Bulletstorm schaamt zich niet voor zijn weinig pretentieuze inhoud en erkent dat het niet meer is dan een absurd, humoristisch en vermakelijk jongensavontuur. Juist die attitude maakt het een van de sympathiekste shooters in een lange tijd. Zeker gezien de heersende overdaad aan grauwe militaire shooters.

Bulletstorm, ontwikkeld door het Poolse People Can Fly (bekend van Painkiller), draait volledig om het maken van skillshots: brute manieren om je tegenstanders om het leven te brengen. Hoe onorthodoxer je skillshot is, hoe meer punten je in ontvangst neemt en hoe meer ammunitie en wapens je kunt ontgrendelen. En aan onorthodoxe skillshots om je tegenstanders om te brengen schort het in Bulletstorm niet. Zo kun je ze verpletteren door deuren naar ze toe te trappen, ze van hun ledematen ontdoen, ze flamberen, ze in een meer met vleesetende vissen duwen, ze elektrocuteren, hun ingewanden met een zweep via hun achterste het lichaam uittrekken, ze in vleesetende planten trappen, ze tegen het plafond aangooien… We kunnen nog wel even doorgaan, maar waar het op neerkomt is dat Bulletstorm geweld verheerlijkt op weinig subtiele wijze. Dat is niet erg uniek, maar wel erg vermakelijk.

Dicks

Het gebruik van al dat geweld wordt door middel van een heerlijk irrelevante context verantwoord. De verbannen ruimtepiraat Gray knapte vroeger vuile klusjes op voor generaal Sarrano, wie hij nu vanwege persoonlijke motieven om het leven wil brengen. In een poging daartoe storten zowel de generaal als Grayson (kortweg Gray) en zijn team (dat aanvankelijk enkel bestaat uit zijn beste vriend Ishi) neer op een planeet die ooit diende als vakantieoord, maar nu overlopen is door mutanten en bendes. Jij, Gray, wil alsnog je wraak nemen op Sarrano, maar dat wordt het hoofdpersonage door allerlei omstandigheden héél erg moeilijk gemaakt. Bulletstorm kent geen geniaal plot, maar in principe dient het verhaal enkel als goed excuus voor het creëren van bizarre situaties en hilarische dialogen. Wellicht zijn wij in onze puberjaren blijven hangen, maar met oneliners als “you scared the dick of me”, “I’m going to kill your dick” en “son of a dick” heb je ons al gauw aan het lachen.

De gelijkenissen tussen Bulletstorm en het inmiddels bejaarde Duke Nukem 3D onthullen zich al snel. Ook het spel met The Duke schaamde zich niet voor zijn stupide inhoud, barstte van de  oneliners en droeg een zekere ‘fuck intellectualiteit, gamen hoort leuk te zijn’-attitude uit. Gray deed ons in ieder geval meerdere malen aan de Amerikaanse antiheld denken. Dat impliceert dat Bulletstorm net als Duke Nukem een spel met een simpele formule is: veel geweld en humor, maar weinig variatie en inhoud. Wij vreesden dat de singleplayer van Bulletstorm niet meer zou zijn dan een The Club-achtige aaneenrijging van levels waarin je zoveel mogelijk punten moet verdienen door je zo snel mogelijk door de levels heen te knallen. Deze vermoedens zijn echter volledig ongegrond. Nu is de hoofdmodus wel degelijk een aaneenrijging van actie, maar het is er wel een die je constant weet te verrassen en vrijwel nooit ophoudt met variëren, zowel qua actie als omgevingen.

Afwisseling

Dat de singleplayer van Bulletstorm niet de veredelde arcademodus is die wij vreesden, blijkt al uit het eerste half uur. Je neemt in dat kort tijdsbestek deel aan een galactische schepenoorlog, loopt met ‘antizwaartekrachtschoenen’ op de zijkant van een flatgebouw en vermoordt in dronken toestand een van de vele bountyhunters die het op je gemunt heeft (Gray heeft een duister verleden). Later waan je je in Godzilla-achtige situaties en bestuur je een mechanische dinosaurus die alles met de grond gelijkt maakt.  Bulletstorm is door diens afwisseling en humor een game die je in één ruk uitspeelt. Je weet altijd dat er iets nieuws op je wacht, ongeacht of dat nu een nieuw wapen, toffe dialoog, een nieuwe omgeving of verse gameplay is. Later in het spel zal Bulletstorm minder verschillende scenario’s op je loslaten en ben je net wat vaker bezig met louter schieten, maar door de variëteit in de omgevingen, de mogelijkheid om steeds andere wapens op andere manieren te hanteren en bovenal de verschillende skillshots, valt de game gevoelsmatig enkel sporadisch in herhaling.

Ook de toffe wapens zijn een drijfveer om ieder conflict net weer anders te benaderen. Wie houdt er immers niet van een sniper waarvan de kogels na het verlaten van de loop nog te besturen zijn, een shotgun die vijanden door midden kan schieten en een pistool dat vijanden met flares de lucht in kan lanceren? De geweren in Bulletstorm spelen een centrale rol en kunnen mondjesmaat verbeterd worden, hoewel ze in hun uiteindelijke staat niet meer bevatten dan een secundaire vuurmodus (die vaak wel enorm tof is) en wat extra magazijnen. Ook het gebruik van de leash, waarmee je vijanden naar je toe kunt trekken, is geweldig. De laars van Gray verdient eveneens een eervolle vermelding, gezien je je voet veelvuldig gebruikt om bad guys in afgronden te trappen. De wapens zien er allemaal geweldig uit, evenals al het andere in Bulletstorm. Tijdens het spelen vergaap je je  constant aan de prachtige, bijna sprookjesachtige wereld. Dat maakt het des te spijtiger dat de singleplayer vroeg op zijn eind loopt: op de normale moeilijkheidsgraad ben je binnen een magere vijf á zes uur klaar.

Modus

Hoe verrassend de singleplayer is, zo generiek en saai is de multiplayer. De enige modus die in samenspel speelbaar is, is Anarchy, wat niet meer dan een coöpmodus is waarin je hordes aan inkomende vijanden probeert om te leggen. Een beetje als Firefight uit Halo: Reach of Horde uit Gears of War 2 dus. We hadden veel liever een versusmodus gezien waarin je de toffe skillshots op elkaar toepast, in plaats van op de dramatische kunstmatige intelligentie (in de singleplayer merk je overigens niets van dat zwaktebod vanwege diens lineaire opzet). Door vaker te spelen verkrijg je een hogere rang en kun je het uiterlijk van je personage veranderen, maar uiteindelijk motiveert je dat niet genoeg om door te blijven spelen.

Eerlijk gezegd is de Anarchy-modus een vrij zoutloze bedoeling en voelt het eerder als een verplicht nummertje dan een weldoordachte poging om de interessante gameplay uit de singleplayer naar een coöperatieve ervaring te vertalen. Gelukkig kent de game nog de Echoes-modus, waarin je in losstaande singleplayersequenties een zo hoog mogelijke score neer probeert te zetten in een race tegen de klok.  Hoe unieker je skillshots daarbij zijn, hoe beter je score uiteindelijk is en hoe hoger je in de online klassementen eindigt. Echoes is leuk en verslavend, zeker als je vrienden net zo competitief als jij zijn, maar kan het gemis van een degelijke multiplayer niet maskeren. Anders was Bulletstorm zonder twijfel in aanmerkingen gekomen voor die felbegeerde negen.