Sevastopol zal ongetwijfeld ooit een prachtig ruimtestation zijn geweest, voorzien van alle gemakken. Wie door de aankomsthal slentert, kan zich alleen maar inbeelden hoe hier ooit grote ruimteschepen aankwamen en dagelijks honderden passagiers noedels haalden bij dat ene tentje op de hoek en begeleid werden door vriendelijke androids, allemaal aangestuurd door een intelligente centrale AI. Maar dat was vroeger. Als Amanda Ripley – inderdaad, dochter van – arriveert, is de teloorgang van het ruimtestation duidelijk zichtbaar. Het station zou gesloten worden, werd bemand door een skeletcrew en is al enige tijd bar slecht onderhouden. De graffiti-teksten die overal op zijn geklad en de boze mailtjes die te lezen zijn op de computers, verraden dat de overgebleven mensen niet al te gelukkig waren. De sfeer werd pas echt grimmig toen een onbekend buitenaards beestje uit iemands buik sprong en verdraaid snel opgroeide tot een moordlustig roofdier.

Alien: Isolation

Jager en prooi

Ripley arriveert dan ook niet op de Sevastopol om even de heldin uit te hangen. Ook zij is voor het perfecte organisme slechts een prooi. Alien: Isolation is geen shooter, zoals Colonial Marines, maar ook geen standaard survival horror-game waarin je wordt opgejaagd door iets onbekends dat op je loert vanuit de duistere hoekjes. In Alien: Isolation weet je donders goed wat er op je jaagt: een drie meter groot, kwijlend roofdier dat zichzelf met bonkende geluiden bijna altijd luid en duidelijk aankondigt. Dat maakt Alien: Isolation echter niet minder spannend. Het gedreun in de ventilatieschachten is beklemmend, zijn (haar?) gestampvoet doet je adem stokken en druipend kwijl uit een ventilatieschacht is beangstigend. Eén misstap en dit monster grijpt je. Daar is geen ontkomen aan. Het laatste dat je dan zult zien, is die extra set kaken in de bek van de Xenomorph.

De Alien kan vrijwel altijd en overal op Sevastopol toeslaan en dat zorgt ervoor dat je bijna geen moment rustig kunt fantaseren over hoe het leven op dit prachtige, gedetailleerde ruimtestation ooit was. Dat maakt Alien: Isolation aanvankelijk bewonderenswaardig consequent spannend en zorgt ervoor dat elke speelsessie weer – in positieve zin – zenuwslopend is. Helaas is de moeilijkheidsgraad door die opzet niet goed gebalanceerd. In het begin leer je vooral op de harde manier hoe de Alien zich gedraagt. Hardhandig en zonder tweede kans sleurt het zwarte gevaarte je een ventilatieschacht in of trekt het kastje waar je je in hebt verstopt open, omdat hij je proximity sensor hoorde. De game is onvergeeflijk en geeft geen tweede kans. Trouw aan de film? Ja, dat zal best, maar leuk is in het begin anders. Dat komt ook omdat Alien: Isolation geen automatische savefunctie heeft en de savestations soms best ver uit elkaar liggen. Hoe spannend deze opzet ook mag zijn, het is ook trial & error op zijn slechtst.

Alien: Isolation

Rollen omgedraaid

Na een uurtje of zes heeft je nieuwe beste vriend al zijn kunstjes wel eens laten zien en ken je de spelregels van het verstoppertje spelen wel. Met een noise maker of brandende flare stuur je de Alien linksom terwijl jij rechtsom gaat, of je kruipt behoedzaam onder een bureau door en houdt met je proxyscanner en door te gluren met de linker schouderknop alle bewegingen om je heen nauwlettend in de gaten. Misstappen worden nog steeds afgestraft, maar je maakt ze minder omdat je het gedrag van de Alien inmiddels wel kent. Hij leert echter ook van jou, dus altijd alleen maar noise makers gooien werkt na een tijdje niet meer.

Na een uur of acht krijg je zelfs een vlammenwerper tot je beschikking en worden de rollen deels omgedraaid. De Alien mag dan praktisch onsterfelijk zijn, voor een welgemikte wolk brandend propaan slaat zelfs dit beestje op de vlucht en heb jij dus een tweede kans. En een derde en een vierde, want de vlammenwerper is in vrijwel elke situatie te gebruiken. Ineens neemt de moeilijkheidsgraad dus een duik. Amanda zal nog steeds niet fluitend door Sevastopol huppelen, maar je hoeft je wel iets minder zorgen te maken.

Het is zelfs mogelijk om de Alien in je voordeel te gebruiken. In het begin laat je het wel uit je hoofd om een vuurgevecht op te zoeken met de agressieve plunderaars die Sevastopol ook onveilig maken. Schoten trekken immers de Alien aan en voor je het weet, is iedereen de sjaak. Beschik je eenmaal over de vlammenwerper, dan kun je gerust de plunderaars uitlokken en vervolgens rustig van een afstandje toekijken hoe ze één voor één uiteen worden gescheurd. Als de Alien dan ook nog naar jou begint te happen, kun je altijd nog terugvallen op je vlammenwerper. Alien: Isolation is vanaf dan minder trial & error, maar eerlijk gezegd ook een stuk minder spannend en uitdagend.

Alien: Isolation

Robots en shotguns

De spanning en uitdaging verdwijnen haast helemaal ongeveer halverwege, als de nadruk van het verhaal tijdelijk meer ligt op de androids van Sevastopol. Te midden van alle chaos beginnen de ooit zo trouwe robots zich steeds agressiever richting mensen te gedragen. Deze synthetics van fabrikant Seegson zien er niet zo mensachtig uit als de synthetics van Weyland-Yutani, maar zijn wel verdraaid sterk en stevig. Je legt ze dus niet om met een schot tussen de ogen. Gek genoeg zijn de zintuigen van de androids soms beter dan die van de Alien. Ze zien je van grotere afstand en laten zich niet wegjagen door een beetje vuur, waardoor je in dit hoofdstuk van de game veel meer het grove geschut tevoorschijn moet halen, zoals pijpbommen en shotguns. Weg spanning, weg angst, weg ingenieus verstoppertje spelen met afleidingsmanoeuvres. Het is maar goed dat daarna nog een zinderende finale volgt.

Alien: Isolation is daardoor een game van extreme uitersten. Soms zit je met ingehouden adem te luisteren naar gebonk in de ventilatieschachten boven je hoofd en twijfel je drie keer voordat je je in zo’n nauw gangetje perst, bang dat je ineens tegen blinkend chromen tanden kijkt. Andere momenten is Alien: Isolation niet meer dan een potje virtueel verstoppertje spelen, waarin niet helemaal duidelijk is wie precies wie zoekt aangezien jij over een vlammenwerper beschikt. Soms is het storend en bovendien ongeloofwaardig dat de Alien al die tijd uitgerekend boven jouw hoofd rondrent en zich voortdurend met jouw zaken bemoeit, terwijl het spaarzaam geweldig is als een agressief bendelid je beschiet en eindigt met een staart dwars door z’n romp. En zo denk je nog dat de game eigenlijk te lang duurt en wordt opgevuld met een inspiratieloos geschiet op robots, om even later een geweldig slotstuk te spelen waardoor je eigenlijk juist weer meer wilt.

Alien: Isolation

Alien-waardig

We rekenen Alien: Isolation niet af op zijn diepe dalen en zelfs niet op de twijfelachtige technische kwaliteit. Cutscenes haperen verschrikkelijk (naar verluidt op alle systemen behalve de pc) en daardoor mag je door de eerste ontmoeting met de Alien een flinke streep zetten. Ook de animaties bij het beklimmen van een ladder en met name de soms haast tapdans-achtige bewegingen van de Alien halen je soms hard uit de spanning, evenals de relatief vele grafische glitches, zoals flikkerende textures of de proxyscanner die een enkele keer niet goed wordt weergegeven. De hoogtepunten van Alien: Isolation overstemmen echter al die minpunten. Dat schokje in onze hartslag als de proxysensor biept, het ademloos luisteren naar gebonk en rammen op de controller om een deur open te krijgen of een lift te starten; Alien: Isolation is trouw aan het bronmateriaal. We voelen de angst van Sigourney Weaver en hechten evenveel waarde aan onze vlammenwerper als zij. Alien: Isolation is op en top Alien.

Alien: Isolation is getest op de PlayStation 4.