Alan Wake was ver voorafgaand aan zijn release in 2010 al een hype, ook onder PC-gamers. Dat kwam door de status van de Finse scenarioschrijver Sam Lake, de geestelijk vader van de Max Payne-serie, die vijf jaar lang aan het spel had gewerkt. Tijdens het ontwikkelproces kondigde uitgever Microsoft echter aan dat de game exclusief voor de Xbox 360 zou worden uitgebracht. Dit tot grote ergernis van ontwikkelaar Remedy, die de PC altijd erg hoog had zitten en de game daar ook graag op uit wilde brengen. Na veel verzoeken en een klein beetje zeuren, ging Microsoft toch overstag en zo kon Remedy anderhalf jaar na later alsnog een PC-versie ontwikkelen

Uitstekende verhaalvertelling

De PC-versie van Alan Wake is in vrijwel alle opzichten hetzelfde als de Xbox 360-versie, alleen zitten de twee later uitgebrachte stukken downloadbare content standaard in de game. Alan Wake voor PC is daarmee opgedeeld in acht afleveringen waarin gameplay veelvuldig wordt afgewisseld met lange tussenfilmpjes die langzaam het verhaal vertellen.

Dat plot gaat over schrijver Alan Wake, die al twee jaar lang niets meer op papier kan zetten. Om alle stress en zorgen te vergeten vertrekt hij met zijn vrouw Alice naar het rustige en afgelegen dorpje Bright Falls, waar iedereen elkaar kent. De vakantie verandert al snel in een heuse nachtmerrie die precies het verhaal volgt van een manuscript dat Alan zelf heeft geschreven. Alleen hij kan zich daar niets meer van herinneren.

Het verhaal van Alan Wake lijkt op een psychologische thrillerserie, bestaande uit afleveringen die elk zo'n anderhalf uur duren. Iedere aflevering eindigt met een cliffhanger en hoewel je achter veel belangrijke antwoorden komt, worden er ook steeds nieuwe vragen gesteld. Deze vorm van verhaalvertelling werkt uitstekend, helaas waren we niet helemaal tevreden over de gameplay, die vaak repetitief en soms ronduit saai was

Vervelende console-eigenschappen

Dat is bij de PC-versie helaas niet anders. Alan Wake pretendeert een thrillergame te zijn, maar is tijdens het spelen – afgezien van sommige indrukwekkende tussenfilmpjes – nooit echt eng. De levels zijn zo vormgegeven dat je altijd alleen van punt a naar b kunt lopen en tijdens het spelen word je altijd van tevoren gewaarschuwd als er een vijand, in de vorm van een schim, op je af komt. Dat is bij de consoleversie misschien nodig vanwege de langzamere reactiesnelheid, maar het is voor PC-gamers die met een muis en toetsenbord spelen een enorme domper. Je speelt hierdoor lakser, puur omdat de angst om te schrikken of plotseling te worden overvallen wegblijft.

Dat wil niet zeggen dat Alan Wake gemakkelijk is. Integendeel: de game is met vlagen behoorlijk pittig. Dit komt doordat vijanden pas kwetsbaar voor kogels zijn als je lang genoeg met het licht van een zaklamp of flare op de schimmen schijnt. Hierdoor krijgen ze kleur en zijn ze verlost van de duisternis die hen onsterfelijk maakt. De vijanden zelf verschillen wel van elkaar: je hebt schimmen die langzaam en sterk zijn, schimmen die messen gooien en schimmen die enorm snel bewegen. Laatstgenoemde zijn plaaggeesten voor PC-gamers, omdat je constant met je zaklamp de schim moet blijven volgen. En dat is praktisch onmogelijk. Daarnaast krijg je op de Xbox 360 schiethulp, waardoor het gemakkelijker wordt om ze met de zaklamp te volgen. Op de PC ben je vaak minuten bezig met licht schijnen op de snelle schimmen die voortdurend elke kant op rennen. Dit had ontwikkelaar Remedy aan moeten passen, want naast dat het niet lekker speelt, is het ook nog eens bloedirritant.

Een andere typische console-eigenschap is motion blur: het onscherper worden van omgevingen wanneer je snel rondkijkt. Dit is in de PC-versie ook geïmplementeerd. Het ziet er mooi uit, maar wanneer je omsingeld wordt door vijanden of met je zaklamp de snelle schimmen moet volgen, kun je op een gegeven moment kotsmisselijk achter je computer zitten. Het zijn dit soort kleine irritaties die bevestigen dat Alan Wake op de PC gewoon minder lekker werkt dan op een console.

Schitterend

Ontwikkelaar Remedy heeft wel zijn best gedaan om PC-gamers de optie te geven om Alan Wake op hogere kwaliteit te spelen. En dat is te merken. De game ziet er werkelijk schitterend uit en de sfeervolle en gedetailleerde omgevingen dragen hier nog eens extra aan bij. Dat is het voordeel van de lineaire levels: het is misschien niet mogelijk om Bright Falls op eigen houtje te verkennen, maar aan alles wat je ziet is veel aandacht geschonken. Het is voor de veeleisende PC-gamer ook mogelijk om verschillende handige opties in te schakelen zoals 3D, de aspectratio en de draw distance.

De mooie graphics helpen de middelmatige gameplay helaas niet. Het is in beide versies zo dat het actiesysteem na een aantal afleveringen een beetje repetitief wordt. Je bent gelimiteerd tot een aantal wapens waar je al vrij vroeg in de game mee te maken krijgt en, afgezien van een paar eindbazen, moet je altijd eerst met je zaklamp schijnen voordat je een paar kogels kunt vuren. Zelfs de vrijheid van een muis laat de gameplay niet schitteren. Het is gewoon frustrerend dat je aan het gelimiteerde actiesysteem gebonden bent terwijl de PC en zijn randapparatuur tot zoveel meer in staat is.

Nare smaak

Die tekortkomingen laten een beetje een nare smaak achter. Alan Wake blijft door de verhaalvertelling een intrigerende en memorabele ervaring waarvan je blij bent dat je het hebt meegemaakt. De game zet je vaak op het verkeerde been, maakt je nieuwsgierig en blijft je boeien. Het verhaal zorgt ervoor dat je door blijft spelen, hoe vervelend het actiesysteem ook kan zijn.

Je speelt Alan Wake ook niet omdat je houdt van knallen. Je speelt Alan Wake niet omdat je houdt van spetterende actie. En je speelt Alan Wake al helemaal niet als je houdt van games waar je niet over na hoeft te denken. Je speelt Alan Wake omdat een dergelijk meeslepend en intelligent verhaal en de uitstekend uitgevoerde vertelling hiervan maar weinig voorkomt.