Een aantal jaren terug, kondigde Nintendo een Advance Wars game aan voor de GameCube. In tegenstelling tot de handheld uitvoeringen, ging het hier om een realtime actie-strategie spel. De game behield wel dezelfde speelse en cartoony look van de Advance Wars reeks. Vorig jaar onderging de game een naamsverandering nadat Nintendo blijkbaar besloten had om er een geheel nieuwe franchise van te smeden. Die game, Battalion Wars, ligt sinds kort in de winkel. Is dit een goede basis om op voort te bouwen, of kan men deze franchise beter zo snel mogelijk laten vallen?

De wereld van Battalion Wars is eigenlijk een regelrechte parodie op de echte wereld. De Western Frontier en de Tundran Forces staan al jarenlang recht tegenover elkaar in een soort wapenwedloop die vergelijkbaar is met de Koude Oorlog. Ondertussen smeedt Xylvania een snood plan om weer de machtige mogendheid van vroeger te worden, waarbij men de halve wereld in z'n greep hield. De Solar Empire ten slotte, was oorspronkelijk verantwoordelijk voor de teloorgang van Xylvania dankzij een apocalyptisch wapen wat aan beide zijdes dood en verderf zaaide. Vul zelf maar in om welke 'real life' landen het hier gaat zou ik zeggen.

Gedurende het hele spel speel je met de Western Frontier. Hiermee doorloop je een aantal campagnes, waarbij elke campagne opgedeeld is in een aantal missies. Voor elke missie krijg je een score. Door missies snel en efficiënt uit te spelen, kun je een hogere score behalen. Als je gemiddelde score van een campagne hoog genoeg is, speel je nog speciale bonusmissies vrij. Het verhaal van Battalion Wars is, zoals je mag verwachten, niet echt diepgaand of complex. De karakters zijn vergeven van de stereotype trekjes en alles wordt op een lekker parodiërende manier in beeld gebracht. De hoeveelheid spot in deze game is bijzonder hoog en geeft de game een flinke dosis charme en persoonlijkheid. Bijdragend hieraan zijn de ingesproken stemmen die heerlijk over the top zijn. Het is wel jammer dat deze singeplayer campagne de enige beschikbare gamemode is. Vooral het ontbreken van een multiplayer mode is een groot gemis.

Dit neemt niet weg dat de game erg leuk is om te spelen. De controls lijken in veel opzichten op die van Pikmin. Jij bestuurt één eenheid in third-person op het slagveld en kun alle andere eenheden commanderen. Van essentieel belang hierbij is de C-stick. Hiermee schakel je van links naar rechts tussen de verschillende eenheden in je leger, die per type opgedeeld zijn in bataljons. Je kunt een bataljon in z'n geheel commando's geven, of binnen een bataljon individuele eenheden aanspreken door de C-stick naar boven of beneden te bewegen. Het is ook mogelijk om alle bataljons tegelijk van één commando te voorzien. Commando's verstrek je met de Y en X knoppen. Met de Y knop kun je troepen naar een bepaald punt sturen die je aangeeft met de analoge stick, of je laat ze een geselecteerde vijand aanvallen. Met de X knop laat je de geselecteerde troepen jouw bestuurde eenheid volgen, of je laat ze een bepaald punt bewaken. Met de L trigger lock je op objecten. Hierdoor kun je troepen gemakkelijker ergens op af sturen. Als je een andere eenheid wilt besturen, selecteer je deze en druk op de Z knop.

Deze onconventionele besturingsmethode vergt eerst enige gewenning, maar daarna werkt het vrij goed. Natuurlijk was een muis ideaal geweest, maar we hebben hier te maken met een consolegame. Bovendien is het geen standaard RTS, maar een strategiespel waarin je zelf actief participeert. Ondanks dit gegeven, zitten er toch nog wat haken en ogen aan de controls. Allereerst heb je voor het vrij rondkijken de R trigger nodig, aangezien de C-stick al gebruikt wordt voor het selecteren van eenheden. Dit werkt een beetje omslachtig en is vooral vervelend wanneer je eenheden nauwkeurig naar een bepaald punt wilt sturen. Dan moet je de cursor namelijk wel vrij over het speelveld kunnen bewegen. Overigens wordt voor het vrij rondkijken de analoge stick gebruikt, wat betekent dat je niet tegelijkertijd rond kunt lopen en vrij kunt richten. Doordat het rondlopen maar met één stick gebeurt, betekent dit ook dat strafen alleen mogelijk is wanneer de L trigger ingedrukt wordt. Je bent op momenten dus redelijk beperkt in je bewegingsvrijheid en dat kan frustrerend zijn. Eenheden in het spel bestaan uit verschillende soorten infanterie, tanks, artillerie, verkenningsvoertuigen, vliegtuigen en helikopters. Deze kun je allemaal zelf besturen en commando’s geven. Je begint het spel met een klein groepje eenheden, maar dit groeit al snel uit naar redelijk omvangrijke legers. Het is dus zaak dat je de controls zo vroeg mogelijk goed in de vingers krijgt, anders loop je in latere missies al snel met je hoofd tegen de lamp. Soms is de actie namelijk erg hectisch en heb je een hoop verschillende troepen te commanderen. Dit terwijl je ook nog op je eigen bestuurde eenheid moet letten. Bepaalde type eenheden blind naar voren sturen is in deze game echt niet slim, aangezien alles goed gebalanceerd is. Zo zijn tanks erg gevoelig voor infanterie met bazooka’s en moeten vliegtuigen en helikopters erg goed op eenheden met hittezoekende raketwerpers letten. Infanterie met machinegeweren zijn juist weer erg effectief tegen deze speciale antivoertuig eenheden. Je moet dus constant plannen waar je welk type eenheid op af stuurt en in wat voor volgorde. Anders ben je in no time je legertje kwijt en is het uit met de pret. Het spel kent namelijk geen basissen waar je nieuwe eenheden aan kunt maken.

De voer- en vliegtuigen besturen allemaal prima, ook met één enkele stick. Vooral met de verkenningsvoertuigen is erg lekker rond te scheuren. Soms voelen ze een beetje aan als gewichtsloze speelgoedauto’s door de manier waarop ze over het heuvelige landschap kunnen stuiteren en elkaar omver kunnen duwen. Gelukkig is het ook zo dat je eigen infanterie niet per ongeluk dood kunt rijden. Dit had een frustrerend element kunnen zijn en gelukkig is dit goed opgelost. De AI van de vijand is niet meer dan degelijk. Ze zijn vrij beweeglijk en vaak redelijk agressief ingesteld. Ze letten ook goed op, want als verderop een gevecht gaande is, zullen ze ook zelf al gauw tot actie over gaan. Ook je eigen eenheden zijn niet de domsten en weten vrij aardig van bijvoorbeeld de omgeving gebruik te maken. Ze blijven zeker niet stil zitten wanneer ze onder vuur genomen worden en dat is toch wel bijzonder prettig. Wel moet je soms uit kijken dat ze niet blind op vijandige eenheden afrennen, want je kunt ze helaas niet passief instellen.

Audiovisueel is deze game prima in orde. Alle karakters en eenheden zijn erg speels vormgegeven en animeren lekker cartoony. De uitgestrekte en glooiende landschappen laten goed zien waar de GameCube hardware nog zoal toe in staat is. Zeker in combinatie met de vele bomen, rotsen en struiken die sommige maps bevolken en het opstaande gras. Explosies doen hun werk goed en in stevige gevechten vliegen de kogels je letterlijk om de oren. De framerate blijft onder dit alles erg stabiel en heeft alleen in bijzonder drukke scènes wel eens last van enige slowdown. Stemmen zijn lekker over the top en spottend en bevatten de nodige one-liners en quotes uit bekende oorlogsfilms. Het samenspel van explosies, geweerschoten, inslaande projectielen, overvliegende helikopters en rondrijdende tanks geeft je echt het gevoel dat je jezelf op een serieus slagveld bevindt. Ook de muziek is prima verzorgd, met een orkestrale soundtrack die uitstekend in een game als dit past.

Na het lezen van deze review mag het je waarschijnlijk wel duidelijk geworden zijn dat Battalion Wars een solide basis legt voor een geheel nieuwe Nintendo franchise. Prima geluid en graphics worden ondersteund door onderhoudende, maar soms een beetje stroeve, gameplay. Een goede balans tussen de verschillende legereenheden, veel aanwezige charme door de spottende aard van de game, aardige AI en afwisselende missies zorgen er voor dat je gemakkelijk aan je tv gekluisterd zult blijven. Toch is het ontbreken van andere spelmodi, waaronder vooral een multiplayer, best een groot gemis en de controls kunnen ook nog wel aardig wat verfijnd worden. Een goed begin dus, maar ook nog genoeg ruimte voor verbeteringen. Hopelijk zien we hier meer van op de Revolution.