Er viel al meer dan genoeg te zeggen over DmC: Devil May Cry, nog voordat de game in ons bezit kwam. Wat te denken van ‘emo-Dante’, zoals de wereld hem leerde kennen bij de eerste aankondiging. Gamers waren een van de stoerste gamehelden uit de geschiedenis gewend als de naam Dante viel. Zijn reboot-persona leek echter op een droevig Twilight-personage dat liever zijn eigen polsen bekraste met zijn zwaard, dan dat ie het gebruikte om demonen mee in elkaar te beuken.

Of dan het besluit van Capcom om deze franchise in het Westen onder te brengen bij Ninja Theory, van (dubieuze) Enslaved- en Heavenly Sword-faam. En dan is er nog de geschiedenis die de serie met zich meebrengt. Devil May Cry mocht zichzelf ooit (een van?) de beste actiegame(s) aller tijden noemen. Maar hoeveel levensvatbaarheid zit er nog in dat genre? En was Devil May Cry 4 niet al een behoorlijke stap terug ten opzichte van het fenomenale derde deel? En waarom eigenlijk een reboot? Vragen, randzaken, fronsende wenkbrauwen en vrees alom. Pas als de credits voorbij rollen, komt het antwoord: DmC: Devil May Cry is een zeer geslaagde titel geworden.

De randzaken

Om meteen maar even wat van die randzaken te tackelen: die ‘emo-Dante’ is allang niet meer. Ninja Theory zet het universum van Devil May Cry helemaal opnieuw neer met daarin inderdaad een jongere Dante met zwarte haren. Hij rebelleert tegen het leven door te feesten, zuipen en neuken zonder hoger doel. Hij is nog steeds de zoon van de legendarische demon Sparda, hij is nog steeds de broer van de wel witgehaarde Vergil en hij is nog steeds meer dan capabel met zwaard en pistoolduo Ebony & Ivory. Het is moeilijk om direct sympathie op te brengen voor dit nieuwe, nonchalante hoofdpersonage, maar hoe langer je speelt, hoe makkelijker het wordt. Het feestbeest dat we leren kennen, komt langzaam maar zeker achter de ware reden van zijn bestaan. Tegelijkertijd ervaart hij hoe grote bad guy Mundus zijn wereld bedreigt. Mundus gebruikt de wereld van de mensheid als energiebron om uiteindelijk de parallelle wereld van de demonen (limbo) naar onze dimensie te brengen.

Die hele verhaallijn, de spelwereld die bestaat uit twee dimensies, de interactie tussen Dante en zijn medepersonages, is op papier niet veel meer dan krap aan acceptabele pulp. Maar in de praktijk geloven we het steeds meer. Als Dante verandert van onbedachtzame anarchist in verantwoordelijke wereldredder, gaan we daar volledig in mee – inclusief groeiende sympathie voor het hoofdpersonage. Het verhaal en de personages worden kristalhelder, aantrekkelijk en overtuigend neergezet, terwijl de spelwereld met zijn dimensies in de praktijk hout snijdt, zonder dat Ninja Theory concessies heeft hoeven doen op creatief gebied. Daar hebben ze limbo namelijk voor gebruikt, om lekker los te gaan met wilde ideeën en onbegrensd gestoorde omgevingen.

Zelden zagen we in een actiegame zulke dynamische omgevingen. Straten scheuren open terwijl je er overheen rent, containers zweven langs in een kilometers hoog pakhuis en gebouwen kreuken als een prop papier in elkaar als je even niet oplet. De achterliggende themathiek (met een lichte ondertoon van maatschappelijke kritiek op de rol van media en de consumptiemaatschappij) is met zijn hedendaagse setting interessanter dan de gotische pulp uit voorgaande delen. Ook de baasgevechten zijn op z’n minst bijzonder te noemen. Een baas (of beter gezegd: bazin) leidt ons door een wereld die zo uit neon-framework-trip Rez had kunnen komen, om vervolgens aan de navelstreng van haar eigen monsterlijke kind rondgeslingerd te worden. Daar moet je niet teveel over nadenken, dat moet je ervaren. Met dergelijke set pieces en een wereld die veel beter uitgedacht is dan de voorgaande delen uit de serie, is ook meteen het antwoord gegeven op de vraag waarom Capcom voor Ninja Theory koos. Waar een Japanse ontwikkelaar waarschijnlijk overmatig zwaar op dramatiek en clichés was gaan zitten, zet Ninja Theory de strak uitgewerkte wereld en behapbare thematiek bijzonder rauw en overtuigend neer.

Half engel, half duivel

Ninja Theory maakt het de speler dus niet moeilijk om enthousiast te worden van deze reboot. De meest doorgewinterde fan zag de noodzaak van een nieuwe opzet misschien niet in, maar binnen een uurtje of twee spelen blijkt al op meerdere fronten dat de nieuwe fundering welkom is. Maar diezelfde doorgewinterde fan weet ook dat de spelwereld, de personages en het verhaal slechts aankleding zijn van het enige ding dat echt telt: snoeiharde actie en combogeweld dat je als speler perfect kan orkestreren.

Ook op dat vlak levert Ninja Theory (dankzij een nauwe samenwerking met de gameplay-mannen van Capcom) bovengemiddeld goed werk af. Dante beschikt over verschillende primaire wapens die allemaal gebaseerd zijn op wat we kennen uit de serie. Geen zorgen dus voor jou, fan die op een paar vlammend harde bokshandschoenen zat te wachten. Alles is te upgraden en hogere combo’s leveren meer upgradepunten en betere rapportcijfers op aan het einde van elke missie. Naast die primaire wapens beschikt Dante ook al vrij snel over een zeis en een bijl. Die eerste representeert zijn ‘engelenkant’, die laatste zijn ‘duivelse kant’. Beide schakel je op elk gewenst moment (zelfs midden in combo’s) in door een schouderknop in te houden en beide lenen zich uitstekend voor het gaande houden van combo’s. Helemaal omdat je met het grootste gemak in staat bent om vijanden naar je toe te trekken of juist jezelf richting vijanden te torpederen.

 

100+-combo’s

Die opzet leent zich perfect voor het combosysteem waar Devil May Cry ooit groot mee is geworden. Begin met beuken, hou dat zolang mogelijk vol om je puntenaantal omhoog te zien schieten en doe het bij voorkeur nog eens met zoveel mogelijk spektakel. En als het even kan zo lang mogelijk in de lucht, zonder de grond aan te raken. Spelenderwijs blijft het besef hangen dat er veel te weinig games zijn als dit. Met actie zo vloeiend, zo feilloos spectaculair en zo bevredigend dat je niet eens een indrukwekkende spelwereld verlangt.

De randzaken doen er simpelweg niet zoveel toe, als je uiteindelijk op automatische piloot de meest diverse combo’s als een kunst aan elkaar linkt; als je de vernuftig ontworpen vijanden allemaal op hun eigen zwaktes aanpakt; als elk wapen in je bezit interessant blijft; als je een van de onvergetelijk unieke bazen te lijf gaat; als Dante op acrobatische wijze een 100+-combo in de lucht vasthoudt zonder dat de grond ook maar in zicht komt. Dergelijke spektakelmomenten volledig onder de controle van de speler zijn een spaarzaam goed in de game-industrie. Datzelfde geldt voor het gevoel van macht en behendigheid dat erbij komt kijken.

Het gemak waarmee DmC: Devil May Cry spectaculair is, zal het grootste euvel vormen voor de fan van het eerste uur. Wie zich nog herinnert hoe het eerste en derde deel continu en op elk vlak uitdaagden om beter te worden, merkt dat dit vijfde deel zijn spelers iets te snel en iets te makkelijk naar de benodigde top brengt. Zelfs op de hoogste moeilijkheidsgraad (en dan hebben we het niet over die gradaties waarbij je bijvoorbeeld niet eens één keer geraakt mag worden) is het al vrij snel een relatief simpel klusje om de hoogste rankings van S of SS te behalen. Het is de prijs die alleen de meest veeleisende gamer betaalt, maar het slaat ongetwijfeld een verkeerde snaar aan bij de meest trouwe fans van deze serie.

Begrijp dit kritiekpunt echter niet verkeerd, dit is absoluut geen overdreven casual-aan-de-hand-houd-titeltje geworden. De uitdaging is er, maar dat kleine percentage echte doorbijters zal de gewenste uitdagingen pas vinden in de gradaties waar de spelregels veranderd worden, doordat je bijvoorbeeld niet geraakt mag worden. DmC: Devil May Cry is op dat vlak minder dan perfect, maar wat overblijft is nog meer dan bevredigend en spectaculair genoeg om het geheel fijn te laten aanvoelen.

Welkom terug

Als DmC: Devil May een voorbode is van hoe 2013 eruit gaat zien, dan kunnen we ons opmaken voor een fantastisch jaar. Alles had mis kunnen gaan bij deze titel. Een onsympathiek hoofdpersonage, een falend vechtsysteem, een waardeloos neergezette spelwereld, noem het allemaal maar op. Maar uiteindelijk ging er vrijwel niets mis. DmC: Devil May Cry is niet op alle fronten perfect, maar heeft het woord actie in zijn DNA gegraveerd zitten. Wat dat betreft heeft Capcom onze zegen meer dan verdiend met deze reboot. Net als Ninja Theory.

Getest op PlayStation 3.