De verleiding is groot om alle games met ook maar enige artistieke pretenties, als kunst te bestempelen. De artistieke waarde in de meeste blockbuster-games is immers zo gering, dat de minste suggestie al genoeg is om het k-woord in de mond te nemen. Zeker Blueberry Garden is een spel dat je makkelijk mee laat voeren op deze gedachtegang. De graphics zijn onconventioneel, monochroom met enkele kleuraccenten, in de stijl van een kindertekening die tot leven is gekomen. De spelopzet is onduidelijk en wordt niet toegelicht, maar begint al spelende vorm te krijgen. Blueberry Garden nodigt je uit te verkennen, te experimenteren. Allemaal eigenschappen die de meeste blockbusters ontberen. Toch weet Blueberry Garden de vage grens tussen kunst en de pretentie-tot, niet te overschrijden.

Een houterig ogend vogeltje waarvan alleen het snaveltje is ingekleurd is de protagonist in Blueberry Garden. De spelwereld wordt gevormd door scherpe zwarte lijnen, het landschap zelf is net zo wit als de lucht. Met name de bomen en planten geven kleur aan de wereld. Kleur en beweging, want ze wiegen zachtjes heen en weer op de wind, waarbij sommige bomen hun vruchten laten vallen. De wereld verken je als in een platformgame, al kun je ook vliegen. Of eerder zweven, want heel hoog kom je niet.

Geen instructies

Vanaf het moment dat je in de wereld wordt gedropt, krijg je geen verdere instructies van wat er van je verwacht wordt. Het spel vraagt de speler zelf initiatief te nemen en al doende wordt het doel vanzelf duidelijk. Voor wie games gewend is die je handje vasthouden en je stap voor stap vertellen wat je moet doen, zal dit even omschakelen zijn. Misschien is het zelfs lastig om niet af te haken, wanneer je even niet weet hoe je verder moet. Maar met enig doorzetten zal de oplossing van Blueberry Garden zichzelf onthullen, en blijkt het eigenlijk makkelijker en voor de hand liggender dan je aanvankelijk zou verwachten.

Door te vertellen hoe Blueberry Garden zich ontvouwt, ontdoe je het spel eigenlijk van zijn charme. Het is niet echt een puzzelgame zoals bijvoorbeeld Braid, maar je zult wel enigszins oplossinggericht te werk moeten gaan om het spel uit te spelen. Je kunt ook falen, hoewel het foute pad evengoed als een alternatief einde bestempeld kan worden. Hierdoor heeft het spel iets rustgevends. Je kunt het op je gemakje spelen en wanneer het de eerste keer mis gaat, weet je de tweede keer precies hoe het wel moet. 

Ronddwarrelen op pianoklanken

De voornaamste kwaliteit van Blueberry Garden is je onder te dompelen in het kleine universum dat Erik Svedang geschapen heeft. Het ronddwarrelen door de wolken, begeleid door prachtige pianomuziek, heeft iets bevrijdends, iets ongecompliceerds. Helaas weet Blueberry Garden buiten dit gevoel niet echt iets bij de speler teweeg te brengen. Vaagheid impliceert niet direct een diepere betekenis en Blueberry Garden geeft je niet het gevoel dat die er is. Het mist een twist zoals Braid die wel had, een moment waarin je met je neus op de feiten wordt gedrukt. Het blijft met name een audiovisuele ervaring, verpakt in een spel dat eigenlijk niet meer is dan een simpele puzzel die louter uit de vaagheid van het spel tot stand is gekomen, en niet uit de genialiteit van de elementen die de puzzel vormen.

Weinig spitsvondig

Waar Braid op een geniale manier erin slaagde met behulp van gameplaymechanismen een verhaal te vertellen en tegelijk ronduit briljante problemen te poneren, blijft Blueberry Garden beperkt tot een aparte stijl en een gebrek aan uitleg. Het eigenlijke spel zelf is te weinig spitsvondig, de spelmechanismen spreken te weinig tot de verbeelding. Ze zijn vrij conventioneel zelfs, hooguit vaag omdat ze niet van tevoren worden toegelicht. De durf om de speler zelf dingen te laten proberen verdient alle lof, maar je ziet vervolgens direct wat de bedoeling is.

Daarnaast heeft Blueberry Garden te kampen met flink wat technische problemen. Je komt regelmatig half vast te zitten in de omgeving of in voorwerpen, wat het navigeren en springen lastig kan maken. Het contact met de spelwereld voelt niet echt robuust, je vogeltje zakt soms iets in de grond om er vervolgens weer een paar pixels uit te stuiteren. Het lijkt triviaal, maar het doet af aan het gevoel opgezogen te worden in de spelwereld. Je wordt te vaak geconfronteerd met het spel-zijn wanneer je minutenlang zit te prutsen om op een richel te komen.