Je zou toch denken dat er wel wat alarmbellen gaan rinkelen als een spion een zwaarbeveiligde basis in hartje Sovjet-Unie infiltreert en het volledig uitmoordt. Niet in CounterSpy en dat is illustrerend voor de spagaat waarin CounterSpy zich bevindt. Is het nou een stealthgame of een actiegame? Het antwoord op die vraag blijft CounterSpy je tot aan het einde verschuldigd. Erger is dat de game in beide rollen niet weet te excelleren.

CounterSpy

Sluipen niet vereist

Terwijl je van links naar rechts loopt in de zwaarbewaakte legerbases van Russen of Ameri... Pardon, Communisten of Imperialisten, wordt je weg constant versperd door soldaten, officieren en bewakingscamera's. Zaak is om ze allemaal uit te schakelen, ondanks dat je soms ook ongehinderd verder zou kunnen sluipen. Je krijgt namelijk punten krijgt voor elke kill. Ongezien vijanden uitschakelen levert wel bonuspunten op, dus een meer stealthy aanpak loont wel degelijk. Het probleem is dat vanwege de wispelturige AI goed sluipwerk helemaal geen vereiste is. Bovendien staan je tegenstanders zo’n aanpak meer dan eens in de weg – en niet omdat ze nou zo gehaaid zijn.

Je krijgt met een icoontje te zien dat iemand zich net buiten jouw zicht bevindt, maar de camera is niet te bewegen. Elke stap is dus weer een gok; kan ik die vijand ongezien in zijn nek springen, of staat hij één pixel buiten beeld mijn kant op te turen? In het eerste geval is er weinig aan de hand, en in het tweede geval hoeft er ook niets aan de hand te zijn. Meestal kun je de vijand in kwestie een maaltijd blauwe bonen serveren en gewoon verder gaan met je spionnenbezigheden. De muren in de gemiddelde legerbasis zijn kennelijk zo dik, dat in een kamer verderop niemand geweerschoten en explosies waarneemt. Zelfs binnen één grotere ruimte is niet iedereen meteen in opperste staat van paraatheid bij een kleine vuurwerkshow.

Toch kun je er niet van op aan dat niemand sjoege geeft. Het komt ook weleens voor dat iemand verderop gelijk zijn walkietalkie uit de broekzak tovert en de Defcon verhoogt; bij Defcon 1 is het rennen geblazen naar een bepaalde computer om de lancering van kernwapens te voorkomen – het blijft de Koude Oorlog. Gelukkig hoeft dat maar zelden voor te komen, want als de stront en de knikker met elkaar in aanraking dreigen te komen, volgt meestal een tamelijk laffe shootout waarin de vijand met soms wel zes man sterk niet bij machte is je echt pijn te doen. Vanuit bepaalde dekkingsposities strooi je met headshots alsof het pepernoten zijn en zonder dekking biedt een machinegeweer uitkomst; levels zijn immers 2D, dus het is doorgaans verdraaid lastig om te missen.

CounterSpy is dus een klassiek gevalletje van tussen wal en schip. De game biedt te weinig middelen om echt sluipen mogelijk te maken, maar straft foutjes ook niet genoeg af. Daardoor is CounterSpy hoe je ‘m ook speelt maar zelden uitdagend en voelt de uitkomst van een missie vaak niet bevredigend, ondanks dat je misschien ongezien het einde van een level hebt bereikt, of juist een grootse schermutseling hebt overleefd. Daar komt bij dat omdat de game zo weinig diepgang biedt, het ook lastig is om de game moeilijker te maken. Ja, verderop in de game dragen sommige soldaten kogelvrije helmen en zijn bepaalde camera’s gepantserd, maar het ergste dat je kan overkomen is dat je in een zoveelste flauw vuurgevechtje belandt. Na een uurtje of 4 heb je dan ook wel de wereld gered.

CounterSpy

Koude Oorlog, warme sfeer

Dat vinden wij jammer, want CounterSpy ziet er visueel ontzettend aantrekkelijk uit. Elke militaire basis wordt random gegenereerd, maar voelt nooit als zodanig aan. Iedere kamer is ontzettend gedetailleerd en sluit naadloos aan op de vorige. Het kleurgebruik, de propaganda en rake acroniemen zorgen voor een heerlijke jaren ’60-spionnen sfeer. Dankzij deze random gegenereerde basissen blijft bovendien het puntensysteem nog redelijk overeind, ondanks de gebreken die CounterSpy kent. Je high score is de enige beloning die tegenover het betere sluipwerk staat, en je kunt niet uit je hoofd leren waar elke vijand verstopt zit en wat de handigste sluiproutes zijn. De high score blijft dus, hoe vaak je de game ook speelt, een tamelijk eerlijke reflectie van jouw sluipvaardigheden.

Op de PS Vita draait CounterSpy overigens niet optimaal en wordt regelmatig geplaagd door framedrops en lange laadtijden, maar omdat saves automatisch worden gesynchroniseerd tussen al je platformen switch je zonder moeite naar je PS3 of PS4. Een schrale troost, want uiteindelijk blijft CounterSpy een te simpele stealthgame, of een te slappe actiegame.

CounterSpy