“I’m out of carrots and berries. Better drink my own piss.” Don’t Starve zet jou in de schoenen van een cartooneske Bear Grylls. In een onherbergzame wereld moet je zien te overleven, op verkenningstocht gaan en als het even kan een duurzame thuisbasis opbouwen om niet in een ijsblokje te veranderen tijdens de strenge winter.

Ultimate survival

Start je voor het eerst Don’t Starve op (en de kans is groot dat je dat al hebt gedaan; de game kwam in april uit), dan word je plompverloren in natuuromgeving gedumpt. Rechtsboven in beeld zie je een klok zonder te weten hoe belangrijk die eigenlijk is. Je loopt wat rond, vangt een vlinder en trekt een wortel uit de grond. Je eet de wortel op en ziet hoe je hongermeter bijvult. Cool. Je ziet een spin met een eng gezicht, hoort dat het beest een onheilspellend geluidje maakt en maakt de optelsom: die is gevaarlijk. Als die spin me aanvalt, lijdt mijn gezondheidsmeter eronder. Cool. Dan begint het donker te worden en even later valt de nacht. Je ziet niets meer, twee seconden later ben je game-over en je mag weer opnieuw beginnen. Niet zo cool.

Don't Starve Review

Don’t Starve gooit je in het diepe en laat je zo de regels van de game ontdekken. Hoe overleef je de nacht? Juist, door gras en takken te verzamelen en deze te combineren tot een fakkel. Je hebt twee fakkels nodig voor één nacht, dus zorg je er overdag voor genoeg proviand te verzamelen. Zo gaat het door. Naast een gezondheids- en hongermeter, moet je ook een oogje houden op je brein. Eenzaam in het bos ronddwalen heeft nu eenmaal zijn weerslag op je geestelijke gezondheid. Dus bouw je op een gegeven moment een plek waar je kunt slapen, met een kampvuur om je warm te houden en een miniboerderij voor een regelmatige voedselaanvoer.

Als een soort hardcoreversie van De Sims loods je je groothoofdige personage door dag en dauw, door rekening te houden met zijn behoeften en meerdere van deze thuisplekken te bouwen. Dit doe je vanuit een isometrisch perspectief, terwijl je al klikkend ronddartelt over het onheilspellende canvas. De visuele stijl van Don’t Starve doet denken aan een getekend Tim Burton-sprookje, dankzij de donkere kleuren en speelse visuele stijl. Hoe meer je ronddwaalt, hoe meer je ziet van die mooi vormgegeven en flinke wereld om je heen. Telkens als je een nieuwe game begint, bouwt Don’t Starve een nieuwe map, waardoor elk potje op zich een nieuwe uitdaging vormt.

Het doel

Maar wat is die uitdaging precies? Zoveel mogelijk thuisbases bouwen? Een record neerzetten van het langste aantal dagen dat je hebt overleefd? De willekeurig gecreëerde wereld volledig verkennen? Allemaal eigenlijk. Door een aantal thuisplekken te hebben, is de kans groter dat je langer overleeft, waardoor je meer tijd hebt om de wereldkaart volledig te verkennen. Hoe langer je overleeft, hoe meer ervaringspunten je krijgt. Daarmee speel je nieuwe personages vrij, elk met hun eigen sterke en zwakke punten.

Don't Starve Review

Door de wereldkaart volledig te verkennen ontdek je nieuwe dingen, zoals grotten (willekeurig gegenereerde dungeons met andere flora en fauna dan boven te grond), Worm Holes (teleportatie naar andere delen van de wereld) en de toegang tot de Adventure Mode van Don’t Starve. Deze modus is het verhalende gedeelte van de game, waarin je een reeks werelden doorloopt met ieder hun eigen barre omstandigheden. In elke van deze werelden ligt een vijftal ‘dingen’ verspreid die je – al survivallend – moet vinden om naar een volgend gedeelte te komen. De Adventure Mode vergt het uiterste van de vaardigheden die je in de open wereld hebt geleerd, met als beloning, nouja.. dat mag je zelf ontdekken.

Uitdaging vs repetitie

Naarmate de game vordert, ontwikkelt Don’t Starve zich van survival-simulatie tot strategische RPG. Met een beperkt inventaris vecht je tegen monsters, neem je bepaalde dieren mee op pad die voor je kunnen vechten en beleef je dus een waar avontuur. Door de telkens willekeurig gegenereerde wereld is geen avontuur hetzelfde en blijft Don´t Starve enerzijds lekker fris. Het nodigt uit tot oneindig herspelen en nieuwe tactieken proberen bij het vergaren van voedsel en grondstoffen. Elke paar weken wordt Don’t Starve geüpdatet met nieuwe opties, zodat de houdbaarheidsdatum weer wordt verlengd.

Nadeel van de herhalende opzet van Don’t Starve is anderzijds dat je telkens dezelfde eerste paar dagen van hersenloos voedsel verzamelen moet doorstaan voor de game echt leuk wordt. Heb je veel tijd geïnvesteerd in een potje, de hele wereld verkend maar maak je per ongeluk een fout en ga je dood, dan ben je al je progressie kwijt en mag je opnieuw beginnen. Voor je weer zover bent als in je vorige game, ben je weer een hele hoop ge-grind verder.

Kun je daar niet tegen, dan is Don’t Starve een frustrerende game. Het vreet tijd, geeft je in het begin geen instructies voor een goede aanpak en, nou ja, laat je meer dan genoeg starven. Houd je wel van een uitdaging, heb je geduld, wil je niet alles voorgekauwd krijgen en zit je al even te wachten op een Tim Burton-versie van Naked and Marooned, dan is Don’t Starve echt wat voor jou.