Age of Wonders 3 is in de anderhalve maand sinds we de game voor het laatst hebben gespeeld subtiel maar efficiënt verbeterd — de lichte zorgenpunten die we destijds optekenden zijn inmiddels allemaal verholpen. En hoewel Triumph heeft toegezegd ook na de release veelvuldig te blijven tweaken aan de game totdat alle spelers tevreden zijn, mogen de dames en heren in Delft best even achterover leunen. Age of Wonders 3 staat namelijk als een huis en kan zich moeiteloos meten met de groten der aarden op het gebied van turn-based 4X-strategiegames als Civilization en Total War.

We observeerden in februari al dat de game behoorlijk actierijk is geworden, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld Civilization. Dat zorgt er voor dat de game snel speelt, waardoor iedere klik telt. Dat wil overigens niet zeggen dat je niet uren kwijt kunt zijn aan het bestrijden van de vijand, want Age of Wonders kan behoorlijk tactisch uit de hoek komen, zowel op de landkaart als tijdens de eveneens turn-based gevochten veldslagen.

Een rpg op wereldniveau

Naast het tactisch plaatsen van steden en eenheden speelt op het wereldkaartniveau vooral verkennen een grote rol. De maps waarop je de game speelt (of ze nu vooraf ontworpen zijn of middels de behoorlijk uitgebreide mapgenerator willekeurig in elkaar zijn gezet) zitten immers vol verrassingen. Het verkennen van een verborgen ruïne kan schatten opleveren die een aardig voordeel opleveren, maar tevens een massagraf blijken voor je legers als de bewaking sterker blijkt dan gedacht. Ook de omgang met de computergestuurde onafhankelijke stadsstaatjes kan het spelverloop flink beïnvloeden. Zo kun je er natuurlijk voor kiezen om het dorpje van de buren met harde hand te plunderen, maar het is ook mogelijk om de plaatsjes via een diplomatieke route (meestal het uitschakelen van enkele eenheden bij wijze van opdracht) bij je imperium te voegen.

Bij vlagen voelt de (overigens prachtig vormgegeven) wereld van Age of Wonders dan ook bijna als een rpg. Niet alleen door de omgang met de wereld, maar ook door de manier waarop je je als speler ontwikkelt. De tovenaars uit de eerdere delen van de serie hebben plaatsgemaakt voor heldeenheden, die niet alleen van ras maar ook van klasse kunnen verschillen. Waar het ras van de speler vooral bepaalt welke eenheden gebouwd kunnen worden (althans in de hoofdstad van de speler), daar bepaalt de klasse de spreuken die uitgesproken kunnen worden en ook enkele speciale eenheden die onderzocht kunnen worden. Daardoor kun je je vrij buiten de traditionele paden van het fantasy-genre wanen. Bijvoorbeeld door als wijze Ork-magier of theocratische Goblin te spelen. Het feit dat de game minder rassen (een totaal van zes) heeft dan de voorgaande delen wordt dan ook flink goedgemaakt door het hoge aantal speelbare permutaties.

Schaakspel met draken

Ook op kleine schaal toont Age of Wonders 3 zich meeslepend. Hoewel gevechten waar een partij aan de overmacht is meestal prima door de sublieme kunstmatige intelligentie afgehandeld kunnen worden, kunnen grote gevechten met gelijkwaardige legers spelen als een bloedstollende schaakwedstrijd (maar dan met draken en Orks). Ook deze gevechten worden beurtelings gespeeld, maar draaien veel meer om het positioneren van je eenheden. De afstand die een eenheid loopt bepaalt namelijk hoe vaak deze in een beurt kan aanvallen. Bovendien levert het meer schade op als je een vijand van achteren weet aan te vallen, waardoor iedere zet een tactische overweging op zichzelf is.

De gevechten om steden vallen echter lichtelijk tegen. Waar je in veldslagen op de open vlakte een speelveld van 360 graden kunt benutten, staan in deze gevechten de eenheden van beide partijen lijnrecht tegenover elkaar, waardoor het tactische spel van het goed benutten van zetten iets teniet wordt gedaan. In plaats daarvan is het aan de aanvallende partij om de stadsmuur van de tegenstander te doorbreken of er voor te zorgen dat de vijand buiten de veilige omheining moet treden. Stedengevechten voelen daardoor minder gevarieerd en dat is, gezien het feit dat dit nu juist de veldslagen zijn die er voor het winnen van de game toe doen, een gemiste kans.

Weinig diplomatiek

Dat neemt niet weg dat Age of Wonders 3 zowel op grote als op kleine schaal weet te boeien. De verleiding om tot diep in de nacht iedere keer aan toch nog een beurt te beginnen gaat ook voor deze game als vanouds op. De sublieme fantasy-setting werkt bovendien fantastisch voor het 4X-genre, waardoor we ons serieus afvragen waarom niet meer gameseries deze match made in heaven maken. Met de hype rondom series als Game of Thrones is het spelen van grote veldslagen tussen dwergen en elven immers precies waar we behoefte aan hadden.

Dat wil overigens niet zeggen dat Triumph niet nog wat kan optimaliseren aan de ervaring van de game (wat ze via patches en eventuele dlc van plan zijn te doen). Zo laat de diplomatieke overwinning, waarbij je wint als alleen met jouw geallieerde naties overblijven, nog wat te wensen over. We hebben echter goede hoop dat dit nog een van de focuspunten van de optimalisaties gaat worden. Ook de campagne, die grotendeels via ellelange lappen tekst van context is voorzien, valt tegen. De diepgang van de veldslagen, of dat nu tegen de prima AI of tegen een speler van vlees en bloed is, maken echter zoveel goed dat we nog veelvuldig terugkeren naar Age of Wonders 3 voor toch nog een klik.