Stiekem zijn we allemaal verliefd op een glimlach. Nee, niet die van de Ubisoft-baas die weet dat hij tonnen en tonnen gaat verdienen aan zijn nieuwe product. Het is de glimlach van de sexy Jade Raymond, de producer van Assassin's Creed, waar we al twee jaar door verleid worden. Na Midden-Oosterse bergen vol screenshots, presentaties, filmpjes en andere media is het echter nu tijd om zelf terug in de tijd te stappen en Altaïr zijn ervaringen te beleven. Want is Assassin's Creed echt zo goed als gehoopt of zijn we met z'n allen toch goed in die grimas van Jade getuind?

Voordat het heilige oordeel over de game geveld wordt, eerst een korte introductie in de wereld van Assassin's Creed. De game speelt zich af tijdens de Derde Kruistochten in het jaar 1191 en als speler kruip je in de huid van Altaïr. Altaïr is een moordenaar die na een mislukte missie door zijn baas van al zijn privileges en vaardigheden gestript is en weer vanaf nul moet beginnen om een gewaardeerde 'assassin' te worden. Het verhaal bevat tevens nog een ander interessant omhulsel, maar het verpest de verrassing om daar nu al over uit te wijden.

Om jezelf op te werken in de hiërarchie en weer een respecteerde moordenaar te worden, krijg je de taak om negen moorden te plegen. De personen die je vermoord hebben allemaal iets te maken met het verhaal, dat zich inpast in een grote oorlog die woedde, namelijk de strijd tussen de Islamitische Saladin en Richard Leeuwenhart. Het plegen van de moorden doe je in de drie steden die in de historisch correcte game nagebootst zijn: Acre, Damascus en Jeruzalem.

En zo start je avontuur. Vanuit het kasteel in je eigen land vertrek je richting één van de steden, om daar na informatiewinnende activiteiten uitgevoerd te hebben uiteindelijk een slachtoffer te maken. De steden liggen ieder in een uithoek van het koninkrijk en dus zul je in eerste instantie behoorlijk wat meters af moeten leggen om de steden te bereiken. Gelukkig zijn er voertuigen in de game verwerkt, oftewel: paarden. Al galopperend op je paard besef je voor het eerst dat Assassin's Creed een speciale game is, een heel speciale wellicht zelfs. De wereld ligt aan je voeten en vanaf de hoge berg passeer je blindelings een gigantisch meer, talloze kleine nederzettingen en sfeervolle bergpaadjes. Het rijden op je paard is dan ook echt tof, met de mogelijkheid om de viervoeter al hinnikend te laten steigeren en vliegensvlug door de immense speelwereld te navigeren. Later in de game krijg je ook de mogelijkheid om vanaf het eigen koninkrijk je direct naar de stadspoorten te teleporteren, maar in den beginne is de reis met je paard een indrukwekkende aangelegenheid.

Voor de stadspoorten begint de game pas echt. Op de bergpas die de stad met het koninkrijk verbindt sta je even stil en valt je mond op de vloer. Wat een gigantisch bolwerk! Vanaf de hoogte zie je allerlei torens, huizen en andere interessante gebouwen klaar om verkend te worden. Allereerst moet je echter een manier vinden om de stad in te komen, buitenstaanders zijn namelijk niet welkom. Dit kun je doen door via allerlei plateaus, palen en klautermogelijkheden de bewakers te omzeilen, maar ook door met een stel monniken al biddend mee de stad in te marcheren.

De steden zelf zijn levendige gehelen, waarin je echt het gevoel hebt dat de mensen die er rondlopen hun eigen leven hebben. In hun dagelijkse beslommeringen lopen ze wat door de paden, en ook alcoholisten (die je brutaal een zet geven) en zwervers (die irritant bedelen om geld) zijn deel van het straatbeeld. Daarbij is het ook echt een drukte van jewelste en lijken de mensen niet één-op-één gekopieerd. Om door de mensenmassa te bewegen kun je twee manieren kiezen. Allereerst kun je rustig wandelen en door de B-knop ingedrukt te houden mensen kalm opzij duwen als je er langs wilt. De interactie met de lopende mensen is visueel zeer goed uitgewerkt. Het lijkt net alsof er echt iemand door de meute probeert te glippen met handen die op schouders gelegd worden en draaiende lichamen om elkaar te ontwijken.

Vervolgens is er ook de mogelijkheid om te rennen (rustig of hard), maar dit trekt de aandacht van bewakers en er ontstaat veel heisa als je iemand omver beukt of de waren uit iemand z'n handen duwt. Opvallend is wel dat je als je iedereen ontwijkt, je gewoon als een Speedy Gonzalez door de stad heen kunt sjezen, zonder dat de bewakers denken: wat gaat die jongen nu doen? Doe je dit echter wanneer je net iemand vermoord hebt, dan gaat het lichtje wel branden en wordt de achtervolging ingezet.

In de stad is het eerste dat je doet op zoek gaan naar het Assassin's Bureau, een soort AIVD-kantoor voor Altaïr. Aldaar krijg je wat schaarse informatie over de persoon die je om moet leggen. Ja, schaars, want het gros van de informatie moet je zelf zien te verzamelen. Er zijn hiervoor een aantal minigame-achtige opdrachten in de game verwerkt. Zo kun je op een bankje gaan zitten en je oor te luister leggen bij speciaal aangewezen personen, iemand afpersen door hem wat tikken te verkopen, een belangrijke brief zakkenrollen of een aantal moorden plegen voor een informant.

Je hoeft echter niet alle aanwezige informatiestukjes bij elkaar te verzamelen: zodra je er een vooraf aangegeven aantal hebt kun je in principe overgaan tot je grote moord. Het is wel mogelijk om alle informatie te verzamelen, maar zo interessant zijn de activiteiten niet. De opbouw naar de daadwerkelijke 'assassinations' blijken dan ook een groot manco van de game te zijn. Doordat je steeds weer bezig bent met dit soort minimale acties valt de game snel in herhaling. De opdrachten bieden weinig vernieuwing en worden op den duur meer routine dan echt leuk om te doen. Ook blijkt dat wanneer je wel alle informatie verzameld hebt, je niet een significant hogere slagingskans hebt om je uiteindelijke moord te plegen. Uiteindelijk leidt de informatie toch wel tot de plek waar en tijd waarop je toe moet slaan, en of je nu weet dat er wat bewakers aanwezig zijn: tja, dat zie je dan wel weer.

Om precies te weten te komen waar je informatiepunten zich bevinden moet je echter eerst een gedeelte van de map 'inkleuren'. Dit doe je voor op hoge gebouwen te klimmen en de omgeving met je arendsoog te scannen. En ja, dan is het woord 'klimmen' gevallen. Want als Asssassin's Creed ergens hoog op scoort is het wel het klimwerk. Vergeet Prince of Persia en al die andere games die pretendeerden soepele platformgameplay te hebben: Assassin's Creed vernieuwt de manier van navigeren door verschillende hoogtes op grootse wijze. Afgekeken van de sport 'Parkour' kun je werkelijk aan ieder spleetje, steentje of afdakje hangen. En nog beter: de transformatie van de ene animatie naar de andere is zo soepel dat je haast vergeet dat je een game zit te spelen. Via een uitstekende steen naar een balustrade en via een gekooid raam naar een houten balk: alles is mogelijk. In combinatie met de architectuur van de stad en de hoge torens waar je soms opklimt, levert dit werkelijk prachtige gameplay op met overdonderende fotomomentjes als je bovenop de toren zit als resultaat. Ook het vluchten via de daken voor de soldaten krijgt met het gebruikte 'free running'-systeem een geheel nieuwe dimensie en wordt nóg interessanter en spannender.

Minder spannend is de actie in de game. Sterker nog, het is zelfs saai en een grote teleurstelling. In het begin van de game moet je nog wel wat moeite doen om de soldaten van je af te houden, maar zodra je de counter-bewegingen van je baas terug hebt gekregen (na iedere moord krijg je weer wat wapens en vaardigheden terug) is alle lol eraf. Staande in de blokmode wacht je tot soldaat na soldaat aanvalt, om op het juiste moment te counteren en de beste man tot moes te slaan. Het saaie hieraan is dat wanneer jij een counter-beweging inzet, wat wel gepaard gaat met een moddervette animatie overigens, de andere soldaten stokstijf in een groepje om je heen blijven staan. Niemand komt op het idee om, wanneer jij iets met een andere soldaat doet, je even vriendelijk in de rug te steken. Zo versla je bewaker na bewaker, tot de reeks vijanden op is en je even in een baal met hooi duikt om je anonieme status weer te verkrijgen. Ook is er maar één echte aanvallende knop en kun je hoogstens de vijand nog vastpakken en een slinger de andere kant opgeven. Met de counter-bewegingen in je binnenzak is dit echter vrij nutteloos, want waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Met het saaie vechtsysteem en de eentonige opdrachten om naar de eindmoorden toe te werken, heb je twee minpunten te pakken die Assassin's Creed van zijn absolute topperstatus beroven. Ook is de game buiten het verhaal om geen ultieme free-roaming ervaring. Je kunt in de steden nog wat inwoners redden van een pak slaag, op zoek gaan naar een reeks vlaggen of alle Tempeliers vermoorden, maar that's it. Aan het verhaal zelf doet het niets af, maar als je op zoek bent naar een volledige open game waarin je naar verschillende personages gaat om opdrachten op te halen en denkt continu wat anders te doen, ben je bij Assassin's Creed aan het verkeerde adres.

Desalniettemin blijft Assassin's Creed een game waar je U tegen zegt en die je uren op kan slokken. Dit enkel en alleen al door de sfeer die het ademt en de grafische stijl, die werkelijk briljant is. Met name de licht- en schaduweffecten, levendige personages en architectuur van de steden steekt ver boven het maaiveld der games uit. Daarbij is het verhaal ook van hoog niveau en zorgen de muziek en prima stemacteurs ervoor dat je het idee hebt een Hollywood-film te spelen. Het slotwoord voor Assassin's Creed is dan ook zeker positief. Nog steeds is dit een game die je eigenlijk gespeeld moet hebben, maar zo goed als vooraf van de toren werd geblazen, nee dat is 'ie niet.