Company of Heroes: Tales of Valor ligt op 9 april in de winkelschappen. Dit is de tweede stand-alone uitbreiding van het bijna legendarische Company of Heroes. Om de geheugens weer even op te frissen, zetten we de recensies van het origineel en de eerste uitbreiding, Opposing Fronts, weer in het zonnetje. Hieronder vind je de recensie van Opposing Fronts.

Dat de Tweede Wereldoorlog nog lang niet gaat vervelen, bewees Relic vorig jaar maar al te goed met hun RTS-knaller Company of Heroes. Intens, indrukwekkend en hectisch: drie sleutelwoorden die vrijwel altijd bij je opkomen wanneer je lekker oorlogje aan het spelen bent. Goed nieuws: met de uitbreiding Opposing Fronts gooien ze daar nog wat schepjes boven op.

Op de redactie sta ik bekend als een Company of Heroes-fanaat. Ook op de frontpage zal het vast niet ontgaan zijn dat ik wel eens de naam van het spel hier en daar liet vallen. Wat mij betreft volkomen terecht dat er hier over gepraat wordt: Company of Heroes was voor mij een van de beste games van 2006. Vele spannende uurtjes heb ik gespendeerd aan het besturen van het Amerikaanse leger tijdens de bestorming van Normandië op D-Day en het vernietigen van menig Duitse tank. Om over het heerlijke multiplayerplezier nog maar te zwijgen.

Gelukkig daarom de herkansing in de vorm van Opposing Fronts. Naast de haast verplichte inhoud van nieuwe facties, eenheden, mappen en de nodige technische upgrades, biedt deze uitbreiding nog iets handigs: de mogelijkheid om deze uitbreiding stand-alone te spelen. Stand-alone wil zeggen dat je het oorspronkelijke Company of Heroes niet per se in bezit moet hebben om Opposing Fronts te kunnen draaien. Heb je dat wel, dan kun je in multiplayer met de vier verschillende facties, te weten de Amerikanen en de Duitse Wehrmacht uit het origineel en de Britten en de Duitse Panzer Elite uit de uitbreiding, spelen. Zit je zonder, dan hoef je echter niet te treuren: je kan wel alsnog tegen de eerdere facties spelen, net zo goed dat je met de 'vanilla' versie van Company of Heroes tegen de twee nieuwe legers kunt vechten.

Had het origineel slechts een campaigne, in Opposing Fronts zul je met twee compleet andere missies aan de gang gaan. De Britise campagne is gebaseerd op de bevrijding van het Franse stadje Caen. In negen missies zul je de Britse en de Canadese (oui, inclusief Frans accent) troepen begeleiden door het groene Franse landschap om zodoende de Duitsers weg te jagen en een opening te creëren richting de Lage Landen.

Als bevelhebber van de Duitze Panzer Elite heb je daarentegen een heel andere taak: zorg ervoor dat je Arnhem, Oosterbeek en andere Nederlandse plaatsen bezet houdt en drijf de Geallieerde troepen terug tijdens de grootse luchtinvasie aller tijden: Operation Market Garden. Het mag gezegd worden dat beide campagnes erg lekker wegspelen. Helemaal omdat het allemaal redelijk dicht bij huis is. Vooral de bestorming van de brug in Arnhem of de tegenaanval van de Duitsers in Caen zijn missies die je nog lang bij zullen blijven. Kijk, daar houden we van!

Wat nieuwe legers betreft: deze spelen geheel anders dan wat je eerder gewend was. Vooral de Britten hebben hier een handje vol van. Met name de mobiliteit van het leger speelt een rol tijdens het spelen van de Britten. Je bouwt geen basissen meer, maar regelt je offensief vanuit een drietal trucks die functioneren als hoofdkwartier, field support en armor support. Ben je de huidige locatie zat, dan pak je gewoon alles in en rijd je zo naar een ander punt op de map.

Toch zal je in de praktijk vaker op dezelfde plek blijven zitten dan dat je telkens loopt te verkassen. Dat komt voornamelijk omdat de Britten heer en meester zijn in het verdedigen van kritieke strategische punten. Dat zie je gelijk al in de vele opties die de manschappen je bieden: loopgraven, MG-nesten, mortiernesten, je kunt het niet zo gek bedenken of de Britten hebben het wel in hun wapenarsenaal. Ben je iemand die zich graag letterlijk ingraaft, dan zit je met deze knakkers wel goed. Vooral de 17 Pounder Howitzer, naar verluidt het beste wapen tegen tanks ooit, hakt er flink in als tegenstander zijnde. En als je het gevecht kilometers verder wilt beëindigen, dan gooi je er gewoon een spervuur van de machtige 25 Pounder boven op.

Jerry MG42!

Het gaat zelfs zo ver dat de Britten een hele doctrine (een bepaalde tech tree die je de toegang geeft tot nieuwe technologische hoogstandjes in je arsenaal) hebben ontwikkeld die bepaalde taktieken zoals de Creeping Barrage (artillerievuur dat zich als het ware door het land begeeft) en de Counter-Attack (krijg je vijandelijk vuur op je dak, dan zullen de Howitzers automatisch op de vijandelijke artillerie vuren) mogelijk maken. Een vergevorderde speler die wel van wanten weet met deze 25 Pounders is dus een tegenstander die je liever niet tegenkomt op het strijdveld.

Zo'n strategie maakt de Britten overigens wel wat passief, wat misschien niet voor iedereen weggelegd is. Gelukkig weten de andere twee doctrines, de Royal Commandos en de Royal Scottish Engineers (niet de correcte historische benaming vreemd genoeg, maar dat terzijde) de wat aggressievere spelers meer te vermaken: de commando's, in combinatie met Tetrarch light tanks, komen heel stoer door middel van gliders uit de lucht vallen en zijn een niet te onderschatten aanvalsmacht. De Royal Scottish Engineers daarentegen zijn gefocust op Churchill tanks en bieden verbeteringen voor alle Britse tanks. Het antwoord op de Duitze panzerdivisies dus.

Dan over naar de Panzer Elite. Met zo'n naam zou je een factie verwachten volledig gericht op keihard pantsermateriaal, maar dat is het dus niet: de Panzer Elite moet het vooral hebben van halftracks in allerlei soorten. Deze licht bepanserde wagens bieden je een snelle en flexibele manier om makkelijk de omgeving door te komen. Op het gebied van infanterie hebben de Duitse manschappen, in de vorm van Panzer Grenadiers, een gevarieerde rol: aanvallen, dekking geven, repareren en gebouwen bouwen (of juist opblazen), het kan allemaal. Geef hen wapens en waardeer ze volledig op, en je zal een infanterieleger hebben dat weinig echte tegenstand tegen zal komen. Dat kost misschien wat, maar dan heb je ook wat.

Verdedigingswapens zoals je die kent van de andere legers heb je hier daarentegen niet. Althans, niet standaard. Alleen de Luftwaffe-doctrine geeft je de gelegenheid om Flakvierling- en Flak 88-kanonnen te bouwen. In deze tree heb je overigens ook de Wirbelwind-tank, de Fallschirmjager (parachutisten op zijn Duits: ze komen uit huisjes lopen) en een handige aanval om vanuit te lucht doelwitten (tanks en dergelijke) te bombaderen.

De Scorched Earth-doctrine is weer heel andere koek: deze laat je bijvoorbeeld wegen blokkeren of kun je strategische punten uitschakelen of er booby traps op zetten. De Tank Destroyer-doctrine is ten slotte de doctrine die je echt zou verwachten bij de Panzer elite: de machtige Jagdpanther als de Hetzer tank zijn dankzij deze doctrine op te roepen. Met de kanttekening dat de Jagdpanther slechts eenmaal te bouwen is per speelsessie, omdat deze extreem zeldzaam was in de echte oorlog. Dit onder het mom van de balans zullen we maar zeggen. Al met al flinke verschillen in factie dus, maar dat maakt het spel des te leuker.

Sowieso is Opposing Fronts een enorm vermakelijke game geworden. Ondanks dat het een gruwelijke periode was uit de geschiedenis en je er eigenlijk niet om kan en mag lachen, weet Relic vaak genoeg een glimlach op het gezicht te toveren. Dat valt in het bijzonder te danken aan de Britten. Zijn het in hun eigen land enigszins bekakte snuiters die alleen maar thee drinken, in het buitenland hoor je ze zowat non-stop vloeken en tieren. De fucks, wanks en de bloody's komen aan de lopende band voorbij, heerlijk gewoon! Als je dacht dat de lompe Amerikanen er wat van konden heb je het mooi mis, die normaal gesproken nette Tommies kunnen er ook wat van. Helaas moeten de Duitsers het nog steeds doen met een accent á la “Luitenant Gruber and hiz little tankie”. Het klinkt okee, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Tot slot iets waar we wel minder over te spreken waren: Relic Online. Hoewel het systeem waarmee je potjes online kunt spelen enigszins vergelijkbaar is met Blizzard's Battle.net, werkt het nog steeds niet naar behoren. Lag, spelers die niet met elkaar kunnen verbinden of spelers die na verloop van tijd uit een spel donderen; zulke problemen komen nog te vaak voor helaas. Niet altijd en het is ook niet bij iedereen van toepassing, maar toch. Gelukkig wordt hier nog aan gewerkt in de vorm van nieuwe patches, maar lastig is het wel.

Daarnaast hebben ze bij Relic iets naars bedacht, waarschijnlijk om mensen met een illegale versie tegen te werken: je moet altijd online zijn wil je Opposing Fronts kunnen spelen. Of het nu de singleplayer campagne is, een offline skirmish of een LAN-sessie, altijd zul je ingelogd moeten zijn op Relic Online. Maar wat als Relic Online ineens Relic Offline is? Tja, dan kun je niet spelen. Het komt niet vaak voor, maar een tikkie vervelend is het zeker.