang is grandioos: wanneer je samen met je vrienden een betere tactiek uitvindt, ben je voor even de koning te rijk. Weinig andere games weten zo’n gevoel los te weken, maar voor je dit ervaart, dien je de nodige tijd en moeite in de vordering van je personage te hebben gestoken. Een kritiekpunt is dat echter niet, omdat de gameplay zo verslavend is dat dat proces al spelenderwijs vanzelf gaat.

Waar we wel nog over willen zeuren, is het feit dat de nieuwe uitrusting zich schuilhoudt achter een hoop statistieken. Je kunt de meest zeldzame kledij vinden, je poppetje ziet er altijd nog net zo uit als toen je begon. En dat is ergens jammer, omdat je je zo nauwelijks zichtbaar van andere personages kunt onderscheiden. Enkel de wapens, die altijd heerlijk groot en bizar zijn, ogen iedere keer anders.

Ook treurig is dat de game weinig levels kent. Zowel in de qua verhaal nietszeggende singleplayer als in de Challenge-modus ben je al vrij snel door de verschillende scenario’s heen. Dan rest er weinig anders te doen dan op zoek te gaan naar nog sterkere items voor je personage of oude levels op hogere moeilijkheidsgraden te proberen.

Uiteraard is dat nu juist het concept van de game, maar we vragen ons af of het dit op de lange termijn geen parten gaat spelen. Wijzelf hebben ons daar echter nog niet aan geërgerd, daarvoor is de game te moeilijk, divers en vooral verslavend.

Dungeon Defenders is getest op de Xbox 360. De game is verkrijgbaar via Xbox Live Arcade en PC.