Driver, aahh. Een walm van nostalgie komt in me op als ik terugdenk aan de avonturen die ik met agent Tanner beleefd heb. Het was het jaar 1998 en ik speelde nog lang niet zoveel games als dat ik nu doe. Mijn toenmalige vriendjes hadden me verteld dat er nieuw spelletje te koop was, waarin je naar hartelust kon scheuren in een grote stad en ook de politie op je hielen kreeg. Wow, dacht ik, dat spel is van mij! Acht jaar is voorbij en de toen ter tijd hoogaangeschreven Driver serie is na het geflopte derde deel tot pulp vervallen. Ontwikkelaar Reflection geeft de hoop, gesteund door goede verkoopcijfers, niet op en gaat met Driver: Parallel Lines terug naar de ervaring uit 1998. Minder GTA, meer Driver is de boodschap. Eens in de tijd hebben gamesjournalisten de drang om een game totaal in de grond te slaan. Dan kriebelt er iets en kan een kleine druppel de emmer doen overlopen. Zeker wanneer een spel het heilige Grand Theft Auto probeert na te apen, maar hierin overduidelijk faalt, worden de pennen geslepen en gaat men frontaal ten aanval. DRIV3R werd finaal de grond ingeboord. Was de game echt zó slecht? Wij vonden van niet, maar dat Reflections het verkeerde pad ingeslagen was, werd wel duidelijk. De fout die men met DRIV3R maakte probeert men recht te zetten met Driver: Parallel Lines. Met name de actie te voet is tot een minimum beperkt –en dat is maar goed ook– en Driver draait weer volledig om het toeren.

Driver: Parallel Lines introduceert een nieuw personage. De aloude Tanner is vervangen voor TK, de afkorting van The Kid. TK is een langharige dude die in het jaar 1978 als getaway driver de koning van de New Yorkse straten is. Parallel Lines kent zowaar een verhaal, wat begint in de jaren '70. Als TK vervul je de wensen van betalend New York, waarbij je opdrachten onder andere bestaan uit het racen tegen andere boefjes, het ophalen van geld uit de onderwereld en het jatten van auto's. Je leven loopt op rolletjes en de euro's vliegen binnen, totdat alles fout gaat. Iemand draait je een loer en je belandt in de gevangenis. Welgeteld 28 jaar passeert voordat TK weer uit de gevangenis mag. Het jaar 2006 lacht je tegemoet, maar TK denkt maar aan één ding: wraak.

Voordat je in 2006 aankomt, heb je al flink wat uurtjes gameplay achter de rug. Het overgrote deel van deze tijd heb je doorgebracht binnen de deuren van je auto. Je rijdt van hot naar her om missies te voltooien of gewoon wat geld te verdienen. Dit geld is vereist om toegang te krijgen tot sommige missies, maar is ook aan te wenden om je auto van upgrades te voorzien. Veel zin heeft dit upgraden niet, want je kunt auto's ook gewoon lukraak van de weg trekken.

De missies in Driver: Parallel Lines zijn te oppervlakkig om lang interessant te blijven. Je steelt eens een auto, racet tegen een Mexicaanse schurk of zorgt er op slinkse wijze voor dat een bendelid opgepakt wordt. De lol van Parallel Lines zit hem dan ook niet in de doelen van de missies, maar in het rijden zelf. De auto's voelen natuurlijk aan en verschillen ook van elkaar, zowel visueel als besturingstechnisch. Doordat er lekker veel verkeer op de weg is, valt overal wel wat te beleven. New York is dan wel niet op de meest realistische manier nagebootst, één centrale eigenschap van de stad is behouden gebleven: de grootte. Van Brooklyn naar Manhatten cruisen en ondertussen een beetje stoeien met de politie is hierbij ook best leuk. Verwacht overigens niet teveel weerstand van de blauwe macht, want hun intelligentie reikt niet verder dan je luchtig achtervolgen totdat je een steegje induikt. Het is jammer dat de politie je niet wat feller achtervolgt en dat ze je pas kwijtraken als je, ik noem maar wat, ze tegen een vrachtwagen probeert aan te knallen. Dit past wat meer in de Hollywood-sfeer die het spel probeert uit te ademen. Je aan regels houden (stoppen voor rood licht, niet te hard rijden, niet tegen de richting inrijden, geen mensen overrijden) wordt nu overbodig, omdat je weet dat de politie toch binnen luttele seconden weer afgeschud is.

Wel leuk is dat zowel je vehikel als The Kid door de politie herkend kan worden. De twee staan los van elkaar, waardoor je de politie in het duister laat tasten als je bijvoorbeeld na een ongeluk van auto wisselt. De politie herkent de wagen, maar weet totaal niet wie erin gezeten heeft. Inmiddels cruise jij met een nieuwe, gejatte bolide alweer fluitend door de stad.

Het grootste manco van het spel blijft de actie op de benenwagen. Het schietsysteem is onnatuurlijk, de animaties zijn houterig en het geheel voelt gewoon absoluut niet goed aan. Gelukkig is het voetwerk een stuk minder aanwezig dan in de vorige Driver en kun je de confrontatie met de buitenlucht vaak beperken tot het wisselen van auto. Ook in de auto zelf is het schietsysteem echter niet optimaal, met een rare combinatie van sturen en richten met de linker analoge stick terwijl je rijdt. Een ander minpunt van het spel is de afstand die je af moet leggen om van de ene missie naar de andere missie te komen. Een groot New York is leuk, maar de speelduur kunstmatig oprekken door je continu van de ene kant van de stad naar de andere kant te sturen, werkt op den duur op de zenuwen.

Audiovisueel weet Driver: Parallel Lines de speler te pakken. De twee tijdperken worden op geheel differente wijze uitgebeeld en voelen, onder andere door de in de tijdsgeest gekozen soundtrack, ook echt anders aan. Ook over de algemene kwaliteit van de graphics zijn we wel te spreken. De overdosis aan verkeer gaat niet ten koste van het detail en hoewel de gebouwen allemaal erg op elkaar lijken, stoort dit tijdens het racen niet. Enig minpuntje aan de graphics is dat de framerate tijdens de meest hectische momenten wel eens in wil kakken.