We zitten op een standbeeld aan de kerktoren, denkend over wat onze volgende actie wordt. Zoveel te doen, zo weinig tijd. Ondertussen is de uitgebroken pleuris binnen Arkham City in volle gang. Wat wil je ook, alle schurken zijn op een hoop gegooid in dit hermetisch afgesloten deel van Gotham. Maar genoeg geluierd, we hebben werk te doen. We spreiden onze cape uit en duiken de chaos in.

Druk baasje

Arkham City is ongeveer vijf keer groter dan Arkham Asylum. Gelukkig is er meer gedaan dan alleen de omgeving oprekken. De stad is tot de nok toe gevuld met zijmissies en andere zaken die je bezig kunnen houden. We hebben ons twee uur vermaakt zonder ook maar een minuut het verhaal verder te volgen. De cryptische speurtochten van Riddler zijn bijvoorbeeld weer terug, net als de zoektocht naar zijn verstopte beeldjes. Grote verandering hierbij is dat er aan het merendeel van deze beeldjes een behendigheidsoefening of breinbreker gekoppeld is. Zo wordt je controle over Batman en zijn gadgets op de proef gesteld. Omdat de uitdagingen zich echter gewoon in de omgeving bevinden, haalt het je nooit uit het natuurlijke spelverloop.

Hetzelfde geldt voor de verschillende Augmented Reality-uitdagingen. Dit zijn in de lucht geprojecteerde ringen waar je al zwevend en duikend, zonder de grond te raken, doorheen moet zien te komen. Het is geen overbodige luxe om deze uitdagingen te proberen. Arkham City bestaat, in tegenstelling tot Arkham Asylum, voor het overgrote deel uit een open omgeving en deze snel te leren doorkruisen helpt het tempo erin houden. Op die manier voegen de zijmissies ook echt wat toe – ze helpen je de gameplay beter onder de knie krijgen - in plaats van dat het enkel simpele bezigheidstherapie is.

Maar daar houdt het nog niet op, er zijn ook (zij)missies die je gebouwen insturen. Je zou bijna kunnen stellen dat er te veel te doen is in Arkham City. De kaart lijdt hier helaas ook een beetje onder. Het is vaak onduidelijk of iets zich binnen of buiten bevindt. Als het binnen is, volgt soms een frustrerende speurtocht naar een bruikbare deur of ingang. Zo hebben we een uur lopen zoeken naar een laatste container die opgeblazen moest worden. Wat bleek: de ingang was aan de andere kant van het complex verstopt, ongeveer 100 meter van de markering op de kaart.

Vloeiend

Niet alleen de omgeving is gegroeid, ook Batman heeft in de maanden tussen Asylum en Arkham City een uitbreiding gekregen, in de vorm van nieuwe bewegingen. Vooral de mogelijkheid om nu meerdere aanvallers tegelijk te counteren blijkt een belangrijke troef, die het veelgeprezen en terugkerende Freeflow complementeert. Het is wel weer even wennen om de timing van dit vechtsysteem in de vingers te krijgen, maar daarna stomp en counter je de tegenstanders heerlijk het ziekenhuis in. Buttonbashen wordt nog altijd afgestraft, want dat breekt je combo af. Die combo heb je nodig om de nieuwe ultieme aanvallen op te roepen. De onmiddellijke knock-outslag zit er weer in, maar nieuw zijn bijvoorbeeld het vernielen van een wapen tijdens het gevecht of oproepen van vleermuizen om een groep te verdwazen.

Een andere welkome toevoeging zijn de quick-select gadgets. Bijna elke gadget die Batman meedraagt, is nu snel inzetbaar tijdens het gevecht door een knoppencombinatie in te drukken. Zo ontwapen je bijvoorbeeld in een vloeiende beweging een tegenstander met je batclaw, zonder dat dit je combo onderbreekt. Of gooi je snel een batarang om een gasfles die je kant op is geworpen onschadelijk te maken. Het systeem is toegankelijk, maar biedt met een beetje oefening ruimte voor veel diepgang.

Ondanks het uitstekende vechtsysteem en de overvloed aan gadgets, voert stealth uiteindelijk de boventoon. Batman is niet kogelvrij: zelfs met een volledig geüpgraded pantser legt hij binnen enkele geweersalvo’s het loodje. Met vijanden die naarmate je verder komt steeds beter bewapend worden, vraagt dat gegeven om een zekere beheersing. In plaats van frontaal de aanval kiezen zul je tactisch de omgeving moeten analyseren en afleidingsmanoeuvres moeten gebruiken om vervolgens op het juiste moment toe te slaan vanuit de schaduw. Deze momenten zijn op zichzelf al kleine puzzels.

Donker

Waar de gameplay vooral heel vloeiend is, is het verhaal juist ruw, maar dan wel in positieve zin. De sfeer in Arkham City heeft het meeste weg van de stripboeken en recente films. Het voelt als een duistere, gevaarlijke plek met dito personages. De Penguin wordt bijvoorbeeld uitstekend neergezet als een echte sadist en ook de Joker is krankzinniger dan ooit. Het totale aanbod aan personages, van bekend tot minder bekend, dat de revue passeert, is niet minder dan indrukwekkend. De profielen die van al deze personages beschikbaar komen, zijn daarbij een nuttige handreiking. Niet iedereen kent immers Oracle of Talia al Ghul en hun relatie tot Batman. Zelfs zonder deze informatie voelt het gelukkig nooit alsof alleen de fan begrijpt wat er speelt. De stemacteurs leveren een dusdanig sterk staaltje werk af dat personages als Joker en Batman ook zonder verdere voorkennis tot leven komen.

De manier waarop het verhaal zich ontvouwt, is voor zowel leken als comickenners interessant. Het verhaal rond Arkham City is helemaal nieuw en staat los van bestaande Batman-verhaallijnen en is dus voor iedereen te volgen. Het hele diepere plan achter het oprichten van Arkham City blijft echter tot het einde een mysterie. Zo wordt om de zoveel tijd afgeteld naar de start van ‘Protocol ten’, maar wat dat is valt met hele kleine stukjes in elkaar. Maar waarom grijpen de beveiligingstroepen tussentijds niet in? En hoe komen de bendes die het stadsdeel terroriseren aan wapens? En wat voert Joker precies in zijn schild? Ook naar hoe het spel afloopt, zal iedere soort speler enkel kunnen gissen.

Synergie

Het is op het moment dat het intrigerende verhaal, de sterke personages en de soepele gameplay allemaal samenkomen, dat je pas doorkrijgt wat van Arkham City zo’n goede game (en opvolger) maakt. Je bent bijvoorbeeld op weg naar het oude politiebureau om een babbeltje te maken met Mr. Freeze. Je vangt wat gesprekken op terwijl je al slingerend en vliegend de stad doorkruist, maar ziet verder eigenlijk niets bijzonders. Tot je oog plots valt op een Riddler-trofee. Je markeert hem op de kaart en gaat even puzzelen, maar kunt daarna direct je tocht weer vervolgen. Eenmaal aangekomen bij het bureau, sta je pas voor het echte dilemma: de deur waar je doorheen moet, wordt bewaakt door vier bewapende schurken.

Nu kun je natuurlijk een rookbom in het midden gooien en hopen dat je iedereen snel genoeg in elkaar kunt trappen, voordat ze hun magazijnen weer op je legen. Of je pakt het subtieler aan om een alarm, en daarmee versterking, te voorkomen. Je blokkeert op afstand twee van de geweren met een storingsapparaat, neemt positie in boven de handlangers en stort je bovenop het groepje. Terwijl twee verbaasd naar hun niet langer werkende geweer kijken, sla jij alvast de wapens van de andere twee uit hun handen. Binnen tien seconden is het klusje geklaard, maar je weet dat het echte werk pas begint wanneer je het verhaal vooruit stuwt door naar binnen te lopen.

Arkham City mag dan misschien niet meer zo’n verrassing zijn als Arkham Asylum dat toentertijd was, dit doet geen afbreuk aan hetgeen wat wordt neergezet.  De game is op elk punt weer minstens even sterk, zo niet beter. Het enige puntje van kritiek wat we bij zijn voorganger hadden, was dat we meer wilden. En dat hebben we gekregen.

Batman: Arkham City is getest op de Xbox 360.