“Hé, zullen we anders even een potje Mario Kart doen?” Ik kijk verbaasd op en hoor het verhaal aan. “Je kunt ook tegen elkaar spelen op één DS namelijk. Dan heb je ghosts waardoor je na even in je eentje gespeeld te hebben, toch eigenlijk tegen elkaar speelt.” Ja, natuurlijk weet ik dat. Voor mij, gamer in hart en nieren en redacteur van een gamesmagazine is dit pure basiskennis. Het is ook niet deze informatie, maar de persoon die het me vertelt dat me zo opvalt. Mijn vriendin J. nodigt mij uit voor een potje Mario Kart; het moet niet gekker worden.

Het is een uur of drie in de middag en we staan op het punt te boarden voor onze vlucht terug naar Amsterdam. De afgelopen twee weken hebben we kris kras door Portugal gereden en is er al veelvuldig op de DS gespeeld door J. Haar favoriete game? Professor Layton. Inmiddels heeft ze al dertig uur in de game zitten, zo laat ze me trots zien, en bijna iedere puzzel opgelost. Overigens heeft ze de game niet gekocht, néé; hij is gedownload en met met een SD-kaartje op de DS gezet (iets wat ik haar probeer af te leren – “foei!”). Ditzelfde meisje is 'way into fashion', leest het damesblad 'Grazia' en kijkt iedere dag op PerezHilton.com voor het laatste roddelnieuws over de Hollywood-sterren. Tijden veranderen en als zelfs dames die ik omschrijf als 'chicks' op de DS spelen, weten we dat het de goede (althans, het is maar hoe je hier tegenover staat natuurlijk) kant op gaat.

De DS wordt aangezet en behendig loodst J. ons naar een circuit toe. Zij begint als eerste en kiest als coureur Yoshi – in dat opzicht hebben we wat gemeen: ik speel ook altijd met de groene vriend. Tijdens de race wordt mij verteld dat je ook kunt dashen en wapens afschiet met de linker schouderknop. Natuurlijk wist ik dit al en het is dan ook niet deze informatie, maar iets anders dat me opvalt als J. aan het spelen is.

Ze doet namelijk precies hetzelfde als ik vroeger deed als kleine Jaap: meesturen met het poppetje. Zo heftig als ik vroeger met de controller zwiepte is het nog net niet, maar Yoshi wordt met lichte zetjes naar links en rechts door de bochten geloodst. Lul die ik ben, vraag ik haar of ze denkt dat het zin heeft om de DS zo mee te bewegen. “Ja, volgens mij wel. Mijn broertje had ook zo'n spel waar dat echt hielp hoor.” Je reinste onzin natuurlijk, maar ik besluit dat betweterigheid me op dit moment niets anders oplevert dan een kansloze discussie die eindigt met een radiostilte van twee uur tijdens de vlucht. 

Maar toch. Toch pakt het me dat een 22-jarig meisje dat via een SD-kaart games op haar DS zet en meer dan 30 uur in Professor Layton stopt, nog wel als een lief meisje meestuurt als ze Mario Kart speelt. Dit, en het feit dat ik haar nog wel even kleineerde door alle komende potjes ruimschoots te winnen, zorgde in ieder geval voor een heerlijk gevoel tijdens de vlucht terug naar Amsterdam. En tja, misschien is er dan toch nog niet zoveel veranderd in gameland en is het puur de schijn die bedriegt.