Het valt vast niet mee om een oude serie als Donkey Kong Country nieuw leven in te blazen, maar het gemak waarmee Retro Studios (geprezen om de Metroid Prime-trilogie) dit kunstje flikt laat het een peulenschil lijken. Of moeten we zeggen bananenschil? Bananen zitten namelijk wederom in de game, net zoals tonnetjes om in afgeschoten te worden, KONG-letters om te verzamelen en uiteraard het illustere duo Donkey en Diddy.

Toch is er ook genoeg veranderd aan deze tweedimensionale platformserie en gelukkig zijn bijna alle veranderingen ten goede. De originele Donkey Kong Country-reeks wekt dan wel veel nostalgische weemoed op, wanneer je het spel tegenwoordig opstart blijkt de game misschien toch niet de klassieker te zijn die we altijd veronderstelden. Om te beginnen die idiote vijanden: niet alleen sloegen de Kremlins (uit de kluiten gewassen reptielen) nergens op als tegenstanders, de plaatsing van deze beesten binnen de levels was zo willekeurig dat ze onder geen omstandigheden een geheel vormden met de spelwereld. Dat is nu wel anders: de vijanden, in dit geval bosbewoners die gehypnotiseerd worden door een mysterieuze groep instrumenten, schieten uit alle hoeken en gaten en passen grafisch perfect bij alles wat zich op het scherm afspeelt.

Drie dimensies

Sowieso mag Donkey zichzelf op zijn borstkas kloppen als het aankomt op het audiovisuele aspect van de game. Donkey Kong Country Returns is een genot voor oog en oor. Hoewel de grafische stijl in eerste instantie een stuk kinderachtiger lijkt dan de voorgerenderde achtergronden van de oude trilogie, zorgt het wel voor meer eenheid tussen de personages en de omgeving. Belangrijker nog is dat de achtergrond hierdoor niet langer statisch is en Retro maakt daar gretig gebruik van. Niet alleen beweegt er van alles in de verte, er is in haast elk level ook interactie tussen de speler en de horizon, van een schip dat zijn kanonnen op het apenduo richt tot compleet in elkaar stortende gebouwen waarvan een gedeelte op het speelveld valt. Het brengt een hoop leven in de brouwerij, zoveel zelfs dat we durven te stellen dat er geen 2D-platformer is geweest die zo goed gebruik maakte van de wel degelijk aanwezige drie dimensies. En laten we de muziek niet vergeten, een gebalanceerde remix van de aanstekelijke deuntjes uit het origineel.

Al dit moois zou natuurlijk uit elkaar spatten als de gameplay niet in orde was. Het lijkt de laatste jaren niet meer zo vanzelfsprekend, maar platformers draaien om uitdagende sprongen van het ene naar het andere platform. Er lijkt tegenwoordig bijna geen ontwikkelaar meer in leven die dit zo goed begrijpt als Retro Studios, want Country Returns is tot de nok toe gevuld met kleine platformpjes die een paar seconden nadat je er op stapt in de afgrond vallen. De eerste drie werelden zullen nog niet veel talent vereisen, maar vanaf wereld vier is er een duidelijke stijgende lijn in de moeilijkheidsgraad merkbaar. In de laatste paar werelden wordt je door de uit het niets gecreëerde afgronden en snel bewegende platformen flink uitgedaagd en dan hebben we het nog niet eens over de geheime levels die je krijgt als je genoeg KONG-letters verzamelt.

Schudden geblazen

De besturing is gelukkig solide genoeg om deze uitdagingen niet tot frustratie te laten leiden. Hoewel er gespeeld kan worden met Wii-controller en Nunchuck, ging onze voorkeur uit naar een gekantelde Wii-controller. Lekker met een vierpuntdruktoets onder de linkerduim en twee knoppen onder de rechterduim, zoals het hoort met 2D-platformers. Alleen Donkey Kong is bestuurbaar. Wanneer Diddy uit een tonnetje bevrijd wordt, klimt hij bij ’Donkey op de rug. Dit levert niet alleen twee extra hartjes op, maar ook een jetpack waarmee sprongen kort gecorrigeerd kunnen worden. Het spel is wel gewoon uit te spelen zonder Diddy, maar heb je hem als hulpje dan worden veel uitdagingen wel een stuk gemakkelijker.

Naast het standaard springwerk kan er ook op de grond getrommeld worden door met de Wii-controller te schudden, waardoor er allerlei rotsen, blokken en andere objecten gebroken of aangepast kunnen worden. Ergens past dat geschud wel bij het de primatenbewegingen van de bekende aap, dus daar geen klachten over. De irritatie komt pas bij de blaasmove. Donkey kan kaarsen en bloemen uit- of wegblazen, wat extra voorwerpen op kan leveren, maar hiervoor moet Donkey wel eerst bukken. Omdat hij daarbij echt moet stilstaan, haalt het de snelheid een beetje uit het spel. Is hij namelijk in beweging en wordt er geschud, dan maakt Donkey een koprol. Het kleine verschil tussen rollen, blazen en trommelen veroorzaakt wel eens problemen. En dat kun je net niet gebruiken in een moeilijk level waar je al tientallen levens aan hebt verspild. Wanneer je in plaats van de blaasmove per ongeluk de afgrond inrolt, dan voelt de onvermijdelijke dood als een fout van het spel in plaats van een fout van jezelf. Een spel dat zo gericht is op totale controle over de personage, zou dergelijke valkuilen moeten vermijden.

Donkey en Diddy zijn misschien wel oudgedienden, maar de echte ster van de game is de levelontwerp. Die is vooral in latere levels bewonderenswaardig. Een gigantisch leger aan spinnen dat langzaam het beeld opvult als je niet op tijd wegkomt, ritjes in mijnkarretjes die je niet alleen over standaard rails vervoeren en een fabriekslevel waarin je weinig zicht op de platformen hebt door de vervuiling: de game is gevuld met gevarieerde uitdagingen die constant een glimlach op je gezicht toveren. Hier en daar zijn de thema’s van levels echter niet zo inspiratievol. Zo ziet de strandwereld er behoorlijk plat uit in vergelijking met de volle jungles uit de rest van de game en lijken bepaalde thema’s wel erg op elkaar. Dit is echter nauwelijks van belang wanneer je keer op keer verrast wordt door nieuwe uitdagingen. Zelfs de eindbazen zijn voor een gedeelte origineler dan dat we hadden verwacht.

Donkey Kong Country Returns is een indrukwekkende prestatie van Retro Studios: eindelijk weer eens een platformer die ook uitdagend durft te zijn, wel zo gewenst na het veilige New Super Mario Bros. Wii. Die laatste game had echter een vierspelermodus, terwijl Country Returns het met twee spelers moet doen, waarbij één speler Diddy kan besturen. Echt meerwaarde heeft deze modus niet: puzzels en platformsecties die speciaal gericht zijn op de samenwerking tussen twee spelers zijn er niet en als je niet precies even goed bent in het spel, haal je elkaar alleen maar uit de flow die Donkey Kong Country Returns zo aantrekkelijk maakt. Daardoor voelt het alsof de coopmodus alleen toegevoegd is omdat het kan, zonder dat daar echt goed over nagedacht is.

Het maakt ook niet uit, de singleplayer van de game staat al als een huis. Het is jammer dat de vloeiende platformactie af en toe onderbroken wordt door vreemde besturingskeuzes en iets meer variatie in het uiterlijk van de levels had de game geen kwaad gedaan, maar bovenal is het genieten geblazen. Heb je weer eens zin om levels werkelijk uit het hoofd te moeten leren om het einde te kunnen halen, dan is dit sowieso een must-have, maar ook als je gewoon een kleurrijk avontuur wil beleven, heet Donkey Kong Country Returns je welkom.