De Russen. We horen het onze geschiedenisleraar nog zeggen: “Zonder het Rode Leger waren we nooit bevrijd geweest. Altijd maar de Amerikaanse propagandafilms. De Russen, dat waren de echte helden.” Zou Relic Entertainment misschien dezelfde leraar hebben gehad?

Het grote gemis van de Russische oorlogsmachine in deel één maakt Relic meer dan goed door ze in Company of Heroes 2 in het stralende middelpunt te zetten. Als je onder stralend tenminste een paar kapot gebombardeerde steden, barre oorlogswinters en een hele hoop slachtoffers verstaat. Deel twee is een stuk rauwer en bloediger dan het eerste. Vechten aan de kant van de Russen (of eigenlijk aan het Oostfront) was geen pretje en dat gevoel willen de makers ook absoluut overbrengen.

Een gevoel dat zich vooral vertaalt naar de singleplayercampagne. Dat wordt ditmaal niet gedaan middels personages en hun heroïsme, zoals dat in het eerste deel wel ging. Wat dat betreft gaat Relic meer voor historische accuraatheid. De Russen stonden niet bekend om individuele acties en dappere strijders. Hitlers leger werd voornamelijk op de knieën gedwongen door veel, heel veel Russische soldaten op ze af te sturen.

Geen helden

Concreet betekent dat voor de gameplay dat je vaak met heel veel soldaten aan de slag kunt. Zo is het voor het Russische leger mogelijk om iedere halve minuut Conscripts op te roepen via een druk op een knop. Ze kosten niks; behalve dan een beetje manpower en de bekende unit cap. Dit zorgt ervoor dat soms hersenloos je mannen naar voren blijven sturen al voldoende is om een strijd te winnen.

Dat is enerzijds jammer, omdat juist het element van plannen en het koesteren van je manschappen zo sterk was uitgewerkt in het eerste deel en de daaropvolgende uitbereidingen. Het haalt een stukje van cultstatus weg die de singleplayercampagne uit deel één had opgebouwd. Anderzijds is het wel de manier waarop Stalin zijn concurrent uit Berlijn uiteindelijk heeft verslagen. Het is de manier waarop de Russen hun zaakjes voor elkaar kregen. En als we heel eerlijk zijn, heeft Relic altijd gekeken naar de speelstijl die een bepaalde legergroep hanteerde. Kijk maar naar het Britse 2nd Army en de Duitse Panzer Elite uit Opposing Fronts.

De campagne is dus qua personages en heroïsme misschien niet zo meeslepend als eerdere Company of Heroes-games; het laat je wel op een geweldige manier ervaren hoe het er aan het Oostfront aan toe ging. Sta je het ene moment te bikkelen tussen de rokende puinhopen van Stalingrad, het volgende moment ploeg je net zo makkelijk door de besneeuwde bossen nabij Moskou. Elke missie voelt net even wat anders aan en laat je ervaren hoe de Russen zich hebben gevoeld onder de Duitse aanval.

De eerste missies word je constant in het nauw gedreven en heb je niet meer dan een zooitje ongeregelde soldaten voorhanden die vechten voor hun laatste hoop. De laatste missies daarentegen, ben je veranderd in een grommend beest. Een beest dat iedere nazi met huid en haar opvreet door middel van een onstuitbare oorlogsmachine die qua grootte en kracht niet meer onderdoet voor zijn Duitse tegenhanger. Daar tussenin mag je enkele missies uitvoeren waarbij je slechts de beschikking krijgt over een handvol sluipschutters of een groepje Conscripts die een Tiger moeten opblazen. Jammer genoeg zijn er te weinig van deze missies: juist in deze missies krijg je een band met je eenheden en zie je ze liever niet sterven. In ieder geval niet zonder een passende heldendood.

Een stapje verder

De ware kracht ligt daarom niet bij de missies, maar meer op de manier waarop Relic de game heeft bijgeschaafd en heeft gekeken naar nieuwe spelelementen. Conscripts oproepen blijft bijvoorbeeld niet zonder gevolgen. Zodra je gebruikt maakt van deze optie, verschijnt er een Russische officier ten tonele die iedere terugtrekkende eenheid direct executeert. Over realisme gesproken. Iets minder realistisch is de tegenwoordig bijna standaard manier van upgraden waarbij je door middel van zelfgekozen Commanders en een hele waslijst aan achievements een soort van eigen leger kan samenstellen. De nieuwe aanpak is verre van origineel en zorgt soms zelfs voor wat irritatie, omdat het niet echt past binnen de Company of Heroes-wereld waar je vooral wilt focussen op upgrades tijdens de gevechten en niet daarvoor of daarna. Uteindelijk word je zo gedwongen opdrachten te halen om zodoende bepaalde eenheden net even wat sterker te maken. En uiteindelijk een leger te creëren die past bij jouw individuele speelstijl.

Het nieuwe True Line of Sight-principe zorgt ervoor dat de specifieke plaatsing van je eenheden een veel grotere rol speelt. Vooral in de wat meer bebouwde gebieden waar je nu daadwerkelijk om het hoekje moet kijken om te zien wat er om je heen gebeurt.. De beste toevoeging blijft echter de bitter koude. Het geeft de bekende gameplay net dat beetje extra diepte mee waardoor het zonder al te grote aanpassingen toch weer fris aanvoelt. De koude dwingt je om goed na te denken over je tactiek en je bevelen. Blind naar voren was in deze reeks sowieso al geen goede optie, maar nu wordt het direct afgestraft. Voor je überhaupt een aanval plaatst, is het handig te weten waar warmtebronnen zijn of hoe diep de sneeuw is zodat je infanterie niet vast komt te zitten. Wat je vervolgens ziet is dat je vooral tussen de sneeuwstormen door eenheden op de juiste plaats zet en de basis voor een aanval plant. Om vervolgens te merken dat je tegenstander precies hetzelfde heeft gedaan. En dan begint de sneeuwpret pas echt.

Vooral in de twee overige modi, skirmish (on- en offline) en Theatre of War komt de dynamische weersverandering tot zijn recht. En eigenlijk komt alles beter tot zijn recht in deze twee modi. Want hoe uitdagend sommige singleplayermissies ook zijn, de echte tests krijg je pas als je met de rug tegen de muur staat en hordes getrainde soldaten (Duitse of Russische) op je af blijven stormen. Precies wat er gebeurt in skirmish en Theatre of War. Vooral in de laatste modus ligt de moeilijkheidsgraad soms bijzonder hoog en zul je meer dan eens een met trillende vingers en een gevoel van euforie het einde van een schier onmogelijke missie halen.

Niet alleen

Theatre of War laat je trouwens in je eentje, coöp en potjes met de kunstmatige intelligentie spelen, wat de modus zijn charme meegeeft. Soms heb je in Company of Heroes gewoon zin in je eentje wat rond te klooien en verschillende tactieken uit te proberen, terwijl je af en toe momenten hebt waarop je liever met een vriend wat Duitse Panzers met je Katushya’s onder vuur neemt. Het zijn ook deze potjes die direct weer de kracht van de verschillende eenheden en hun specifieke upgrades boven laat drijven. Precies waar het eerste deel zo sterk in was.

Toch zul je ook af en toe snakken naar die heerlijke online potjes tegen alleen menselijke spelers. Niet alleen om de eerder genoemde nieuwe sneeuwstormen en dodelijke koude, maar ook omdat de twee facties een prima balans kennen. Tenminste, als je tegenstander er niet voor kiest om alleen maar met afstandsbombardementen jou het leven zuur te maken. Deze tactiek kan soms net iets te sterk zijn in open speelvelden.

Een ander voordeel van online je potjes afwerken is het ontbreken van de kunstmatige intelligentie. Want die is helaas niet altijd even goed. Computergestuurde tegenstanders lijken soms lak te hebben aan een verdedigingslinie en rijden hun tank zonder pardon stijf tegen je zandzakken aan, met de loop ergens tussen je ogen geprikt. Ook infanterie lijkt, in tegenstelling tot het eerste deel, soms ballen van staal te hebben en rennen zo voorbij een normaal gesproken angstaanjagend mitrailleursnest om zo met een handvol manschappen in je basis rond te lopen. Terwijl ze onder vuur liggen van de omringende bunkers. Iets dat we niet vaak zagen in de eerste Company of Heroes.

Maar zelfs met enkele overduidelijke minpunten, voelt de game geweldig aan. Meer dan geweldig. De game kent, zoals gezegd, nog steeds een indrukwekkend aanbod aan unieke eenheden met hele specifieke eigenschappen die vooral in bepaalde modi jou veel vrijheid geven om een eigen tactiek uit te voeren. Bovendien kent de game weer intense momenten, dankzij de al solide basis én ieders grote vijand: Koning Winter.