Medio dit kalenderjaar zag Alone in the Dark het levenslicht op alle gangbare consoles, met uitzondering van de PlayStation 3. Echt rouwig hoefden de bezitters van het platform hier echter niet om te zijn, want ondanks de vele originele aspecten wist het spel de overdaad aan potentie nauwelijks in te lossen. Niettemin wordt nu ook Sony's multimedia-apparaat voorzien van het horrorspel, hetzij in een aangepaste vorm. Volgens uitgever Atari zijn een hoop van de kritiekpuntjes namelijk weggewerkt. De hoogste tijd dus om eens te kijken of het ditmaal wel de moeite waard is om alleen in het duister te zijn.

Voor een uitgebreide beschrijving van de unieke setting en de diverse spelelementen van Alone in the Dark, is het allicht nuttig om de recensie van de Xbox 360-versie er eens op na te slaan. In plaats van het hele recensieriedeltje voor een tweede maal uit de doeken te doen, wordt in dit artikel namelijk vooral gekeken naar de al dan niet verbeterde aspecten van Alone in the Dark: Inferno ten opzichte van het origineel. De subtitel suggereert immers dat we hier niet met een rechtstreekse overzetting te maken hebben.

Zo is zowel de besturing als het camerawerk flink onder handen genomen. Een welkome toevoeging op het eerste gezicht, aangezien de negatieve woorden over dit aspect rijkelijk vloeiden. Ditmaal is het mogelijk de camera met de rechteranaloge knuppel te besturen, wat er voor zorgt dat het geheel wat intuïtiever aanvoelt. Hierdoor is het namelijk een stuk eenvoudiger om de paranormale detective Edward Carnby naar een bepaalde richting te loodsen, omdat je niet langer zowel het draaien als het daadwerkelijke lopen met één knuppeltje dient te bedienen. Ook is het nu mogelijk te rennen zonder daarvoor een extra knop te hoeven in te drukken.

Toch zijn de problemen niet volledig verholpen. Nog altijd laat het camerawerk geregeld te wensen over. Zeker in nauwe gangetjes is het erg gecompliceerd om Edward te besturen, simpelweg omdat de camera zich niet altijd even fijn positioneren. Zodoende is het volbrengen van de kleine puzzels en het onderzoeken van kamers meer dan eens een hels karwei. Je bent immers continu bezig de camera te corrigeren, in de hoop dat je eindelijk eens het beoogde overzicht over de nabije omgeving krijgt. Ook het vechtsysteem is nog altijd niet bijster goed uitgewerkt. Sterker nog, dit spelelement is zo goed als ongewijzigd gelaten, waardoor het schieten en slaan wederom aan finesse en overtuigingskracht ontbeert.

Bovendien mist de besturing de nodige nuance, wat vooral te merken is tijdens de actievolle missies. Het uitvoeren van ogenschijnlijk eenvoudig handelingen is in Alone in the Dark: Inferno al een kunst op zich. In het begin van het spel moet je bijvoorbeeld via een balkon en wat uitstekende stenen van de ene naar de andere raamdoorgang manoeuvreren. Om dit te kunnen volbrengen, zul je een aantal levensgevaarlijke capriolen uit moeten halen. Echter, wanneer je een zenuwslopende passage verwacht waarbij succes of mislukking afhangt van je daadwerkelijke vaardigheden, kom je bedrogen uit. Het draait namelijk meer om geluk dan om wijsheid. Niet alleen verloopt het laten springen van Edward over de vele richels erg omslachtig, ook reageert het spel barslecht op je acties. Een fijne handeling resulteert vaker dan je lief is in een grove beweging, wat in wezen het gevoel onderstreept dat het lijkt alsof je nauwelijks de controle over de detective hebt.

Daarnaast is het bedienen van je inventaris en het autorijden op de schop gegaan. Over het eerstgenoemde kunnen we kort zijn. Door de aanpassingen is het bedienen van de verzamelde objecten namelijk een stuk gebruiksvriendelijker. In een oogwenk zijn de meest bizarre combinaties van objecten te maken. Het autorijden is daarentegen nog steeds een drama. De voertuigen laten zich nog steeds besturen als een houten doos met vierkante wielen en een gebroken stuurwiel. De schijnbare verbeteringen zijn in de praktijk nauwelijks merkbaar, waardoor de automissies wederom allesbehalve een genot zijn om te doorlopen. En dit is erg spijtig, want door de missiestructuur zul je de nodige tijd achter het stuur doorbrengen.

Alhoewel vrijwel alle noemenswaardige verbeteringen inmiddels aan bod zijn gekomen, resteert de vraag of Inferno het Alone in the Dark van een aantal maanden geleden daadwerkelijk naar een hoger niveau weet te tillen. Alhoewel het antwoord niet al te eenduidig is, kan wel vastgesteld worden dat de aanpassingen geen wereldschokkende veranderingen teweeg hebben gebracht. Veel aspecten werken immers nog altijd niet naar behoren, maar wekken wel een stuk minder frustratie op. In essentie is Alone in the Dark: Inferno echter nog steeds hetzelfde spel. De besturing mag dan wel hier en daar aangepast zijn, fundamenteel schort er nog altijd teveel aan om nu plots wél te kunnen spreken van een geslaagde game. Het gros van de mankementen uit het origineel is namelijk nog in dezelfde mate aanwezig. Zo word je om de haverklap getrakteerd op een spelbelemmerende bug en doet de al te lineaire opzet in zowel Central Park als de omringende omgevingen behoorlijk af aan de totale spelervaring.

Bovendien leven we inmiddels alweer een handjevol maanden verder. In de tussentijd zijn op de PlayStation 3 titels als Siren en Dead Space verschenen, die beide het horrorgenre naar een hoger niveau getild hebben. Alone in The Dark: Inferno weet zich speltechnisch nauwelijks staande te houden tussen deze twee grootmachten in het genre. Door de zomerrelease van het origineel werden bepaalde mankementen nog enigszins voor lief genomen, maar mede dankzij het overvolle najaarsprogramma valt Alone in the Dark: Inferno zonder pardon buiten de boot. Daar kan zelfs de hernieuwde episode, die bol staat van de ondergrondse actie en zonder enige twijfel een waardevolle toevoeging aan de bestaande missies is, niets aan veranderen.