Met enige regelmaat lees ik NOS-teletekstpagina 316, een pagina van de KRO waarop televisiekijkers hun ergernissen kwijt kunnen over allerhande televisieprogramma's. Doorgaans tref je er vooral gemopper aan. Gemopper over dat er te veel sport op televisie is, of juist te weinig. Te weinig ruitersport of te veel voetbal, te veel Ajax of te weinig PSV. Gezeik dus, maar ik vind het zelf erg amusant om te zien waar mensen zich zoal aan irriteren. Zoals het foutief gebruik van het woord 'irriteren' wanneer je eigenlijk 'ergeren' bedoelt bijvoorbeeld, waarover ook met regelmaat klachten op 316 te vinden zijn.

Zo nu en dan zijn er echter ergernissen die hout snijden of je aan het denken zetten. Zo was er vandaag een man, ene Wim Pruim uit Amsterdam, die zich beklaagde over het TMF-programma Gamekings. Deze goede man heeft waarschijnlijk geen enkele affiniteit met het medium games en kwam het programma toevalligerwijs tegen bij een zapronde. Zijn bevindingen zijn des te opvallender, want ze slaan precies de spijker op zijn kop. Ze verklaren min of meer waarom games tegenwoordig door veel mensen nog steeds niet serieus worden genomen, maar worden gezien als een activiteit voor opvliegerige, puistige pubers.

Het bewuste bericht

Allereerst heb je de mensen die het programma presenteren. Wim Pruim beschrijft de Gamekings als 'mannen van dik dertig, volgeschilderd met tatoeages en met malle gezichtsbeharing' en waarschijnlijk zullen zelfs de Gamekings zelf deze beschrijving niet kunnen ontkennen. Van mij mag iedereen er uit zien zoals hij wil, maar het voorkomen van de Gamekings maakt het programma niet bepaald toegankelijk. Door hun eigenzinnige, misschien wat ruige uiterlijk zullen veel mensen zich niet bij het programma op hun gemak voelen. Op de jeugd maken de Gamekings misschien nog een stoere indruk, de rest van de mensen heeft liever presentatoren met een verzorgd en representatief voorkomen. Representatieve, toegankelijke en deskundige presentatoren zouden een game-programma heel wat meer aanzien kunnen geven en misschien zelfs de interesse voor het medium over kunnen dragen naar een nieuwe groep mensen. Iets wat Gamekings geenszins weet te bereiken. Maar dat komt, zo constateert ook Pruim, niet alleen door de presentatoren. Ook aan de games zelf mag nog wel wat veranderen. Hem valt vooral de geringe variatie tussen de games op die in de uitzending werden getoond. Want hoewel het de ene keer ridders zijn en de andere keer auto's, er is één overeenkomst tussen al die games: alles moet aan gort geschoten, gereden of gehakt worden. En daar heeft Pruim een punt. Het gros van de games draait om dood en verderf. Vergeleken met films zou je kunnen stellen dat games zich eigenlijk alleen in het actiegenre hebben ontwikkeld. Waar er tal van romantische en komische films zijn, is er in die genres in de game-wereld nauwelijks iets te bespeuren. We hebben wel 'casual games', maar dat zijn vaak nog 'spelletjes' die dichter bij bordspelletjes of puzzels liggen, dan bij de serieuze games.Zolang de game-industrie zich op actiegames voor jonge mannen blijft focussen en ze laat aanprijzen door de mannen van Gamekings, zullen tv-programma's er niet in slagen nieuwe mensen naar het medium games toe te lokken. En dat terwijl een televisieprogramma daar in principe een uiterst geschikt voor zou kunnen zijn.Het enige wat minder hout snijdt, is dat Wim Pruim de kerstgedachte mist in het game-programma. Ergens ben ik blij dat er nog dingen zijn die ons geen zoetsappige kerstgedachte door de strot willen drukken. Want die kerstgedachte krijgen we de komende week meer dan genoeg te verteren. Hoewel, misschien een ideetje: een spel waarin je kinderen in Afrika van schoon drinkwater moet voorzien?