Contra 4 voor de Nintendo DS is een game die een kleine geschiedenisles vereist. Jongere gamers die pas deze generatie zijn geïntroduceerd in deze wereld der digitaal entertainment zullen waarschijnlijk niet bekend zijn met de naam Contra. De wat oudere gamers zullen met een kleine huivering reageren wanneer zij horen dat het nieuwste deel van deze legendarische shooter-franchise klaar staat om onschuldige zieltjes van kleine gamertjes bruut te vertrappen. Dit vierde deel houdt namelijk het vaandel van de serie hoog. Ook Contra deel vier is moeilijk, heel moeilijk. Sterker nog: de game schopt je in je kruis, spuugt je in het gezicht en sleurt je met je hoofd over de straatstenen. Vanaf het eerste level is het al duidelijk: deze game is alleen voor de echte Spartanen onder ons. Voor de zwakkeren is er geen plaats. De vier in de titel is behoorlijk misleidend. Contra 4 is namelijk het elfde deel binnen de serie en met deze game viert de befaamde franchise van Konami zijn twintigste verjaardag. Contra 3 verscheen op de SNES en is een direct vervolg op de eerste twee delen Contra en Super Contra, die allebei op de NES verschenen. Wegens problemen met de censuur zijn deze drie games in Europa verschenen als Probotector, respectievelijk: Probotector, Probotector II: Return of the Evil Forces en Super Probotector: Alien Rebels. De menselijke helden werden in deze games vervangen door robots om te voorkomen dat menselijk geweld een grote rol zou spelen in de games. Zoals de naam al aangeeft is dit vierde deel een direct vervolg op de drie genoemde 'oer'-delen. De Westerse ontwikkelaar WayForward Technlogies (de eerste niet-Japanse ontwikkelaar binnen de serie sinds C: The Contra Adventure van Appaloosa uit 1998) heeft getracht om de serie terug te laten keren naar diens roots en de naam Contra in ere te herstellen. Dit houdt in dat je weer side-scrolling shooteractie mag verwachten van de bovenste plank met een moeilijkheidsgraad die er niet om liegt en wapens die de grenzen van de fantasie tarten.   Het verhaal van Contra 4 heeft bar weinig om het lijf. In 2638 heeft de organisatie Black Viper snode plannen en tracht de wereld te vernietigen. Een speciale eenheid van vier commando's van de Earth Federation wordt naar de Galuga-archipel gestuurd om Black Viper een halt toe te roepen. Het verhaal is niet bijster origineel, maar zeg nou zelf, meer hoef je toch niet te weten om een flink aantal aan tuig en gespuis verrot te knallen, slechts gekleed in een niets verhullend stuk harnas en een rode bandana? Dat knallen, dat is waar de game om draait en gelukkig is dat element fantastisch uitgewerkt. Aan het begin heb je de keuze uit één van de vier helden en met een spierbundel naar keuze ga je de strijd aan. Je hebt de beschikking over twee veschillende wapens, die je kunt verkrijgen door power-ups op het slagveld op te pikken. Pak je verschillende power-ups van een bepaald wapen, dan maak je dat wapen een stuk sterker. Je zult dus voortdurend de keuze moeten maken welk wapen je voor welke situatie gebruikt en welke combinatie van twee wapens elkaar het beste complimenteert. Op deze manier wordt er flink wat strategie in het geweld verwerkt en is een gegronde kennis van de wapens in de game van essentieel belang. Ben je echter eenmaal getraind in de schietijzers, dan spring en vlieg je door de verschillende levels, terwijl je de slechterikken met een salvo van formaat ten gronde richt. Deze game daagt je uit tot op het bot en vereist een diepe toewijding en discipline van de speler zelf.

Er wordt slim gebruik gemaakt van de twee schermen van de DS. Zo is mogelijk om met een speciale werphaak van platformen te wisselen en op deze manier vanuit het niets jezelf een uitstekende strategische positie kunt verschaffen op het bovenste scherm, terwijl je de vijanden op het onderste scherm onder vuur neemt. Er is een constante wisselwerking gaande tussen de twee schermen die de actie nimmer onderbreekt en op deze manier wordt het speelveld een stuk groter en functioneler. Verder is er maar weinig functionaliteit te vinden die gebruik maakt van de mogelijkheden van de DS. Zo is je touchscreen praktisch nutteloos en eigenlijk is dat maar goed ook, aangezien die vorm van besturing gewoon niet past in een game als deze met een gameplay-tempo van een TGV-trein op een flinke overdosis XTC. Vooral tijdens de enerverende gevechten tegen de talloze eindbazen ben je maar al te blij dat je vingers het tempo bij kunnen houden en dat de stylus lekker in zijn nisje kan blijven zitten. De presentatie is redelijk sober, met graphics die uit het 16-bit tijdperk lijken te dateren en een soundtrack die nergens potten breekt. Het is een stijl waar je van moet houden, maar de game weet wel perfect de sfeer en uitstraling van de vroegere Contra-delen te treffen en dat is ook flink wat waard. De graphics zijn wel helder en maken gebruik van een uitgebreid kleurenpalet. De enige momenten waarop je echt onder de indruk zal zijn, is tijdens de al eerder genoemde eindbazen die dikwijls schermvullend zijn. Op die momenen wordt er wél genoeg gebruik gemaakt van de grafische spierkracht die in de kleine biceps van de DS huist. Al met al wordt met de presentatie precies de juiste toon geraakt die je mag verwachten van een game als deze. De game lijkt vanaf het startpunt al te richten op de gamers die bekend zijn met de bron materie en op audiovisueel vlak worden deze gamers op hun wenken bediend.   De Arcade-modus vormt de hoofdmoot van de game, met negen verschillende gebieden die te doorkruisen zijn. Ben je hiermee klaar, dan kun je nog met de Challenge-modus aan de slag, waar je een flink aantal uitdagende gebieden met speciale doeleinden moet doorlopen. Denk hier bijvoorbeeld aan levels waar je alle vijanden binnen een bepaalde tijd moet omleggen of een level dat je met een gelimiteerd aantal aan munitie moet voltooien. Weet je ook de Challenge-modus tot een goed einde te brengen, dan wordt je beloond met de originele Contra en Super Contra en vele digitale hebbedingetjes zoals galerijen, geluidsclips en een interview met Nobuya Nakazato, de geestelijk vader van de serie. De Arcade-modus kun je ook nog eens met een vriend spelen via ad hoc en je bent een flink eind verder eer je alle moeilijkheidsgraden hebt doorgespeeld. De normale moeilijkheidsgraad is al behoorlijk pittig, maar de Hard-modus is waar de echte ijzersterke spelers elkaar treffen. Deze modus vereist al je discipline, doorzettingsvermogen en een diepe kennis van de mechaniek in de game zelf. Mocht je dus de volgende keer in de kroeg op zoek zijn naar een goede openingszin voor die ene leuke griet, zeg dan dat je de Hard-modus van Contra 4 hebt uitgespeeld. Wedden dat je die nacht niet alleen slaapt?