Normaliter ploffen games ergens rond de release op de deurmat van ons kantoor. Echter, met het vijfde deel in de Conflict-serie liep het ietwat anders. Dit actiespel ontvingen we namelijk pas ruim een maand ná de Europese release, ondanks dat we rond de release uitgever Eidos nog vriendelijk verzocht hadden ons een exemplaar op te sturen. Vaak duidt deze terughoudendheid op een spel van bedenkelijke kwaliteit. Desondanks besloten we met frisse moed er eens lekker voor te gaan zitten om de wereld van Conflict: Denied Ops van verder verval te behoeden.

De Conflict-serie kon tot dusver omschreven worden als de light-variant op het tactische schietspel Rainbow Six. Ook in deze serie had je namelijk de leiding over een viertal manschappen en diende je terroristen op een strategische wijze uit te schakelen. Echter, met Conflict: Denied Ops is ontwikkelaar Pivotal Games een totaal andere weg ingeslagen. Zo bestaat je team uit nog maar twee man en ligt de nadruk vooral op intense en open gevechten in vernietigbare omgevingen.

Conflict: Denied Ops kent een vrij standaard verhaallijn. Je gaat op pad met Reggie Lang en Lincoln Graves, twee leden uit een speciale sectie van de CIA, om een dreigende kernoorlog te voorkomen. Om dit voor elkaar te krijgen dien je verschillende opdrachten, die verspreid zijn over de hele wereld, te volbrengen. Het klinkt redelijk interessant, maar in wezen stelt het nauwelijks iets voor. Plotwendingen zijn erg voorspelbaar en de daadwerkelijke dreiging van een nieuwe wereldoorlog blijft afwezig door de sfeerloze presentatie. Waarschijnlijk heeft Pivotal Games meer aandacht geschonken aan de creatie van de hoofdpersonages. Deze zijn namelijk qua karakter volledig tegengesteld aan elkaar en maken voortdurend kleinerende opmerkingen in de richting van de ander. Zo wordt getracht het geheel ietwat meer diepte en humor mee te geven. De zogenaamd grappige dialogen zijn echter erg cliché en eerder irritant dan vermakelijk.

Wel is het leuk dat beide personages eigen vaardigheden en specialiteiten kennen. Ex-marinier Graves houdt ervan om met zijn sniper z'n opponenten van een afstandje te doorzeven terwijl Lang, een voormalig professioneel American Football-speler, liever te werk gaat met het zware geschut. Hierdoor kun je zelf bepalen welke speelstijl je wilt hanteren. Ook kun je zo inspelen op de omstandigheden. Kom je plots terecht in een situatie waarin de vaardigheden van het andere personages handiger zijn, dan kun je met een simpele druk op de knop wisselen tussen beiden hoofdrolspelers. Echter, gezien de tergende intelligentie van de computergestuurde personages en de relatief lage moeilijkheidsgraad is dit vrijwel nooit noodzakelijk. En mocht je onverhoopt tóch neergeschoten worden, dan kun je nog altijd je compagnon om hulp vragen. Deze geeft je dan een superspuitje dat ervoor zorgt dat al je opgelopen wonden in het niets verdwijnen.

Zoals eerder vermeld vinden de missies verspreid over de hele wereld plaats. Het ene moment ren je door een woestijnachtige omgeving terwijl je even later op Antarctica gedropt wordt. Deze visuele diversiteit verbergt de herhalende structuur van de levels echter niet. De opbouw van de kaarten en de opdrachten zijn constant hetzelfde. Wanneer je even door de visuele verschillen heen prikt kun je zelfs voorspellen wat voor soort omgeving volgt en welke doelstelling je moet behalen. Daarnaast lijken de makers een voorliefde te hebben voor ontplofbare olievaten. Om de twintig meter kom je wel een of meerdere vaten tegen. Deze maken het je nóg eenvoudiger door de levels te razen. Ze zijn namelijk stuk voor stuk geplaatst in de buurt van een groepje vijanden. Hierdoor kun je met één welgemikt schot een handjevol tegenstanders, die toch al niet al te snugger zijn, om zeep helpen.

Daarnaast heeft men ook getracht variëteit toe te voegen door je in bepaalde missies de mogelijkheid te bieden in voertuigen als tanks en hovercrafts rond te banjeren. Helaas is dit zo verschrikkelijk slecht uitgewerkt, dat je er al snel voor kiest deze situaties per voetenwagen af te leggen. Daarnaast is het onvergeeflijk dat het níet mogelijk is met een tank over een twee meter hoog muurtje heen te walsen. De ontwikkelaars hadden immers aangegeven dat de volledige omgeving vernietigbaar was. Ook gebouwen en natuurlijke objecten kunnen slechts sporadisch kapot. En áls ze aan gort geschoten kunnen worden, kan het slechts gedeeltelijk.

Conflict: Denied Ops bevat natuurlijk ook enkele multiplayermodi. De gebruikelijke varianten waarin je het tegen elkaar opneemt zijn redelijk uitgewerkt maar weten nergens te imponeren. Leuker is de coöperatieve speelmodus, die zowel off- als online te spelen is. Hierin kun je elkaar helen en is het mogelijk ietwat strategischer te werk te gaan. Verwacht echter geen tactische gevechten of Army of Two-achtige taferelen; daarvoor is deze modus te beperkt uitgewerkt en is de kunstmatige intelligentie simpelweg te zwak.

Conflict: Denied Ops voelt niet alleen qua gameplay verouderd aan, ook audiovisueel is het niet meer van deze tijd. Onnatuurlijke animaties, telkens terugkerende achtergrondmuziek en lelijke kartelrandjes; ze zijn eerder regel dan uitzondering. Wanneer je daarnaast ook nog eens verneemt dat de beeldverversing bij het minste of geringste in elkaar stort, zit er niks anders op dan te constateren dat het spel nog lang niet in de winkels had mogen liggen.