Perstrips behoren tot de priviléges die je hebt als gamejournalist. De mooiste hotels, het lekkerste eten en de zachtste bedden. Het valt allemaal onder de noemer werk. Snoepreisjes langs alle plaatsen over de wereld, praten met beroemde mensen en spectaculaire dingen doen. Wat is ons leven toch zwaar. Soms heb je echter zo'n trip waarbij je denkt: Wow. Vorige week had ik zo'n ervaring. De game: Medal of Honor: Airborne. De setting: een groot militair gebied omgetoverd tot Tweede Wereldoorlog basis. Nog nooit ben ik zo onder de indruk geweest. Niet zozeer de game(waarover later deze week een preview). Nee, het was de trip en datgene wat we deden dat de indruk maakte. Niet alleen op mij maakte het geheel een verpletterende indruk, maar op alle collega's die mee waren naar de afgelegen basis in Engeland. We mochten in ware Band of Brothers-stijl een paratrooperstraining doorlopen. Echte wapens, echte ontploffingen en leren parachutespringen als een echte soldaat. Het hoorde er allemaal bij. Ik zal niet ontkennen dat ik graag een goede Tweede Wereldoorlog-shooter speel. Vooral Medal of Honor: Allied Assault geeft mij nog steeds weke knieën. Lekker Duitsers neerschieten, beetje rennen, beetje springen en dan...Ai, dood! Geen probleem toch? Gewoon even die quicksave laden en met de Thompson in de hand knallen we door het gansche land! Dit alles zonder écht na te denken over wat er allemaal gebeurd is. Vorige week heeft wat dit betreft mijn hele leven overhoop gegooid. Nooit meer zal ik zomaar even snel wat virtuele mensen afschieten. Natuurlijk zal ik niet twijfelen wanneer ik met mijn digitale M1 Garand een Nazi in mijn zicht krijg, maar het gevoel dat ik erbij heb is veranderd. Het was altijd een spelletje. Na vorige week ben ik gaan beseffen hoe het is om dit écht mee te maken. De jongens die zij aan zij vochten waren niet ouder dan ik, allemaal jonge kerels van rond de 20 jaar. Ze gaven hun leven voor mensen in een onbekend land, vochten tegen jongens die net zo goed in hun groep vrienden hadden kunnen zitten. Eén van de onderdelen was een simulatie van een missie zoals dat gewoon was tijdens het Ardennenoffensief tijdens de winter '44/'45. Tijdens deze missie zaten we in loopgraven, terwijl om ons heen de zogenaamde artillerie neerkwam. Dat dit potten met gecontroleerde explosieven zijn interesseert je niet wanneer op een meter afstand de grond als een ware fontein omhoog komt. Enkele seconde later voel en hoor je het zand overal om je heen neerkomen. Het voelt allemaal levensecht, en dat was het ook. Even later liepen we door de bossen, terwijl we om ons heen andere squads het vuur hoorden openen op de zogenaamde Nazi's. Het geschreeuw, de knallen, de geur van kruit, de outfits die iedereen draagt: het geheel voelt als een mengeling van angst, ontzag, adrenaline en plezier. Je weet dat je veilig bent, maar je voelt je toch niet helemaal zo. Op dat moment drong het door hoe anders het moet zijn geweest voor de mensen die écht hun leven gaven voor volk en vaderland. Ze moeten in doodsangst verkeerd hebben tijdens vuurgevechten. Elke verkeerde beweging kon het einde betekenen, elk moment konden ze op een mijn gaan staan of onder vuur komen te liggen door een artilleriebombardement. Doodsangst, een ander woord is er gewoon niet voor. Dus bij deze wil ik dit stukje opdragen aan de mensen die ons twee dingen hebben verschaft. Aan de ene kant is daar het plezier in de vorm van games. Aan de andere kant bedank ik ze voor wat ze hebben opgeofferd voor mensen die ze niet kenden. Niet alleen aan Geallieerde zijde, maar ook aan de kant van de zogenaamde 'slechteriken', want ook dat waren niet meer dan jonge jongens in de bloei van hun leven. Ze waren allen bereid hun leven te geven; ze hadden geen quicksave waarmee ze even dat ene lastige stuk overnieuw konden doen. Zo werkte het niet. Denk daar eens aan de volgende keer dat je die game opstart.