Echt originele en gewaagde RPG’s zijn dun gezaaid tegenwoordig. Als er al eentje de kop op steekt, komt deze vaak niet verder dan Japan, omdat men de game te apart acht voor de westerse markt. Toch lijkt dit langzamerhand te veranderen. Zo is vorig jaar de game Shin Megami Tensei verschenen in Amerika, kwam Nintendo met de tweede Paper Mario en ook de twee Shadow Hearts games vonden hun weg buiten Japan. Alle drie titels die qua setting en karakters sterk afwijken van de gebruikelijke norm. Dit jaar is de GameCube exclusieve RPG Baten Kaitos daar nog bij gekomen.

Baten Kaitos: Eternal Wings and the Lost Ocean, zoals de game in zijn volledigheid heet, situeert zich in een wereld waar een catastrofale ramp er lang geleden voor gezorgd heeft dat de oceaan verdween en de continenten als zwevende eilanden voort bleven bestaan. De mensen in deze wereld ontwikkelden vleugels om zich flexibeler voort te bewegen. Door de jaren heen is deze speciale gift echter in kracht afgenomen, waardoor men uiteindelijk toch op luchtschepen moest overstappen voor intercontinentaal transport. Door deze onderlinge separatie vormde elk continent zijn eigen rijk en eentje daarvan is er nu op uit om een eeuwenoud kwaad te doen ontwaken. Hetzelfde kwaad dat in een ver verleden voor de catastrofale verandering van de wereld zorgde.

Tot zover weinig nieuws. Ook het feit dat jij er als speler een stokje voor gaat steken, zal niet als een verrassing komen. Wel origineel is dat je dit keer niet de rol aangemeten krijgt van de hoofdpersoon van de game. Je speelt namelijk de Guardian Spirit van de hoofdrolspeler en zal hem en zijn gevolg tijdens het spel van advies voorzien en hun begeleiden tijdens de tocht. Overigens is hoofdpersoon Kalas er in eerste instantie niet echt op gebrand om de wereld te redden. Hij wil enkel wraak nemen op de dood van zijn grootvader en broer. Toevalligerwijs zijn zij vermoord door een lid van de Empire, het rijk wat het eeuwenoude kwaad wil doen ontwaken. Zodoende dat hij daarom maar besluit mee te reizen met de andere personen die het wel tegen de Empire op willen nemen.

De basis van het verhaal is dus niet zozeer het originele aspect van dit spel. Het zit hem meer in het design en de bijbehorende gameplay. Het spel maakt namelijk gebruik van prachtig geschilderde achtergronden, die enorm veel sfeer en karakter uitstralen. Eigenlijk gaat Namco hiermee terug naar het 32 bit tijdperk, toen een groot deel van de RPG’s met zulke pre-rendered omgevingen werkten. Blijkbaar ziet men hier nog wel de artistieke waarde van in en er wordt dan ook optimaal gebruik gemaakt van de betere hardware, om een zo overtuigend mogelijk beeld neer te zetten. De omgevingen zijn namelijk zeker niet statisch. Haast elke omgeving voelt levendig aan, dankzij allerlei subtiele animaties, en de driedimensionale karakters lijken nooit tegen de rest van de wereld af te steken. Het resultaat is dat je het gevoel krijgt, door levende en dynamische schilderijen te lopen. Iets wat enorm bijdraagt aan de beleving van de game.

Helemaal leuk wordt het, zodra je op het continent van Mira aankomt. Eén van de dorpjes op dit eiland is volledig opgebouwd uit snoep. Denk aan Hans en Grietje, maar dan in honderdvoud. Een ander dorpje op dit eiland doet denken aan een knutselwerk van een kleuter. Alles lijkt hier opgebouwd te zijn uit papier en karton, terwijl bijna alle objecten vrolijke gezichtjes hebben en opgeleukt zijn met vingerverf en kleurpotloden. De animatie van de omgeving is hier ook heel simplistisch gedaan, waardoor het sterk doet denken aan een low-budget cartoon uit de jaren ’60. Dit soort artistieke uitstapjes beperken zich echter niet alleen tot de dorpjes en steden.

Zo is er een spiegelgrot in het spel, waarbij je gehele beeld op een gegeven moment uit een heleboel losse glasscherven is opgebouwd die elk een ander camerastandpunt weergeven. Het zorgt voor een hoop desoriëntatie, maar dat is ook precies de bedoeling geweest bij deze locatie. Er is zelfs een tempel in het spel waarbij je op een gegeven moment in een ruimte terecht komt die sterk doet terugdenken aan oude topdown RPG’s op spelsystemen uit de jaren ’80. Zomaar wat voorbeelden van de visuele gewaagdheid van dit spel. Zelf kan ik het enkel gooien op genialiteit en je hoopt dan ook echt dat meer developers zich aan zulke dingen gaan wagen in de toekomst. Zoals eerder gezegd, gebruik je de Magnus in belangrijke mate ook tijdens de gevechten in het spel. Deze zijn turn-based en opgedeeld in aanvals- en verdedigingsrondes. Voor iedere ronde trek je een aantal kaarten uit een deck die je zelf hebt samengesteld, en daarvan mag je er vervolgens een bepaald aantal inzetten voordat de ronde voorbij is. De grootte van je deck, en de hoeveelheid kaarten die je per ronde mag trekken en inzetten, zal gedurende het spel geleidelijk aan toenemen dankzij speciale Magnus die je tijdens het avontuur vindt. Dit is een leuk systeem wat sneller en intuïtiever werkt dan je op het eerste gezicht zou denken.

Het vereist echter wel dat je een goede deck samenstelt, met een juiste balans tussen Magnus om mee aan te vallen en te verdedigen. Doordat je deck en je aantal te trekken en in te zetten kaarten, aanvankelijk vrij beperkt is, komt het vechtsysteem de eerste aantal uren zo niet echt goed tot zijn recht en komt het nogal beperkend over. Ook omdat je dan nog niet zoveel verschillende Magnus tot je beschikking hebt. Hoe verder je in de game komt, hoe beter het gevechtsysteem echter wordt. Later is het zelfs mogelijk om de getallen die op de Magnus staan, op een juiste wijze te combineren voor extra schade. Toch blijft er een gelukselement in zitten dat soms storend werkt, aangezien je succes in een gevecht zo minder afhankelijk is van je eigen vaardigheden.

De Magnus is echter niet het enige originele onderdeel van de gameplay. Ook het verdienen van geld verloopt op een heel andere manier. Monsters laten in dit spel namelijk geen geld achter en de Magnus leveren ook vrijwel geen geld op in een winkel. Het is daarom zaak om foto’s te maken van de monsters die je bevecht en deze te verkopen. Dat is de enige manier om aan geld te komen in dit spel. Dit is bijzonder origineel en ook prima te doen, doordat een Magnus met de essentie van een fototoestel, gewoon tijdens een gevecht is in te zetten. Ook het levellen van je karakters gebeurt op een ongebruikelijke manier. Via speciale savepoints kun je naar een kerk teleporteren, waar je levels kunt verhogen met je vergaarde ervaringspunten. Het is dus niet zo dat je al struinend door een kerker steeds sterker wordt. Iets waar je zeker rekening mee zult moeten houden.

Als je op zoek bent naar een RPG die echt iets nieuws probeert en vooral grafisch erg gewaagd durft te zijn, dan is Baten Kaitos absoluut iets voor jou. Het spel steekt artistiek uitstekend in elkaar en buiten de slechte voice-overs, die uit te zetten zijn, weet het een prima audiovisuele presentatie neer te zetten. Het Magnus systeem vergt aanvankelijk veel gewenning, maar werkt daarna vrij goed. Hoewel het verhaal verder niet zo origineel is als de rest van de game, is het wel onderhoudend en weet het je mee te slepen tot het eind. Als je bedenkt dat het op de GameCube vrij dun gezaaid is qua RPG’s, dan is deze game sowieso de aanschaf waard. Maar zelfs kijkend naar de indirecte concurrentie op de andere twee consoles, blijft dit één van de betere games in het genre. Aanrader dus.