Toen de tweedimensionale vechtspellen gebaseerd op Dragon Ball een beetje in het slop begonnen te raken op de PlayStation 2, bracht de Budokai-reeks een welkome vernieuwing door de vechtarena’s van een extra dimensie te voorzien. Het vrij rond kunnen vliegen door de omgeving, terwijl je over de schouder van het personage keek was echt een meerwaarde. Dezelfde truc wordt nu uitgehaald op de PSP met Dragon Ball Z: Tenkaichi Tag Team, maar er moet tegenwoordig wel meer toegevoegd worden dan alleen een extra dimensie.

Simpel = effectief

De basis van elk vechtspel draait voor een groot deel om de besturing. Omdat de PSP maar een beperkt aantal knoppen heeft, is het vechtsysteem daarom vrij simpel gehouden. Vierkantje wordt gebruikt om gewone aanvallen mee uit te voeren, waarbij vaker drukken tot een combo leidt. Met enige timing en het langer vasthouden van de knop zit er nog enige variatie in de klappen die je op de tegenstander loslaat, maar het is niet nodig om een compleet boekwerk door te spitten om aan de slag te kunnen. Hetzelfde geldt voor de speciale aanvallen, die gebruik maken van je Ki-energiebalk. Met een druk op het driehoekje vuur je een simpele energiebal af, en je vult de meter door de linker schouderknop in te drukken. Zit de meter vol genoeg en druk je het driehoekje en de schouderknop in, dan voer je de krachtigste aanval van het personage uit, zoals de Kamehameha-straal van Goku.

Naast aanvallen kun je natuurlijk ook verdedigen, maar eigenlijk gebruik je dat nooit.  De AI-tegenstanders vragen er namelijk bijna om dat je hen alle hoeken van de arena laat zien. Zo stoppen ze soms halverwege een combo of gebruiken ze hun boost om vlak voor je neus te stoppen en niks te doen. Het verveelt niet om ze vervolgens door een berg heen te slaan met een superaanval er achteraan, maar een beetje meer tegenstand had niet misstaan.

Onnodig

Een uitstekende manier om de simpele AI in de singleplayer-modi slechts als training te zien, zou natuurlijk een uitgebreide online multiplayer zijn. Deze ontbreekt echter volledig in Dragon Ball Z: Tenkaichi Tag Team. Wie drie vrienden kan optrommelen kan lokaal met twee tot vier spelers gaan knokken, maar het is simpelweg schandalig dat dit niet online kan.

Het maakt ook gelijk het RPG-achtige systeem waarmee je personages kan uitrusten met verschillende accessoires voor een groot deel overbodig. Je schaf ze aan met D-points, punten die je verdient tijdens gevechten, of krijgt ze tijdens de verhaalmodus voor het uitvoeren van een zijmissie. Natuurlijk verbeteren ze je vaardigheden. Alleen hebben ze geen effect tijdens de verhaalmodus, waardoor de uitwerking van het systeem erg vreemd is. De bruikbaarheid blijft beperkt tot de overbekende Survival-modus en de Battle 100-modus. Gelukkig is de laatste modus wel de moeite waard. Het is de bedoeling een specifieke uitdaging tijdens een gevecht te voltooien, zoals minder dan 10.000 schade oplopen, waarbij een verbeterde verdediging erg handig kan zijn. Met het voltooien van gevechten komen er steeds meer beschikbaar en gaat het niveau geleidelijk aan omhoog, waardoor deze modus uiteindelijk nog best wat om het lijf heeft.

Rommelig

Hetzelfde gaat deels op voor de verhaalmodus, ondergebracht met de naam Dragon Walker. Je kunt vrij bewegen op de kleine plattegrond, waarbij opvulling met standaard vijanden en enkele zijmissies de spelduur wat proberen te rekken. Het hoofdverhaal blijft onveranderd en bestrijkt in elf hoofdstukken de komst van de Saiyans op aarde tot het ultieme eindgevecht met Buu, het einde van de serie. Enkele randzaken, zoals het trainen van Goku onder King Kai, zijn achterwege gelaten maar je bent alsnog een uurtje of acht bezig van begin tot einde. De Dragon Ball Z-sfeer zit er goed in, met ingesproken stukken van het verhaal en plaatjes uit de serie om gebeurtenissen beter uit te lichten. Juist daarom is het zo jammer dat de accessoires in deze modus geen effect hebben.

De manier waarop het verhaal verteld wordt, is bovendien erg rommelig, zelfs dusdanig dat het kenners van de reeks zal irriteren. Dat bijvoorbeeld de training van Goku in het hiernamaals na het verslaan van Raditz achterwege wordt gelaten, is niet eens zo erg, maar dat het spel ‘vergeet’ te melden dat hij zichzelf opofferde is dat wel. De poging om dit weg te poetsen door het later alsnog in een regeltje platte tekst te vermelden voelt knullig aan. Het is van het niveau “Oh ja, Goku ging dood, maar eigenlijk maakt dat niet uit. Hij trainde hard en is na een wens weer terug, dus wat zeur je nu?”.

De opzet van de verhaalmodus beschrijft Dragon Ball Z: Tenkaichi Tag Team misschien nog wel het beste. Het is geen slecht spel en er valt zeker wat uit te halen, maar het is op veel punten rommelig en ondoordacht. Een beetje zoals de Frieza-saga uit de serie dus.