Kortgeleden kondigde Codemasters aan de focus nog meer te leggen op racegames. Dat vinden wij helemaal niet erg, want het meeste snelle spul dat deze Britten de afgelopen jaren hebben afgeleverd, is prima tot uitstekend te pruimen. Maar betekent dat ook dat meer franchise jaarlijks gaan terugkeren, zoals al het geval is met de Formule 1-games?

Feit is dat we amper een jaar geleden Dirt 3 nog voor de kiezen kregen en nu al toe zijn aan Dirt Showdown. Daarbij moet wel al gezegd worden dat laatstgenoemde qua opzet nogal anders aanvoelt dat z'n voorgangers en daarmee meer als een soort spin-off gezien kan worden. Wie de game even speelt, merkt duidelijk dat Dirt Showdown een ander soort publiek probeert te bedienen dan de voorgaande Dirt-games.

Eenvoudige toon

Die andere opzet merk je al in de eerste bocht, die je instuurt tijdens een inleidende race in de woestijn van Nevada. Voorheen zou daarvoor een reeks handelingen nodig zijn: gas lossen, aanremmen, insturen en gedurende de bocht weer gas bijgeven, terwijl je met precieze stuurbewegingen de balans behoudt, en misschien ook nog moet schakelen. Niets van dat alles in Dirt Showdown: vol gas ga je de bocht in, stuur je een beetje bij en voor je het weet is daar alweer het volgende rechte stuk – ideaal om ook nog gebruik te maken van je nieuwe boostmogelijkheid!

Dit zet de toon voor de gehele game. Je merkt dat Dirt Showdown technisch is gebaseerd op z'n serieus ingestelde oudere broertjes, maar dusdanig is vereenvoudigd dat een breder publiek het kan spelen. Ideaal voor het leeuwendeel van het spel, dat bestaat uit een mix van racen en het zo snel mogelijk tot schroot verwerken van je tegenstanders. Maar voor de bekende stuntelementen, geïnspireerd op de Gymkhana-capriolen van de Amerikaanse rallyheld Ken Block, vormt het een wat beperkende factor: de fool proof-besturing zorgt ervoor dat je minder nauwkeurig te werk kunt gaan bij het inzetten van powerslides en het draaien van donuts. En dus kunnen puristen minder hard uit hun dak gaan met het halen van de hoogste scores.

Gas geven en rammen

Het merendeel van de tijd werkt de versimpelde manier van besturen echter prima, wanneer je al druk zat bent met het betere beukwerk. De manier van racen in Dirt Showdown doet – ook in tegenstelling tot de eerste Dirt-games – sterk denken aan die van de Flatout-racespellen: gas geven en rammen. Ook je tegenstanders zijn daarvan op de hoogte en voelen zich niet te beroerd om je doelmatig de vangrail in te drukken. Sterker nog: de helft van de actie waar tegenstanders bij betrokken zijn, vindt plaats in speciale arena's, waar het scoren van punten door elkaar zo hard mogelijk te rammen – bij voorkeur van een groot centraal platform – het enige goed is.

De variatie van de evenementen is misschien wel één van de sterkste punten van Dirt Showdown. Zelfs verderop in het spel komen er nog nieuwe soorten evenementen bij, vaak ook nog op nieuwe locaties – al komen sommige daarvan wel erg bekend voor uit eerdere Dirt-games.

Alle speelstanden zijn overigens ook met én tegen vrienden te doen, zowel samen vanaf de bank als tegen zeven anderen online. Ook kun je zelf uitdagingen versturen na een met succes afgerond evenement en zijn replays van je mooiste acties rechtstreeks op YouTube te zetten. Voor dit alles is echter wel een VIP-account nodig, dat standaard bij elk nieuw exemplaar van de game wordt geleverd.

Ongeliktheid

Ondanks het vrij complete plaatje en bovenal de sterke adrenalinekicks die deze game je bezorgt, weet Dirt Showdown zich niet volledig aan de indruk te onttrekken dat het niet dezelfde volwaardige winkelprijs waard is als z’n voorgangers. Rond de aankondiging van deze spin-off gingen er niet voor niets geluiden dat het om een downloadbare game zou gaan. Dat is te zien aan bijvoorbeeld de automodellen, waarvan de meeste niet-bestaande exemplaren zijn en minder gelikt ogen dan de rallymonsters in Dirt 3. Zelfs de schademodellen (nota bene) zijn net iets minder overtuigend. Ook simpelere zaken zoals de menunavigatie geven je minder de 'premium indruk’ die je verwacht van een game waarvoor je de volle mep betaalt.

Dat laat niet onverlet dat Dirt Showdown garant staat voor een ongelofelijke portie lol op vier wielen, met een mentaliteit van 'niet lullen maar poetsen.' Vergeet alles wat je geleerd hebt in de pretentieuze race- en rallysimulatoren van tegenwoordig, stap in een opgefokte roestbak en ram alle eikels die tussen jou en de overwinning staan aan de kant. In zekere zin de meeste basale manier van autoracen en daarvan hadden we al een tijdje geen leuke game meer gezien.