Devil May Cry 4 is voor mij de eerste kennismaking met deze gamereeks die is ontsproten aan de vorige generatie consoles. Normaal gesproken zou ik een spel als deze niet reviewen, maar het overlaten aan een van mijn waarde collega's die zich wel door de voorgaande delen in de reeks geploeterd hebben, ware het niet dat ik de enige ben die in het bezit is van een debug Xbox 360 en er geen winkelversie van het spel op de redactie is binnengekomen. Op zich hoeft dit echter geen probleem te zijn, want de echte Devil May Cry-fans hebben dit vierde deel allang in en vinden het, terecht, een topgame. Maar is Devil May Cry 4 ook zo'n topper voor de mensen die nog nooit een Devil May Cry-game gespeeld hebben? Om het simpel te zeggen: Devil May Cry 4 is een hack-and-slashgame vergelijkbaar met God of War, maar heeft een beter vechtsysteem terwijl de andere aspecten van het spel slechter zijn uitgewerkt. En daar komt Devil May Cry goed weg, want het vechtsysteem is wel het belangrijkste onderdeel van deze games. In voorgaande Devil May Cry-delen was de hoofdrol weggelegd voor Dante, een witharige cynische lange man met een rode cape, een stel guns en een gigantisch zwaard. In Devil May Cry 4 speel je het overgrote deel van de tijd met een ander personage genaamd Nero. Kopieer de beschrijving van Dante en vervang 'cynisch' door 'naïef', en je hebt een beetje een idee hoe Nero eruit ziet. Vrijwel identiek dus. Waarom nog een ander personage introduceren als hij er toch hetzelfde uitziet, zou je denken? Wel, omdat Nero beschikt over totaal andere mogelijkheden dan Dante. Zo heeft Nero beschikking over de Devil Bringer, een soort magische grijparm waarmee hij tegenstanders naar zich toe kan trekken, op kan pakken en weg kan slingeren. Vooral het naar je toe halen van tegenstanders blijkt enorm handig, omdat je zo razendsnel na het verslaan van de ene tegenstander, een nieuwe voor je neus hebt staan. Ook kun je tegenstanders terwijl je midden in de lucht hangt naar je toe trekken en ze, terwijl je de zwaartekracht trotseert, met je mes bewerken en ze vervolgens op de grond te pletter te gooien. Nero beschikt ook over een vuurwapen, maar die is niet zozeer bedoeld om tegenstanders om zeep te helpen, als wel om ze op afstand te houden of inkomende projectielen af te weren. Het maken van combo's is zeer belangrijk in Devil May Cry. Je stylish ranking bepaalt hoe stijlvol je gevecht was en wordt hoger naarmate je meer verschillende aanvallen en ingewikkeldere combo's uitvoert. Wordt je geraakt door een tegenstander of een projectiel, dan is je stylish ranking terug bij af of in ieder geval flink gekelderd. Gewoon je tegenstanders verslaan is in de 'normale' gevechten vaak nog niet zo'n heel probleem, al wordt Devil May Cry zeker op de hoge moeilijkheidsgraden erg pittig, maar er ook nog eens een goede stylish ranking bij krijgen is een echte opgave. En dat is zeker van belang, want met een goede waardering krijg je meer punten om later je personage mee uit te bouwen. Je wordt dus echt gemotiveerd om alles uit het spel te halen, maar er is ook sprake een soort vicieuze cirkel. Behaal je immers niet genoeg punten, dan kun je jezelf ook minder upgraden waardoor je feitelijk nog verder achter de feiten aanloopt dan dat je al deed. Het spelen met Dante, die ergens halverwege het spel voor een aantal missies de hoofdrol op zich neemt, is een heel ander paar mouwen. Hij beschikt namelijk niet over de Devil Bringer, wat een behoorlijke overschakeling zal zijn omdat de Devil Bringer bij Nero een zeer prominente plaats inneemt en zeer effectief is gebleken. Dante heeft in plaats daarvan vier verschillende vechtstijlen, die je via het D-pad kunt wisselen. De ene vechtstijl geeft Dante een zwaard waarmee hij tegenstanders eenvoudig de lucht in slingert, bij een andere vechtstijl beschikt Dante over een divers wapenarsenaal. Het wisselen tussen vechtstijlen kan op elk moment, maar is dankzij het heerlijk onnauwkeurige D-pad van de Xbox 360 nog lastiger uit te voeren dan je zou denken. Je hebt al snel een andere vechtstijl te pakken dan je eigenlijk zou willen en wanneer Dante vervolgens iets compleet anders doet dan je in gedachten had, dan is de kans groot dat de tegenstander zijn kans schoon ziet om je een lesje te leren. Maargoed, dit is eerder een euvel van de Xbox 360 dan van het spel en voor Playstation 3 bezitters gaat dit minpunt niet op; die mogen in plaats daarvan het spel installeren voor ze het kunnen spelen.De gevechten in Devil May Cry 4 vormen een uitstekende basis en bieden enorm veel diepgang wat ervoor zorgt dat je jezelf steeds verder kunt en moet verbeteren. Bovenstaande uitleg schets maar een klein deel van de vele mogelijkheden die beide personages te bieden hebben. Vooral de eindbazen zijn creatief ontworpen en vereisen van je dat je inzicht krijgt in hun aanvalsroutines en daartegen de juiste remedie verzint. Maar met zo'n stevig fundament als dit vechtsysteem is het eigenlijk jammer dat Devil May Cry 4 op andere punten zo veel laat liggen.

Want eigenlijk in alles voelt Devil May Cry 4 als een spel van de vorige generatie. De locaties zijn afgezonderde ruimtes die van elkaar worden gescheiden met laadschermen en lelijke, paarse overgangseffecten. Wanneer er vijanden verschijnen worden doorgangen naar andere kamers, soms zelfs binnen dezelfde locatie, geseald zodat het spel je forceert om je eerst op dat gevecht te focussen. Ook de houterige animaties van Dante en Nero zijn niet meer van deze tijd. De springen twee meter omhoog en vijftig centimeter opzij, wat vooral bij de platformgedeeltes in het spel ronduit frustrerend werkt. Je zult ook flink wat moeten backtracken in Devil May Cry 4, al is lang niet altijd duidelijk waarheen. Van recycling van locaties zijn de makers ook niet vies, sommige missies bestaan louter uit het teruglopen over al verkend terrein.

En dan is er nog de camera, die soms van de ene kant naar de andere zwiept. Bij een wisseling van camerastandpunt loop je daarbij ook ineens een andere kant uit, wat vooral irritant is wanneer de camera net voor een belangrijke sprong van standpunt wisselt. En dat doet hij nog wel eens. Soms werken camerawisselingen ronduit desoriënterend of staat de camera zo, dat je het zicht op het gevecht kwijtraakt en je prachtige combo teniet gedaan wordt. Ook heel erg vorige generatie is het feit dat je handmatig moet saven, dat er geen doorzichtig checkpointsysteem is en dat er geen gebruik wordt gemaakt van de profielen van je Xbox 360. Om maar niet te spreken van de lelijke lettertypes en rommelige menu's. Wat aankleding en afwerking betreft had Devil May Cry stukken beter gekund. Waarin het spel wel duidelijk 'next-gen' is, zijn de graphics. Sommige locaties zijn werkelijk prachtig, met mooie vergezichten, veel detail in de omgeving en een uitstekende sfeer. Vooral in het begin van het spel kijk je je ogen uit, helaas worden later de locaties toch iets minder aantrekkelijk. Zo zijn de schaduwen in het bos wel erg hoekig en zijn de kerkers en kastelen vrij eentonig vormgegeven. De energie die is gegaan in het ontwerpen van de omgevingen, is duidelijk niet evenredig gespreid. Ook het geluid zit goed in elkaar, met prima stemmen en mooie muziek tijdens de tussenfilmpjes. De muziek die je tijdens de gevechten hoort is echter compleet misplaatste, Rammstein-achtige herrie die de sfeer van het spel grondig onderuit weet te halen. Een vreemde keuze die eerder op de lachspieren werkt, dan dat het de gevechten kracht bij zet. Ook vervelend zijn de puzzels die op een zeer geforceerde manier in het spel verwerkt zijn. Een aantal puzzels past nog enigszins in de spelomgeving, maar wanneer je op een gegeven moment een bordspel met dobbelsteen aantreft op de vloer in een kasteel, dan krab je je toch even achter de oren. Het spel heeft nog met meeste weg van ganzenbord, waarbij verschillende vakjes bepalen welke plaag er vervolgens op je los wordt gelaten. Devil May Gooseboard! Yay! Ook niet heel plezierig, maar dat had ik al gezegd geloof ik, zijn de stukjes waarin je over obstakels of ravijnen heen moet springen. De makers hebben duidelijk gezocht naar een intermezzo tussen de vele gevechten door, maar doen dat veel te geforceerd. Bij God of War had je het gevoel dat de puzzels echt op hun plaats waren. Ze waren vaak ook groter, echt geïntegreerd in de spelomgeving en in het verhaal. Dit is in Devil May Cry 4 helaas niet het geval. Wat wel weer voor een positieve noot weet te zorgen zijn de tussenfilmpjes. Vooral de gevechten hierin zijn vaak prachtig geregisseerd en sommige moves zijn echt enorm cool. Toch komt het ook wel iets te geforceerd over. Bij de introductie van elke eindbaas worden weer een blik actiefilmcliché's opengetrokken zodat Nero of Dante kunnen laten zien hoe ze de tegenstander op spectaculaire wijze te slim af te zijn. Het contrast met de eigenlijke gevechten, waarin je soms louter op ze staat in te hakken, wordt daardoor alleen maar groter. De filmpjes zijn daarnaast doorspekt met one-liners die cool bedoeld zijn, maar vaak net iets te laconiek zijn voor de situatie. Vooral Dante geeft je de indruk dat het hem allemaal niets kan schelen en hoewel deze houding beter bij het spel past dan het naïeve 'ik krijg jou wel' wat Nero uitkraamt, is het soms toch iets te veel van het goede.