Het moest een keer gebeuren. Althans, dat is wat ik mezelf wijs heb gemaakt. We schrijven vrijdag 20 juli, tien over zeven 's ochtends. Met een hartslag van 160 schiet ik uit m'n bed. Vrijdag, zeven uur en ik ben thuis, waar had ik moeten zijn? Shit! Op Schiphol!

Op de desbetreffende dag stond namelijk een fijn perstripje in de planning richting het immer schöne Munchen, waar Electronic Arts de nieuwste Need for Speed game Pro Street tentoonstelde. Het KLM-vliegtuig richting Munchen zou om 07:25 opstijgen, om een dik uurtje later te arriveren in Duitsland. En ik had op die vlucht aanwezig moeten zijn. De oorspronkelijke wekker stond om zes uur, zodat ik nog net tijd genoeg had voor een frisse douche, een snelle kop koffie en de reis richting Schiphol. De situatie nu was dat ik een kwartier voordat ik wakker was al bij de gate aanwezig had moeten zijn en dat ik op dit moment in een busje richting het vliegtuig vervoerd had moeten worden.

Juist ja, had moeten worden. Met een slaperig hoofd heb ik m'n kleren aangetrokken en ben ik met wielrennerssnelheid richting het station gefietst. De trein stond nog net op het perron en met een snoekduik vervolgde ik m'n weg. In een recordtijd van 25 minuten stond ik op Schiphol. Echter, het vliegtuig was al zonder mij vertrokken en ik voelde me de domste persoon op aarde. Hoe kun je jezelf nu verslapen op zo'n dag?

Terwijl mijn ratio de emotie overwon, strompelde ik richting de KLM-balie. Een kleine kans dat er nog een vliegtuig naar Munchen zou vertrekken. Een nog kleinere kans dat er nog plek zou zijn. De vrolijke KLM-man wist me echter te vertellen dat er over twee uur nog een vlucht zou gaan. Alleen zat die al vol. Al vloekende wilde ik de balie verlaten toen de man me terug riep. Door een vertraagd vliegtuig uit Washington zou ik toch nog mee kunnen. Hoera!

Twee uur later schoof ik dan toch het vliegtuig in en vervolgde ik mijn weg richting Munchen. Eenmaal aangekomen bij het desbetreffende hotel waar de game tentoongesteld werd, werd ik zowaar onthaald als de verloren zoon. Gelukkig bleek ik enkel de presentatie gemist te hebben en was er nog ruim tijd voor een speelsessie plus een interview met één van de ontwikkelaars.

En zo kwam mijn allerslechtste dag in mijn perstriphistorie toch nog goed en vloog ik 's avonds gewoon met de rest van de Nederlandse pers terug naar Nederland. Sinds dit akkefietje zet ik voor perstrips niet één, maar twee wekkers, tot ergernis van iedereen die in mijn buurt slaapt. Dit was namelijk eens, maar nooit meer.