Tempeltje hier, straatje daar, Coloseumpje naast dat huisje en nog een Forum Romanum tussen die parkjes in. Klaar! Men zegt wel dat Rome niet in één dag gebouwd is, maar de Caesar reeks  heeft toch al drie keer bewezen dat dit wel degelijk mogelijk is. Nu het vierde deel in deze genrebepalende reeks in de winkels ligt, hopen we dat we weer een heerlijke simgame voor ons hebben. Is dit ook zo, of zou deze game een duim omlaag krijgen in het Coloseum? Er zijn een paar echt bepalende games in het city-building genre. Simcity is dit bijvoorbeeld voor steden die zo in onze huidige samenleving geplaatst kunnen worden. Caesar is zo'n reeks die ook zeer bekend is, maar die zich in een heel andere tijd afspeelt. Zoals de naam al doet vermoeden, speelt Caesar zich af in de Klassieke Oudheid, meer specifiek in de Romeinse periode. Dat betekent dus dat je moet denken als een echte Romein, om zo uiteindelijk gouverneur van de grootste stad in de toenmalige wereld te worden: Rome. Natuurlijk word je niet meteen voor de spreekwoordelijke leeuwen gegooid, maar begin je met een kleine stad. Hier moeten langs een weg een aantal huisjes gebouwd worden, om zo de eerste mensen in je nieuwe dorp te kunnen onthalen. Vervolgens moeten er typische en noodzakelijke dingen gebouwd worden, zoals waterputten en velden met eten. Hoe groter je stad wordt, hoe moeilijker het natuurlijk wordt om iedereen te voorzien met deze simpele middelen. Vooral de watertoevoer is zeer belangrijk en verder in het spel zullen dan ook typisch Romeinse bouwwerken als aquaducten tot je beschikking komen. Op die manier kan een miljoenenstad toch nog voorzien worden in zijn basisbehoeften. Hoe verder je in het spel komt, hoe uitgebreider de eisen worden van je burgers. Hiermee moet rekening gehouden worden, terwijl er ook nog bepaalde doelen gehaald moeten worden.

Caesar IV draait, zoals altijd bij citybuilders, om het bouwen van een grote stad. Hierbij moet met elke schakel in de ketting rekening gehouden worden, zodat de mensen in de stad tevreden zijn. Het gaat hierbij om álle mensen, van de plebs (het gewone volk) tot de adel, die stinkend rijk zijn en enorme huizen bezitten. Het gewone volk vraagt gelukkig niet om heel erg uitgebreide steden, slechts het goed verzorgen van het geheel is genoeg. De rijke adel echter hoeft geen werk, maar de mensen die hiertoe behoren willen alleen maar luxe en schoonheid. Om deze luxe in je stad te krijgen, zijn handelaars nodig. Niet alles wordt namelijk gemaakt door de noeste arbeiders in je eigen stad. Daarom zul je je plebs moeten laten handelen met naburige steden. Caesar doet dit erg goed en uitgebreid, waardoor je het gevoel krijgt dat jouw stad zich in een echt rijk bevindt. Hierdoor lijkt het alsof je echt te maken hebt met een wereldwijde economie. Helaas is het zo dat, net zoals in de echte wereld, de economie niet geheel te controleren en bespelen is. Caesar vervalt hier een beetje in micromanagement. Hierdoor moet er door heel veel menuutjes geklikt worden voordat je vindt wat je zoekt.

Een goed voorbeeld is het opslaan van goederen. Er zijn geen goede plaatsen om bepaalde producten op te slaan, waardoor ze vaak gewoon in de fabriek liggen te wachten totdat ze verspreid worden. Dit kan wel veranderd worden, maar dan moet er dus behoorlijk veel gezocht worden. Niet iedere gamer houdt hiervan en eigenlijk zou het dus fijner zijn wanneer Caesar ook een makkelijkere mogelijkheid in het spel had om dit te regelen.Normaal gesproken zou je denken dat een echte citybuilder zich alleen op het bouwen van een stad concentreert. Helaas is dit waar Caesar een beetje de mist ingaat. Er zit een oorlogselement in Caesar IV en dat had eigenlijk niet gehoeven. Natuurlijk zou het echte Romeinse Rijk nooit iets zijn geworden zonder zijn beroemde leger, maar in Caesar voelt dit misplaatst aan. Dit komt vooral omdat je niet het gevoel hebt dat je het zo goed georganiseerde Romeinse leger bestuurt, maar een groep geestelijk gehandicapte 'soldaten' die een speelgoedzwaardje in hun hand geduwd hebben gekregen. Ze rennen rond als kippen zonder kop en er is geen enkel strategisch inzicht vereist om te winnen. Zolang je zorgt dat je meer en beter bewapende soldaten hebt, zegevier je. Gelukkig zijn je adviseurs een stuk slimmer dan de soldaten waarmee je opgezadeld wordt. Deze dames en heren houden namelijk alles wat er in je stad precies bij, waardoor je in een oogopslag ziet waar de knelpunten in je stad zitten. Nu we het toch over de minpuntjes hebben, moeten we het even hebben over de interface van de game. In principe is er niet veel mis met geheel, op één ding na: het uitkiezen en neerzetten van gebouwen. Voordat je het gebouw gevonden hebt dat je wilt neerzetten, moet je door een te groot aantal menu's heen klikken. Zodra je dan eindelijk dat ene gebouw gevonden en geselecteerd hebt, blijft het pop-up menu waar je zojuist het gebouw uitgezocht hebt, gewoon staan. Het zou stukken handiger zijn wanneer, zodra je op het gewenste gebouw geklikt hebt, dit schermpje wegspringt en je weer je hele stad hebt. Helaas dachten de jongens en meiden bij Tilted Mill hier blijkbaar anders over. Een leuke toevoeging is de online modus waarover Caesar IV beschikt. Het gaat hier niet om het samen bouwen van steden, maar om het bereiken van zoveel mogelijk doelen. Dit wordt allemaal bijgehouden in een online klassement. Door meer geld te verdienen en een betere rating van de Romeinse Senaat te krijgen, stijg je in het klassement. Zijn de mensen in je stad niet zo tevreden over je, dan zak je gegarandeerd in het online klassement. Het is een leuke manier om een competitief online element aan de game toe te voegen. Ook is het leuk dat online scenario's gedownload kunnen worden, om zo te kijken of dat level van een vriend wel echt zo'n uitdaging is als hij beweert.  Zoals het een goede citybuilder betaamt, is het een waar genot om naar een enorme stad die helemaal voor zichzelf zorgt, te kijken. Kleurrijke gebouwen, mensen die van hot naar her rennen en zelfs schitterende weerseffecten zijn allemaal aanwezig in Caesar IV. Op een gegeven moment begon het keihard te onweren boven mijn stad en zag ik overal bliksemschichten inslaan in de grond. Gelukkig werd mijn net gebouwde stad op een haar na gemist. Zodra je kijkt naar je stad, krijg je echt het gevoel alsof het leeft. Helaas is het bij grotere steden zo dat ze ook verschrikkelijk veel van je computer vragen, waardoor de framerate tot een dieptepunt zakt. Het geluid is goed verzorgd, maar steekt er niet echt met kop en schouders bovenuit. De muziek is sfeervol en de effecten klinken leuk, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Al met al kunnen we zeggen dat Caesar IV zeker een geslaagde citybuilder geworden is, die hier en daar echter een steekje laat vallen. Gelukkig blijft het spel wel leuk en uitdagend, zonder dat het onmogelijk wordt om te spelen. De economie vraagt wel constant om aandacht, wat soms kan leiden tot micromanagement. Zoals gezegd houdt niet iedereen hiervan en daarom is Caesar IV toch eigenlijk wel voor de die-hard fan van het genre. Een beginner zal niet zo snel uit de voeten kunnen met Caesar IV.