Zes episodes verder en met geluk tien minuten op de teller; het is Asura’s Wrath in een notendop. Zet het idee maar alvast uit je hoofd dat je langer dan dat onafgebroken de controle over hoofdpersonage Asura krijgt, anders ben je na een tijdje net zo gefrustreerd als hijzelf.

Grrrrrrr

Asura is boos. Boos omdat zijn vrouw vermoord is en zijn dochter gebruikt wordt door zeven halfgoden die ooit nog zijn strijdmakkers waren. Asura zelf is inmiddels uit zijn positie ontheven en verbannen, maar hij laat het er niet zomaar bij zitten. De altijd nors kijkende spierbonk maakt zich zelfs zo druk dat hij spontaan twee paar extra armen erbij kweekt als iemand hem ook maar verkeerd aankijkt. De agressie in zijn blik is nagenoeg perfect in beeld gebracht, inclusief grommende geluiden en veel te lange ingezoomde shots.

Daarmee blijft Asura’s Wrath volledig trouw aan het bronmateriaal dat er niet is; het spel is niet gebaseerd op een animatieserie maar zelfs al is dat niet zo, je gaat het spontaan geloven. Dat komt doordat de typische stijl die hiermee gepaard gaat in alle aspecten van het spel doorklinkt. De bazen die je bevecht komen vrijwel altijd in een sterkere vorm weer terug, dialogen zijn even dramatisch als lang en er wordt om de haverklap een kunstmatig cliffhanger-moment gecreeërd, precies zoals dat altijd in (dit genre binnen) anime gebeurt.

Het splitst een liefhebber van zowel Japanse animatieseries als games in tweeën. Enerzijds is het fantastisch dat de epische (ja, als een tegenstander groeit tot voorbij de grootte van een planeet dan is het episch) momenten die je bij een Bleach of Naturo kippenvel bezorgen eindelijk ook binnen een interactief medium als games tot hun recht komen. Asura’s Wrath heeft zijn verhaal zelfs in episodes opgedeeld, en schroomt niet om tussendoor even terug of vooruit te blikken. In principe krijg je daarmee het effect van een brute anime in één zitting verslinden.

Anderzijds

De nadruk op de gechoreografeerde interactieve filmpjes zorgt er helaas ook voor dat de daadwerkelijke gameplay ondersneeuwt. Het stomme is dat er een heerlijk soepel vechtsysteem is gebouwd dat je eigenlijk net zo machtig laat voelen als sommige van de vooraf opgenomen scènes. Het wordt alleen zelden gebruikt en dat is ergens frustrerend om aan te zien.

Wellicht in een vlaag van ironie heeft de ontwikkelaar die frustratie tot spelelement gebombardeerd. Hoe meer je zinloos tegen inwisselbare vijanden mept, hoe bozer je wordt. En Asura leeft op woede; zodra de meter zijn maximum bereikt, kun je zijn Wrath-modus activeren. Pas daarna breng je echt schade toe aan de baas, tot die tijd loopt deze tamelijk ongeschonden rond terwijl je al minutenlang tegen zijn schenen aan loopt te hengsten. Ook dat verloop volgt weer trouw de manier waarop gevechten in anime zich voltrekken. Pas wanneer iemand echt tot zijn emotionele uiterste gedreven wordt, of het nu in de richting van verdriet of woede is, komt zijn ware kracht naar boven.

Next best thing

In Asura’s Wrath gebeurt dat via de alom aanwezige quick-time events. Het ligt voor de hand om de game daarop af te kraken, maar laat dat nu net het punt zijn waar het volledig in zijn opzet slaagt. Als speler zou je natuurlijk het liefste zelf de genadeslag toebrengen, maar door een mooi samenspel van bombastische muziek, geloofwaardige animaties en ordinair button-bashen, krijg je ‘the next best thing’. Dat wil zeggen, je drukt als een bezetene op een knop en ziet Asura met zijn zes armen met gemak duizend vuistslagen per minuut halen. Tevergeefs – ondertussen breken steeds meer van zijn armen af – maar toch; het geeft net dat beetje meer voldoening dan wanneer je de controller even naast je neerlegt.

Het had de game mogelijk goed gedaan wanneer deze interactiviteit net wat vloeiender in echte gameplay over zou lopen. Asura’s Wrath wil echter zo graag een anime nabootsen dat het liever de tijd neemt voor een onderbreking, waarin je voor de zoveelste maal de credits voorbij ziet komen rollen of de titel van de serie…euhm…game. De momenten waarop je zelf actief aan de slag moet, voelen om die reden geïsoleerd aan en zijn niet robuust genoeg om op hun eigen benen te staan. Het is in die zin maar goed dat deze gedeeltes schaars zijn. Voor de rest is Asura’s Wrath waarschijnlijk de droom van iedere anime-fan.